Variatie

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Variatie

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 01 Okt 2018 07:35

Variatie

Taxi
Zoals wel vaker heb ik laat op de avond de laatste Intercity van Rotterdam richting Zwolle. Ik zit met de collega conducteur met wie ik de trein samen naar huis zal brengen op een bankje op het perron, wanneer er een vrouw naar ons toe komt lopen.
“Bent u de conducteur van deze trein? Wij komen net uit Eurostar en die was een uur te laat, dus nu gaan we onze laatste aansluiting missen. De conducteur van de Eurostar zei tegen ons dat we ons bij u moesten melden en dat u dan een taxi zou regelen.”
Ik vraag waar ze naar toe moeten en beloof ze dat als ze lekker gaan zitten, we dat onderweg gaan regelen. Nog voor vertrek komt er nog een Duitse man naar me toe met een gelijkwaardig verhaal, die ik hetzelfde beloof. Ik licht mijn collega in dat er wat geregeld moet worden en we besluiten dat we dat het beste onderweg kunnen doen. Terwijl we Rotterdam Alexander uit rijden, roep ik voor de zekerheid om dat reizigers uit Eurostar zich kunnen melden bij het treinpersoneel wanneer we voorbij komen. Een derde familie die naar Apeldoorn moet meldt zich bij mijn collega, ik bel voor een groep dames die nog naar Nijverdal moeten een taxi. Daarna loop ik naar de Duitse familie die naar Gronau moeten. Alle taxi’s zijn geregeld, de reizigers zijn gerust gesteld.
Wanneer we in Zwolle aankomen, loop ik met de Duitse en Nederlandse familie mee naar de voorzijde van het station, waar beide taxi’s al klaar staan voor vertrek. Ik neem afscheid van de families, die met een tevreden gevoel huiswaarts keren. Job done!

Afbeelding

Dropping
Ik ben een controleronde aan het lopen door een Intercity die net uit Roosendaal is vertrokken richting Zwolle. In een tweedeklas coupé kom ik bij twee jongedames die eerst elkaar nog een seconde aankijken en dan schoorvoetend melden:
“We hebben geen kaartjes...”
Wanneer ik vraag waarom en waarom ze zich dan niet even komen melden is het antwoord:
“We zijn gedropt en we hebben u niet gezien.”
Een lekker makkelijk verhaal, dus. Ik meld de dames dat ik ze dan maar kaartjes ga schrijven, waar ze opvallend tevreden op reageren. Gevraagd naar hun identiteitsbewijs zeggen ze bijna in koor dat ze niet bij zich hebben. Juist. Tot de ene zich iets realiseert:
“Oh! Jawel, ik heb wel mijn rijbewijs bij me!” Daar reageert de ander verbaasd over, want zij zegt niks mee te hebben genomen.
“Jawel,’ verbetert de ene haar, ‘jij hebt je identiteitskaart bij je!”
De ander gaat zoeken en vindt inderdaad haar identiteitskaart.
“Waarom hebben we die wel meegekregen, dan?”
“Nou, waarschijnlijk hiervoor,” zegt de ander, terwijl ze een gebaar in mijn richting maakt.
Het verhaal komt op mij nog niet heel logisch over, tot de ene daar desgevraagd op reageert:
“We hebben een ontgroening en nu hebben ze ons ergens gedropt en moeten wij maar zien hoe we terugkomen. Maar we mochten niks meenemen. En ik ga dus echt niet liften.”
Een wijs besluit, als ik kijk naar de leeftijd van de dames; 18 en 19. Ik kan het alleen niet laten om er bij te vermelden dat ze nog eens moeten overwegen of ze wel onderdeel willen uitmaken van iets dat ze zo aan hun lot overgelaten ergens dropt. Dat zijn ze wel met me eens.
Ze vragen naar de kosten voor het enkeltje naar Breda, waarop de ene meldt:
“Oh, die rekening declareer ik wel bij ze.” Ook dat lijkt me een wijs besluit.
Ik overhandig ze hun kaartjes en wens ze succes met het geheel.

Moeilijk
Met een Intercity ben ik onderweg tussen Hilversum en Amersfoort. Ik kom bij de eerste klas, waar een man in één van de werkcoupés zit, ik controleer zijn kaart en op het moment dat ik die terug geef merk ik dat er iemand achter me langs loopt. Ik spreek hem aan en vraag hem om zijn kaartje.
“Ja, maar die is niet ingecheckt, want ik had niet genoeg saldo.”
Ik bekijk zijn kaart en zie inderdaad dat hij er maar een paar euro op heeft staan, niet genoeg om in te checken en al helemaal niet genoeg om de reis te maken die hij wil maken. Ik zeg hem een Uitstel van Betaling aan, waarop hij met me in discussie gaat. Maar als je weet dat er niet genoeg saldo op de kaart staat, moet je die simpelweg gaan opladen.
“Maar mijn vader beheert mijn geld en die kan ik niet bereiken. En ik moet toch echt naar huis.”
Prima, daarvoor schrijf ik je dat kaartje. Dat vindt hij maar onzin. Ik vraag hem naar zijn identiteitsbewijs, maar die geeft hij niet. Ik vraag hem er nog eens om en vorder het zelfs. Hij vraagt wat dat betekent, waarop ik zeg dat als hij het identiteitsbewijs dan alsnog niet geeft, hij er nog een boete van ruim 100 euro bovenop kan verwachten. Dat helpt in dit geval niet; hij mompelt:
“Dat ga ik eerst op internet opzoeken.”
Dat moet je ook zelf weten, maar geef me dan eerst je identiteitsbewijs. Nog altijd geen resultaat. Hij is overduidelijk tijd aan het rekken en ik ben er wel klaar mee. Ik pak mijn portofoon en vraag hem nog een keer om zijn identiteitsbewijs, maar wanneer ook hier enig resultaat uitblijft, roep ik de collega’s van Veiligheid&Service via de portofoon op. Ik meld dat ik een reiziger heb die weigert zijn identiteitsbewijs te laten zien, waarop de jongen in de verdediging schiet:
“Ik weiger het helemaal niet!”
Heb je je identiteitsbewijs al gegeven dan? Een antwoord blijft uit, enige reactie ook. Wanneer we langs het perron van Amersfoort rijden, knijpt hij hem kennelijk toch en krijg ik alsnog waar ik de hele tijd al om vroeg:
“Hier is mijn identiteitskaart.”
Eindelijk. Ik schrijf hem zijn Uitstel van Betaling uit, terwijl de collega’s van V&S er bij komen staan. Mijn blik in hun richting zegt genoeg, waarna ze hem zelf ook nog even aanspreken op zijn gedrag. Zodra hij, met UvB, wegloopt, besluiten we dat dit een hopeloos geval is. Als zijn vader zijn financiën al regelt en zijn gedrag lekker opvallend is, dan komt hij er vast wel!

Afdeling Kansloos
Eens in de zoveel tijd gooit de Afdeling Kansloos de deuren open en laat wat patiënten ontsnappen. Ik kwam er laatst een aantal tegen in Amersfoort:

Met de laatste trein van de dag richting Zwolle sta ik langs het perron. Het is zaterdagavond en het is druk; grote groepen staan er op het perron om in te stappen, allemaal uitbundig aanwezig na een evenement. Zodra alles er een beetje in zit, is het nog acht minuten voor vertrektijd. Dat duurt een van de groepen na een minuut al te lang, want ineens gaat er een deur dicht, weer open, weer dicht... Zucht. Wanneer ik die kant op loop, zit een van de jongens met zijn hoofd tussen de sluitende deuren. Zijn maatje staat binnen op de sluiten-knop te drukken, waardoor hij met zijn hoofd vast zit. Het niveau is bedroevend en ik kan weinig anders zeggen dan:
‘Lekker gezellig!’

De jongen roept luidkeels dat de deur open moet en daarna net zo luidkeels dat hij geen lucht kan krijgen, maar als je dat zo hard kunt roepen zal dat wel meevallen. Jij kunt je in die situatie werken, dan werk je jezelf er ook maar uit. Ik sta een mevrouw te woord die naar me toe komt gelopen om iets te vragen. Achter mijn rug wordt de jongen alsnog door zijn vrienden bevrijd. Ik heb de vrouw te woord gestaan en gezien dat de groep zich door de trein aan het bewegen is, want nu gaat de deur een balkon verderop ineens dicht. Voorin is geen plaats meer, dus komt de groep terug naar datzelfde balkon. Een mooi moment om ze aan te spreken.
Ik geef de jongens te kennen dat ze me nu al op mijn zenuwen werken, ondanks dat we nog geen meter hebben gereden. Ze krijgen de opdracht om een plekje te zoeken om te gaan zitten en zich rustig te gaan houden, dan breng ik ze richting huis. Een luidkeels akkoord volgt, waarna de groep naar het volgende balkon loopt. En de deur dicht gaat. En weer open. En weer dicht. Ik ben er wel klaar mee. Ik roep de collega’s van Veiligheid&Service op en informeer ze over wat er gaande is. Als ze bij me staan, loop ik de trein in en spreek twee leden van de groep aan om ze te vertellen dat de hele groep uit kan stappen: Ik neem ze niet mee. Luidkeels delen ze hun onvrede en is er één die denkt dat ik kennelijk achterlijk ben door te proberen:
“Maar dat was onze groep helemaal niet! Je zoekt gewoon een zondebok!”
Het is vertrektijd, we sluiten de deuren en vertrekken, de groep op het perron achterlatend. De rest van de rit en stationnementen waren er geen problemen, je zou bijna denken dat het dan tóch aan die verwijderde groep jongens lag...

Roosteren
De Nederlandse Spoorwegen zijn een 24-uursbedrijf. Dat betekent dat planningen ruim van tevoren gemaakt moeten worden om alles draaiende te houden. Maar ook de werknemers van ons bedrijf hebben recht op vakantie, dus dat moet ook geregeld worden. Voor het treinpersoneel hebben we roostercommissies; naast het verlof regelen zij ook de werkroosters. Sinds dit jaar ben ik lid van de lokale roostercommissie voor conducteurs. Een cursus Arbeidstijdenwet en een cursus Basisroosteren zijn verplichte onderdelen om te volgen, waarna je roostercommissielid bent.

Eind september wordt de inhoud van de diensten bekend gemaakt; alle zogenoemde werklijnen zijn dan verdeeld, een proces dat in juni al begint. Er moet een eerlijke en vooral werkbare verdeling zijn van alle trajecten op het Nederlandse spoor. Als een standplaats aan een traject ligt waar veel agressie plaatsvindt, moet niet alleen die standplaats daar constant naar toe gestuurd worden; vele ziekmeldingen kunnen het gevolg zijn. We verdelen daarom de lusten en lasten over het land. De roostercommissies komen op voor hun eigen standplaats, zij weten wat de wensen zijn. Dat proces is reeds achter de rug; de zittende leden hebben hun best gedaan om een mooi pakket in elkaar te laten zetten.

Vervolgens moeten die diensten in roosters worden gezet. Er zijn vroege roosters, late, vroeg/laat en roosters voor oudere werknemers die niet voor 7 uur ’s morgens beginnen en niet na 22 uur ’s avonds werken. Die mix maakt het mogelijk voor de meesten een geschikt rooster te vinden waarin persoonlijke wensen voorop staan, terwijl de baas zeker weet dat alle treinen zullen rijden. We zijn nu eenmaal geen bedrijf dat alleen van 9 tot 17 uur werkt. Roosters moeten aan allerlei eisen voldoen, waarbij de rusturen vooral van belang zijn; een medewerker moet voldoende rust kunnen krijgen buiten de werkuren om. Ook zijn er regels voor wat betreft de overgang van vroege naar late diensten en andersom.

Zodra de roosters in elkaar zijn gezet, begint de verlofaanvraag. Eerst krijgen de collega’s met schoolgaande kinderen de gelegenheid verlof aan te vragen; zij zijn nu eenmaal gebonden aan de schoolvakanties om op vakantie te kunnen. Daarna volgt de rest. Zo zijn er drie rondes waarin verlof aangevraagd kan worden en al met al is de roostercommissie daar gedurende de maanden oktober en november veelvuldig mee bezig. Dat betekent ook dat ik in die maanden weinig op de trein zal werken. Alles om aan het einde van de roosterperiode zoveel mogelijk collega’s blij te maken met zowel een mooi werkrooster als een geschikte periode om op vakantie te gaan. En natuurlijk een blije werkgever; als alle treinen maar kunnen blijven rijden!

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 156
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth