Gekke Zomer

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Gekke Zomer

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 04 Sep 2017 09:57

Gekke zomer

De zomervakantie zit er voor de meesten weer op. De meesten zijn weer teruggekomen van overvolle stranden om een paar dagen weg te zijn van huis en haard. ’s Morgens vroeg vechten om een ligstoel voor aan het zwembad en dan maar genieten van zo min mogelijk. Ondertussen reden de treinen gewoon door en maakte ik mijn ritjes door afwisselende weersomstandigheden. De overheersende rust in de trein op tijdstippen waarop normaal mensen moeten staan om mee te kunnen is heerlijk en misschien wel mijn favoriete periode van het jaar om te werken. Je hebt meer tijd om reizigers te informeren of om eens een praatje te maken, zonder dat je het risico loopt dat daardoor niet iedereen een conducteur heeft gezien onderweg.

Maar daardoor vallen andere zaken dan gebruikelijk ook wat meer op...

Afbeelding


Het is spitsuur en normaal zou de trein die ik van Utrecht naar Amersfoort mag brengen van voor naar achter vol staan met forenzen. Nu is dat niet zo; de trein is nog niet eens zitvol. De conducteurs die met de trein vanuit Den Haag zijn gekomen laten weten dat twee van de drie treinstellen gecontroleerd zijn, alleen het nu voorste stel nog niet. Ik besluit niet te gaan controleren, maar een serviceronde te lopen. Een controleronde ga ik tot Amersfoort waarschijnlijk toch niet volledig kunnen doen, maar ik wil wel dat iedereen onderweg een conducteur heeft gezien. Ik loop een heel stuk naar voren, maar niet te ver omdat ik anders de achterste deur niet kan zien. Op vertrektijd zwaait mijn collega zijn treindeel af en begin ik de vertrekprocedure. Na vertrek loop ik naar voren en passeer ik een balkon waar twee jongens zitten. Ik zeg goedenavond en zij zeggen dat terug. Wanneer ik helemaal vooraan ben, draai ik me om en begin ik het aantal reizigers te tellen voor mijn tellingen die ik later in moet voeren. Maar wanneer ik op hetzelfde balkon kom als waar de twee jongens net zaten, zie ik dat ze weggelopen zijn en van me af lopen. Het zal mij worst zijn, dus ik loop verder en tel de reizigers. Wanneer ik twee balkons verder ben, staan de jongens daar ineens. Ik vraag ze wat er aan de hand is dat ze aan de wandel zijn. De jongen komt recht tegenover me staan en begint meteen op agressieve toon:
“Wie ben jij dat je dat wilt weten?! Jij kent mij niet en ik ken jou niet!”
Ik stel me netjes voor: “Ik ben de conducteur, goedenavond.”
“Je weet niet wie ik ben!”
“Ik ben ook helemaal niet geïnteresseerd in wie je bent, ik vraag je waarom je zo aan het rondlopen bent.”
“Waarom moet je dat weten? Waarom loop jij door de trein?”
“Omdat je je in mijn trein bevindt en dit mijn werk is. Wat is er allemaal aan de hand?”
Zijn vriendje heeft door dat de jongen niet de juiste antwoorden weet te vinden en drukt hem zijn treinkaartje in de hand.
“Hij heeft een kaartje hoor, meneer.”
“Dat kaartje interesseert me niks, ik stel een vraag.”
“We zaten daar, maar er was te veel geluid, dus we gingen op zoek naar een plek waar het stiller was,” antwoordt het vriendje.
Dan zet de agressieve jongen een stap naar voren.
“Ik ga die kant op.”
“Dan zal je toch even terug moeten lopen, want je kunt niet door me heen,” reageer ik rustig.
We staan in de bakovergang, neus aan neus. Kennelijk denkt hij daarmee indruk te maken, maar dat doet het niet. Uiteindelijk zet hij, na een paar seconden met een agressieve blik in mijn ogen gekeken te hebben, een stap terug en gaat aan de kant. Het vriendje begint dan een of ander vaag verhaal waarvan ik nog steeds niet weet of ik het moet geloven. Iets over dat hij boos was dat hij de trein heeft gemist. Wanneer ik dan zeg dat hij dat niet op mij af moet reageren, zegt geen van beide meer iets. Ik besluit door te lopen. Wat een idioot.

Zelfs wanneer je probeert iets netjes op te lossen, zijn reizigers soms niet tevreden. Ik vertrek uit Den Haag met de Intercity en begin te controleren. Ik kom bij een mevrouw die niet heeft ingecheckt. Als ik haar vraag hoe dat komt, zegt ze dat ze geld heeft opgeladen en daarna kennelijk straal vergeten is in te checken. Dat gebeurt wel vaker. Het aparte is dat ze door een complete rij poortjes is gekomen, die dan nog wel open staan, om bij de trein te komen. Ik kan zien dat ze netjes in- en uitcheckt, dus ik geef haar het voordeel van de twijfel en zeg haar dat ze dat dan maar in Gouda moet gaan regelen, anders krijgt ze van mij een kaartje met een verhoging van vijftig euro.
“Ga ik dat in Gouda wel halen dan?”
“Dat ligt aan u, ik wil hem ook wel voor u schrijven, maar dan bent u vijftig euro verder.”
Ze moet nog naar Maastricht en ziet dat niet zitten.
“Dan kies ik voor die boete, ik wil het risico niet lopen dat ik die trein mis.”
Dus begin ik alsnog voor haar te schrijven. Wanneer ik halverwege ben, stelt ze een vraag:
“Hoeveel kost dat dan in totaal?”
“Vijftig euro plus het kaartje.”
Ze zet grote ogen op: “Vijf-tig?”
“Ja, zoals ik al zei, een kaartje met een wettelijke verhoging van vijftig euro.”
“Ik dacht dat u zei vijf!”
Nou, niet bepaald. Ik heb het bedrag wel drie keer genoemd voordat ze besloot het Uitstel te nemen. Nu wil ze er ineens vanaf. Maar ik ben geen flipperkast, dus ik schrijf verder. Volgens haar ben ik nu ineens onredelijk. Wanneer ik haar dan voorhoud dat ze zelf heeft gezegd dat ze het risico niet wilde lopen haar trein te missen, is dat ineens geen probleem meer.
“Ja, niet voor vijf euro.”
Maar tussen ons gaat het al niet meer goed komen, ik loop uiteindelijk hoofdschuddend weg. Dan doe je zo je best...

Vanuit Enschede ben ik onderweg met een Intercity naar Utrecht. Ik heb de reizigers al een keer gecontroleerd, maar er is onderweg het een en ander ingestapt, dus ik ga voor een tweede ronde. De eerste die ik vanaf Apeldoorn om zijn kaartje vraag, heeft er geen. Een stukje verderop zit er een tweede zonder kaartje. Nadat beide zijn voorzien, ga ik verder en na de eerste klas kom ik op een balkon. Daar zit een blondine naar buiten te kijken.
“Goedenavond, ik kom even naar je kaartje kijken.”
Ze staart nog een aantal seconden naar buiten, kijkt me dan een paar seconden aan en zegt dan:
“Dat heb ik niet.”
Zucht, nummer drie zonder kaartje... Ik vraag haar waar ze naar toe wil. Ze staart echter alweer naar buiten en na een paar seconden kijkt ze me weer aan. Echt tempo zit er niet in.
“Dat weet ik niet.”
Oh jee, hier is meer aan de hand. Ik bekijk de jongedame nog eens goed en er vallen me een aantal dingen op. Ik schat de situatie in en besluit naast haar te gaan zitten op een klapstoeltje. Het trage tempo wordt ergens door veroorzaakt en ik wil graag weten hoe het allemaal zit. Ik vraag haar wat ze vanavond heeft gedaan. Ze kijkt me strak in mijn ogen aan en wendt haar blik een tiental seconden ook niet meer af. Aan de ene kant beangstigend, want misschien valt ze me zo meteen wel aan, maar zo schat ik haar niet in.
“Ik heb vanavond geprobeerd mijn hoofd van mijn lichaam te scheiden,” is uiteindelijk haar antwoord. Dat verbaast mij niet; ze heeft een sierlijke damessjaal om haar nek die een grote, rode wond moet verhullen. Maar dat lukt niet zo best. Het opgedroogde bloed aan haar vingers had ook al een signaal afgegeven. Ik vraag haar waarom ze dat heeft gedaan. Ook nu kijkt ze me weer secondenlang aan, zoekend naar een antwoord.
“Ik kan niet aarden.”
Tsja. Ik kan er niet zo heel veel mee, maar weet al wel wat ik ga doen. Ik stel nog wat vragen, zoals hoe ze heet, waar ze vandaan komt, waar ze woont, maar daar geeft ze liever geen antwoord op. Een vraag over medicijngebruik levert me meer op:
“Tegen psycho-aanvallen.” Ook dat verbaast me niets. Ik vraag of ze die vandaag al heeft gehad, maar daarop reageert ze ontkennend. Ze heeft ze ook niet bij zich, maar ze zegt erbij dat het niet doelbewust is, want ze neemt ze altijd ’s avonds. Ik heb al genoeg gehoord en verder is ze ook niet bereid om nog antwoord te geven, dus ze zit alweer naar buiten te staren. Waar ook niks te zien is.

Ik bel met onze Veiligheidscentrale en leg ze uit hoe de situatie in elkaar zit. De collega’s van Veiligheid en Service zullen haar opwachten en voor de zekerheid zullen ze de politie ook inschakelen. Maar in de tussentijd zijn we er nog niet en zit ik nog naast haar. Ze staart afwisselend naar buiten en naar de muur en af en toe naar mij als ik haar nog een vraag stel. Ik heb haar al uitgelegd dat de collega’s haar zo direct opvangen en we haar gaan proberen te helpen. Dat heeft ze zwijgend aangehoord. Wanneer we dan eenmaal in Amersfoort aankomen, stappen de collega’s van V&S in. Ik stel de situatie nog even voor en dan vraagt een van de collega’s of ze mee wil lopen naar het perron.
“Ik blijf liever hier,” mompelt ze na een paar seconden. Maar dat is geen optie. Uiteindelijk stapt ze met de collega’s mee het perron op, waarna ik met de trein vertrek. Onderweg naar Utrecht word ik gebeld door onze Veiligheidscentrale om te vragen hoe het met me is. Maar daar heb ik eigenlijk geen antwoord op; de hele situatie bevreemd me een beetje. In Utrecht word ik opgevangen door een manager met wachtdienst. Met haar praat ik een minuut of twintig, maar ik ben nog steeds op zoek naar het licht in de duisternis die is ontstaan in mijn hoofd. Deze jonge dame, want dat was ze, niet eens onaardig om te zien, is kennelijk zo ver heen dat ze geen idee heeft wat ze aan het doen is, of nog het nut van het leven in ziet. Het lijkt mij allemaal zo zinloos; het leven kan zo mooi zijn, maar dat is kennelijk niet wat zij ziet.

Later op de avond, wanneer ik weer onderweg ben met de trein, bel ik om te horen of er nog aanvullende informatie bekend is geworden. De agent die haar op is komen halen op het station in Amersfoort herkende haar van een paar dagen eerder, toen ze iets soortgelijks had. Ze hebben haar geboeid afgevoerd, nadat ze een scheermesje in haar zak aantroffen, daarmee zal ze zichzelf beschadigd hebben.

Dat is ook een beetje debet aan het werk als conducteur: Iedereen kan de trein instappen en wanneer ik dan door de trein ga, stap je het leven in van al die mensen. In de meeste gevallen is dat maar voor een paar seconden tot hooguit een handvol minuten, de een blijft nog geen seconde in je geheugen, de ander wat langer. Maar heel soms kom je in situaties terecht die je nog heel lang bij zullen blijven. Zo ook dit meisje. Dat was toch wel het dieptepunt van deze gekke zomer...

Conducteur Mike
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 155
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth