Zoeken

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Zoeken

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 19 Feb 2018 12:59

Zoeken

Het is zondagmiddag en tijd om aan het werk te gaan. Ik heb mijn auto geparkeerd en loop naar het station. In de stationstunnel kom ik een collega tegen die naar huis gaat, waar ik een praatje mee maak. Terwijl we staan te praten komt de procesleider perron op ons af gelopen.
Er is een verstoring tussen Zwolle en Amersfoort, waar een defecte bovenleiding het treinverkeer heeft gestopt. Dat levert altijd een hoop vragen op en reizigers die om moeten reizen, maar er is ook een speciaal pakketje op het station terecht gekomen: Een jongetje van 8 dat van Groningen onderweg is naar Gouda, maar dat daar nu niet rechtstreeks kan komen. Hij is netjes op de trein gezet en zal in Gouda weer opgehaald worden, maar door de verstoring kwam er een kink in de kabel.
Het personeel zit een beetje met het jongetje in de maag, want wie moet er op hem letten en hem begeleiden? De collega’s van Veiligheid en Service zijn al met iets anders bezig en het walpersoneel heeft ook genoeg te doen. Maar ik heb al snel in de gaten dat het reisadvies is dat er omgereisd wordt via Deventer en je mag één keer raden wie er op de eerstvolgende trein richting Deventer komt te zitten...

Ik loop met de procesleider perron mee naar spoor 1, waar een aantal collega’s van Tickets&Service en de Coördinator Wal om een klein jochie heen staan. Ze zijn blij dat ik me meld en het jongetje van ze overneem. Ik neem hem mee naar het personeelsverblijf, want ik moet me nog in dienst melden. Bovendien is het nog wat vroeg om al in de kou op de trein te gaan staan wachten. Ik bied hem iets te drinken aan, maar dat heeft hij allemaal niet nodig. Hij blijkt Max te heten. De collega’s kijken mij en het jongetje allemaal met lichte argwaan aan; heeft hij nou zijn zoon meegenomen?! Ik praat wat met het jochie om zeker te weten dat wat er aan me verteld is ook echt klopt, dat blijkt zo te zijn: Hij reist via Deventer naar Amersfoort en daar wordt hij opgehaald door zijn stiefvader.
Ruim voor tijd wandelen we naar de trein, waar ik hem een plekje in de eerste klas geef. Ik spreek duidelijk met hem af hoe het gaat en dat hij vooral moet blijven zitten op zijn stoel en dat als er wat is, hij naar me toe moet komen. Ik heb al lang gezien wie er verder in de eerste klas zitten, die horen het gesprek ook en ik krijg al wat knipogen wanneer ik bij het kind weg wandel; Dat zit wel goed.

Afbeelding


We vertrekken op tijd en ik controleer de reizigers in het treinstel. Ook dat zit allemaal goed. Na vertrek uit Olst wil ik Max ophalen om hem in Deventer over te kunnen dragen, maar wanneer ik de eerste klas in loop zie ik hem nog net richting het toilet wandelen. Dat geeft mij de tijd om buiten zijn zicht om de collega’s in Deventer te regelen om hem van me over te nemen. Ik heb nog niet opgehangen of het jochie is alweer terug op zijn stoel, waar ik hem ophaal en mee neem richting de cabine. Dan weet ik zeker dat hij niet in Deventer op eigen houtje de trein uit stapt en in de menigte verdwijnt. Hij kijkt zijn ogen uit naar alles wat er te zien is en ik draag zorg voor de omroep. In Deventer staan er twee collega’s van Veiligheid&Service op het perron Max al op te wachten; ze stellen zich netjes voor en nemen hem mee richting het verblijf om even warm op de Intercity naar Amersfoort te wachten. Twee beren van kerels lopen weg richting het verblijf, met naast ze een hummeltje van nog geen meter hoog. Een mooi gezicht. Allemaal niet helemaal de bedoeling, maar soms gooit een verstoring wel eens roet in het eten. Maar wel een goed gevoel voor mij!

Het is carnaval en ik heb een half uur in Breda. Allerlei verklede mensen komen het perron op, op zoek naar de trein richting hun veelal Brabantse bestemming. Tijdens het wachten zie ik twee ietwat aangeschoten mannen met hun fiets de roltrap opstappen. Waarom ze de lift niet nemen, geen idee; die staat er naast en is een stuk veiliger om een fiets mee naar boven te krijgen. Dat blijkt, want ze zijn nog niet halverwege de roltrap of ze donderen bijna om als dominostenen, maar het gaat net goed. Onvoorstelbaar.
De trein komt binnen en ik loop naar de machinist om een portofoontest te doen. Daarbij kom ik ook op het perron waar de twee mannen met hun fiets staan. Om problemen onderweg te voorkomen vraag ik vaak voor vertrek aan reizigers met een fiets of ze ook een kaartje voor de fiets hebben. Ongeveer de helft heeft die netjes gekocht, de andere helft kijkt me dan glazig aan en draait om om alsnog een kaartje voor de fiets te gaan kopen.
Ook deze twee mannen vraag ik of ze een kaartje hebben, waarop een volmondig ‘ja’ wordt geantwoord. Dat is mooi, waarna ik doorloop naar de machinist om een portofoontest te doen. Nadat die is geslaagd en het vertrektijd is geworden, zet ik het vertrekproces in gang door de deuren te sluiten, waarna ik begin aan mijn controleronde. En die begint bij de twee mannen op het balkon. Ik vraag ze om hun kaartje, waarna ik een enkeltje Etten-Leur in handen krijg. Ik vraag om het kaartje voor de fiets, maar in plaats van die te krijgen, krijg ik een of ander ontkennend verhaal.
“Ja, nou, het zit zo...” begint de ene. Ik vraag hem of hij dus geen fietskaartje heeft, die heeft hij niet. De trein rijdt net twee meter, dus ik hang aan de noodrem, want dan kunnen ze er hier mooi nog uit. Ik verwijs de ene man naar buiten en vraag dan de andere of hij wel een kaartje voor de fiets heeft. Natuurlijk heeft hij die ook niet. Dan kan ook hij nog uitstappen. Daar heeft de eerste echter weinig zin in, dus die begint een discussie:
“En je kunt toch wel naar mijn verhaal luisteren?”
Ik ga helemaal niks naar jouw verhaal luisteren, ik heb hem voor vertrek gevraagd of hij een kaartje voor de fiets heeft, waarop hij ja heeft geantwoord, en nu heeft hij er ineens geen. Bovendien vraag ik voor vertrek al of er een kaartje is gekocht, dat hoef ik eigenlijk ook al niet te doen.
“En ik heb een lekke band...”
Ook dan moet je een kaartje voor de fiets kopen.
“Ik vind je maar een klootzak.”
Prima, dan komt Veiligheid&Service erbij. Nadat de heren zijn uitgestapt en zijn overgedragen, kunnen we vertrekken. Ik vervolg mijn ronde en kom bij een stel dat ook verkleed is. De vrouw heeft het geheel aanschouwd en vraagt:
“Gaat dat de hele dag zo?”
Gelukkig niet, maar hoe later op de dag, hoe meer drank in de man en hoe vervelender men wordt.
“Ik vond het eigenlijk wel meevallen,” zegt ze, “wij zijn alleen nog maar leuke mensen tegen gekomen.”
Ik geef de vrouw de tip om drie uur later nog eens te komen kijken naar het publiek, dat is dan namelijk heel anders en veel minder gezellig, alhoewel ze zelf altijd overtuigd zijn dat ze wel gezellig zijn. Gelukkig valt het de rest van de rit en ook de rest van de avond nog wel aardig mee.

Samen met een collega ben ik een andere Intercity tussen Breda en Roosendaal aan het controleren. Ik kom bij twee mannen, waarvan de ene me de helft van een Uitstel van Betaling geeft. De verkeerde helft, weliswaar, dus hij zoekt nog even verder wanneer ik hem daar op wijs.
“Ik ben bang dat ik die niet meer heb,” zegt hij tijdens het zoeken. Hij zoekt zijn zakken na, zijn portemonnee, maar vindt niets. In de tussentijd geeft hij de helft van het UvB aan zijn maatje, die de andere helft tevoorschijn tovert uit zijn zak; die horen aan elkaar te zitten en behoren aan hem toe.
Na een minuut zoeken geeft hij het op. Ik heb mijn conclusie al getrokken en pak mijn boekje om hem een uitstel te schrijven, voor zover het al een nieuwe is, want hij beweert er vanochtend al een te hebben gekregen die hij nu dus niet kan vinden. Ik vraag hem om zijn identiteitsbewijs, waarop hij glashard beweert die niet bij zich te hebben. Jammer genoeg voor hem heb ik die net in zijn portemonnee zien zitten, dus hij geeft hem toch maar wanneer ik zeg het ding te hebben zien zitten.
“Maar die is niet geldig,” probeert hij nog, terwijl hij hem afgeeft.
Ik kan alleen niks ontdekken wat er niet geldig aan zou zijn, dus ik schrijf het kaartje voor hem uit. Terwijl ik dat doe, begint hij te zoeken naar een manier om te sarren:
“Ik hoop dat je je werk leuk vindt.”
Dat kap ik af, want daar heb ik werkelijk waar geen zin in. Hij zit zonder geldig vervoerbewijs in de trein, probeert me om de tuin te leiden met het kaartje van zijn maat en liegt dat hij geen identiteitsbewijs bij zich heeft. En dan verwachten dat ik hem op het volgende station wel uit laat stappen om een kaartje te kopen. Dacht het niet.
Maar hij blijft mopperen en drammen, niet dat het helpt. Ik geef hem zijn kaartje en vervolg mijn weg. Dat jij verkeerde keuzes maakt moet je zelf weten, maar dat moet je niet op mij afschuiven.

Tijd om bij te komen; ik ga op vakantie. Daarna schrijf ik weer verder!

Conducteur Mike
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 154
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth