Nooit saai

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Nooit saai

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 30 Jan 2017 11:29

Nooit saai!

Mensen zijn er in verschillende soorten en maten, kleuren en overtuigingen; iedereen is uniek. De een is wat beter benaderbaar dan de ander. En als conducteur moet je met al die verschillende soorten klanten overweg kunnen.

Er staat een Sprinter van Zwolle naar Groningen op het programma. Het is weekend en er zijn een heleboel mensen op pad. Dagjesmensen hebben de plaatsen van de doordeweekse forenzen overgenomen. Ik controleer de reizigers in de trein, die allemaal een geldig vervoerbewijs hebben. De stemming is vrolijk en dat straalt er ook van af. Het mag buiten dan koud zijn, de lucht grijs; in de trein zit iedereen gezellig bij elkaar en volop te keuvelen.

Niet iedereen heeft het echter zo gezellig. Wanneer ik na Assen de nieuwe reizigers ga controleren, kom ik al snel bij een drietal bejaarde dames. Ze zijn zichtbaar onder de indruk van iets. Wanneer ik bij ze kom, zitten ze met grote ogen te kijken naar de coupédeur in de richting waarin ik loop. Ik volg hun blik en zie een jongen de coupé uit lopen.
“Meneer!” begint het meisje dat tegenover de oudere dames zit. “Er was hier een jongen en die zat enorm tegen de ramen aan te slaan!”
De dames knikken volop om dat kracht bij te zetten.
“En hij deed ook heel agressief naar ons!” weet een van de dames uit te brengen. Ze knikken er wederom volop bij met een afkeurende blik. Ik vind het geheel wel grappig, maar neem de klacht ook serieus.
“Ik denk dat hij bang voor u is,” zegt het meisje daarop, licht cynisch. Ik vraag haar of ik hem dan maar in elkaar moet slaan. Dat lijkt haar, en de oudere dames trouwens ook, wel een goed idee. Ik controleer de dames en alles is in orde. Ik heb gezien om wie het gaat en ik schat in dat ik hem voor het volgende station wel tref, dus ik controleer de rest van de reizigers ook.
Wanneer ik even later op een balkon uit kom, zie ik de jongen om wie het gaat staan. Ik open met een simpele en vriendelijke goedemiddag, waarna hij zich omdraait. Hij sluit zijn telefoongesprek af en zegt dan op licht agressieve toon:
“Ja, hallo.”
Ik vraag hem om zijn kaartje. Daarop reageert hij wederom met een agressieve ondertoon:
“Die heb je toch al gezien?” Maar hij haalt zijn chipkaart toch tevoorschijn. Wanneer ik die achter mijn handcomputer houd, zie ik inderdaad wat ik eerder tijdens deze reis al heb gezien: Een geldig abonnement dat ergens in het oosten is ingecheckt. Ik geef hem de kaart terug en vraag hem waarom ik klachten over hem krijg.
“Klachten? Mensen moeten me niet zo aankijken!” zegt hij, nog altijd agressief.
Ik vraag hem op een rustige toon wat er dan precies is gebeurd.
“Ja, nou... Okay, ik sloeg op de ramen, maar dat kwam om een telefoontje. Maar toen gingen ze me zo aan zitten kijken, dan vraag ik ze wel wat ze van me moeten!”
Ik leg hem uit dat ze naar hem hebben zitten kijken omdat hij iets deed wat anderen niet verwachten. Hij schuifelt wat op zijn plek.
“Ja, dat snap ik wel.”
De kou is uit de lucht, de agressieve ondertoon is ook verdwenen. Ik vraag hem of hij over dat telefoontje wil praten, waarom hij zo boos werd. Hij kijkt me heel kort aan.
“Ja, euh, dat gaat over geld. Ik heb geld aan een vriend uitgeleend en nu belde hij dat hij het niet terug kan geven. En toen belde een andere vriend en dat maakte me gewoon heel boos.”
Ik moedig zijn keuze aan om weg te lopen en even apart te gaan staan. Ik geef hem een schouderklopje en benadruk nog even voor de vorm dat geld uitlenen vaak problemen geeft. Dan open ik de deur om naar het volgende rijtuig te gaan. Net voor ik weg loop, zegt hij nog:
“Bedankt. En sorry, he!”
Het is al goed. Hij moest zijn frustratie even kwijt, andere reizigers keken naar hem en dat zette kwaad bloed. Hij is weggelopen en apart gaan staan. De frustratie is weg, een kort babbeltje met de conducteur deed hem goed. In Europapark stapt hij uit en is hij alweer joviaal aan het praten met een andere reiziger. Niks aan de hand.

Afbeelding

Met een Intercity ben ik op weg naar het westen. Er zijn werkzaamheden en er rijden geen treinen tussen Zwolle en Amersfoort. Wanneer ik Almere uit rijd, komt er een reiziger naar me toe. Het blijkt een Duitse man te zijn, die ik al heb gecontroleerd. De man heeft een kaartje richting Zuid-Duitsland voor zijn vrouw en zichzelf. Mijn verbazing dat hij hier nog in de trein zit deelt hij met mij, want hij maakt zich erg zorgen. Hij begint in het Engels uit te leggen, terwijl hij naar woorden zoekt, dat hij over moest stappen. Ik vraag hem voor het gemak of we het gesprek maar in het Duits zullen voeren, waar hij heel erg blij mee is. Hij overhandigt me een Duits uitgeprint reisadvies. Daarin wordt geadviseerd om van Leeuwarden naar Utrecht te reizen met deze trein en daar over te stappen op een ICE, om dan nog een keer over te stappen naar hun eindbestemming. Ik leg de man uit dat het allemaal prima in orde is, maar dat er wel één probleem met die uitgeprinte, buitenlandse reisadviezen is. Ze houden namelijk geen rekening met geplande werkzaamheden...

Ik pak mijn telefoon erbij en open de internationale reisplanner om te zien wat een alternatief is. Ze hebben gemist dat ze in Almere over moesten stappen om in Utrecht te komen en nu gaan ze hun ICE missen. Ik zoek uit dat er nog een ICE anderhalf uur later vertrekt, waarmee ze rond middernacht alsnog op hun eindbestemming kunnen komen. De man vindt het machtig interessant en blijft maar vragen stellen. Ik schrijf voor hem op waar ze nu over moeten stappen, hoe laat ze waar zijn en op welk perron. Daarna leg ik hem uit dat hij zich moet melden bij het internationale loket op Utrecht Centraal om te zien wat ze voor zijn vrouw en hem kunnen doen wat de treinkaartjes betreft. Hij somt het nog een keer op en bedankt me dan hartelijk voor mijn hulp. Graag gedaan.

Het is wederom zaterdagavond en ik ben besteld om als veiligheidsconducteur extra met een Sprinter mee te gaan. Er zijn meerdere onveiligheidsmeldingen gemaakt op deze trein, waarna er een tweede conducteur mee moet. Op Amsterdam Centraal kom ik bij de trein, waar de collega conducteur al staat te praten met een andere collega, die twee leerlingen bij zich heeft. We praten kort en overleggen om de trein meteen vanaf Centraal richting Muiderpoort te gaan controleren. De mentor, een collega die ik wel aardig ken, stelt voor met zijn twee leerlingen naar voren te lopen en de chef trein en mij dan tegemoet te knippen. Maar ik ben in een jolige bui en zeg nee. Dat levert bij vier personen opgetrokken wenkbrauwen op, dus ik zeg snel dat ík met die twee leerlingen naar voren loop. De mentor, ook niet gek, vindt het prima. En zo loop ik met twee leerlingen naar de voorkant van de trein. Zij kijken hun ogen uit naar een laveloos bezopen reiziger, die met halsbrekende toeren probeert om op het perron te blijven staan en niet over het afscheidingshekje te tuimelen en van de trap te donderen. Een machinist heeft me ooit eens uitgelegd dat zulk gedrag voortkomt uit de frikadellen die ze in Amsterdam verkopen. Een andere verklaring had hij er niet voor. Ik breng de leerlingen daarvan op de hoogte, die het lachend aannemen.

Direct na vertrek vanuit Amsterdam lopen we door de trein. Vijf conducteurs in één trein, dat zal toch wat opleveren, zou je denken. In eerste instantie vooral verbaasde blikken: Waar komen al die conducteurs ineens vandaan? Maar gelukkig is er dan toch ook altijd wel weer iemand in de trein die wegloopt. Hij heeft vandaag pech: Wij zijn sneller bij hem dan de trein op Muiderpoort. Ik spreek de man aan en vraag hem om zijn kaartje. Die heeft hij niet en hij weet ook niet hoe snel hij zijn identiteitskaart tevoorschijn moet halen met zoveel conducteurs in de buurt. Ik schrijf hem zijn kaartje en op Muiderpoort kan hij eruit, maar niet voor hij me toch nog bedankt heeft.
De chef trein heeft ook iemand getroffen zonder kaartje en staat daarvoor te schrijven. Ik neem de leerlingen mee naar de achterkant van de trein, waar we op de chef trein en de mentor wachten. Die zetten er ondertussen ook nog twee personen uit die overlast veroorzaken en zo hobbelen we richting Almere.

Daar heb ik een half uur, want op de volgende Sprinter zijn ook weer meerdere onveiligheidsmeldingen gemaakt. Wanneer die trein aankomt, staat een mij wel heel bekende collega bij de trein. Er hangt een donderwolk boven zijn hoofd, maar hij lacht vriendelijk. Hij is van oorsprong Haags en dat uit zich in van alles. Ik ben nog niet bij hem of hij staat ergens in een coupé, ik loop er maar even naar toe en zie dat daar een groepje van vier mannen zit, waarvan een met ontbloot bovenlichaam.
“Zie nou eens hoe je er bij zit, man, zou je je niet even aankleden?” vraagt mijn collega aan de man.
“Ja, morgen zal ik er wel spijt van krijgen,” antwoordt hij. Ik merk op dat hij daar nu nog wat aan kan doen, maar dat is aan dovemans oren gericht. Mijn collega draait zich om en wijst naar de andere kant van de trein:
“Daar gaan wij naartoe. Ik ben er helemaal klaar mee.” We laten de trein vertrekken en lopen van het groepje weg. We praten wat met de aanwezige reizigers en voor we er erg in hebben, staan we in Oostvaarders de tijd af te wachten tot de Intercity is gepasseerd. Dan worden we via de portofoon opgeroepen:
“Collega’s richting Lelystad, er wordt achterin jullie trein gerookt,” meldt een collega die aan de andere kant staat. Mijn collega rolt met zijn ogen en zegt dat hij er op af loopt. Ik loop buitenlangs met hem op. Bij het groepje van vier aangekomen hangt inderdaad een flinke rooklucht. Mijn collega vraagt op de man af wie er heeft zitten roken en één ervan geeft dat toe.
“Mooi, kom maar mee naar buiten,” zegt mijn collega, voor een hartig woordje. Wanneer de man buiten staat, krijgt hij de wind van voren van mijn collega. De man geeft aan dat hij echter alleen een hijs nam van zijn maat, die zat te roken. Dus mijn collega weer naar binnen om die ander er ook bij te halen, die met het ontblote bovenlichaam. Maar de man die al buiten staat, vraagt om mijn aandacht.
“Als jullie me er hier uitzetten, mag ik dan alsjeblieft wel mijn jas nog pakken? Daar zit mijn portemonnee in!” Ik stel hem gerust dat wanneer mijn collega daartoe besluit hij alles wat van hem is mee mag nemen voor we vertrekken. Dan wordt zijn aandacht getrokken door wat er binnen gebeurt; de halfnaakte man dondert van zijn stoel en komt languit op de vloer te liggen. De man op het perron vindt het prachtig, mijn collega wat minder. Die komt even daarna weer naar buiten en gaat verder met de man.
“Al vanaf Amsterdam zit ik met jullie opgescheept, ben ik hartstikke vriendelijk geweest en moet je nu eens kijken. Wat verwacht je dan nog van mij?” zegt hij tegen de man. Die begint ook wel in te zien dat het nergens over gaat.
De straalbezopen man op de vloer is al nauwelijks meer aanspreekbaar. En aangezien wij ook gewoon naar huis willen, belt mijn collega voor assistentie in Lelystad. Voor onze veiligheid, maar ook voor die van de reizigers.

In Lelystad staat drie man politie op het perron, de straalbezopen, halfnaakte man wordt de trein uitgerold, waarna hij in een hoekje tegen een prullenbak aan komt te liggen. Braakneigingen maken dat het voor mijn collega en mij wel klaar is; wij lopen de trein leeg en vertrekken weer. De politie zal zorg dragen dat het groepje veilig in de door hen reeds bestelde taxi zal stappen. Met die laveloze gast in de kofferbak.

Heb je een zwakke maag of net gegeten? Sla dan het nu volgende, laatste deel van deze column over!
Het is zondagavond, met een Zwolse machinist mag ik een Intercity van Amersfoort naar Enschede brengen. De trein is erg druk, ik neem plaats in de achterste cabine. Wanneer we in de buurt van Apeldoorn komen pak ik de Railpocket erbij om de overstapmogelijkheden voor te bereiden voor mijn omroep. Op dit stuk is er echter nauwelijks dekking, dus het apparaat is flink aan het zoeken naar een verbinding. Maar terwijl hij dat doet, hoor ik dat de treinleiding leeg wordt gemaakt en er een snelremming wordt ingezet. Dat is raar; ik heb niet gehoord dat de trein te hard reed en de ATB in zou grijpen. Maar terwijl ik naar buiten kijk, hoor ik iets onder de trein door ratelen. Oh, nee... Met een schok komen we tot stilstand en dan hoor ik de machinist over de portofoon:
“Mike, we hebben een aanrijding, maar ik weet niet met wat.”
We hebben kort contact met elkaar; hij moet de treindienstleider inlichten en gaat de voorkant van de trein bekijken, ik heb vanaf het moment dat hij is gaan remmen naar buiten gekeken in het donker en weet dus ongeveer waar de aanrijding plaats heeft gevonden. Dat is waar ik naar toe zal lopen. Voordat ik dat doe, breng ik de reizigers via de omroep op de hoogte dat we een aanrijding hebben gehad maar nog niet weten waarmee. Ik hoor de reizigers op het balkon diep zuchten.

Gewapend met mijn portofoon en een noodseinlantaren klim ik de trein uit. Ik schijn eerst onder de trein, maar vind daar niks. Dan begin ik aan de lange wandeling langs het spoor. Het is compleet donker, er zijn geen lichten in deze omgeving, anders dan de sluitseinen van de trein. En mijn lantaren. Aan de andere kant van de dijk hoor ik honden blaffen. Zo kort als de trein er over doet om tot stilstand te komen, zo lang duurt het om dat hele eind weer terug te lopen. En ondertussen maar turen in het donker of dat ik iets kan zien wat we geraakt zouden kunnen hebben. Ik sta in portofonisch contact met de machinist, die me ondertussen meldt dat de hele voorkant en zijkant van de trein onder het bloed zitten. Ik meld hem terug dat ik in de sneeuw, die hier nog langs het spoor ligt, voetstappen zie staan. Ik bereid me voor op het ergste. Tegen de tijd dat ik vind dat ik wel ver genoeg gelopen heb, vraagt de machinist via de portofoon of ik al iets heb weten te vinden. Ik geef hem aan dat ik bij 81.6 loop, de kilometrage die aangegeven staat op de hectometerbordjes.
“Ja, als ik dat terugreken vanaf hier, moet dat wel ongeveer zijn waar het is gebeurd,” reageert hij. En inderdaad.

Ik tref resten aan in het spoor. Het wordt me er alleen niet duidelijker op of dat menselijke of dierlijke resten zijn, dus loop ik voorzichtig verder. Een meter of vijftig verder zie ik iets liggen naast het spoor, met mijn lantaren schijn ik erop en kan ik de spanning laten zakken: Het is een zwijn. Ik loop er naar toe om het beter te bekijken (en er zeker van te zijn dat het ook echt alleen om een zwijn gaat). Dan hoor ik iets, dus schijn ik naar de geluidswal langs het spoor. Daar glimmen twee ogen mij tegemoet; een ander zwijn staat wat nerveus naar mij terug te kijken. Die is net zijn vriendje verloren. Ik houd hem in de gaten, voor het geval hij me aan wil vallen, maar al snel draait hij zich om, om weg te lopen. Dan zie ik dat ook hij geraakt is; een groot deel van zijn huid bungelt ernaast. Voor ik er erg in heb, is het beest weggelopen. Sorry, jongen. Ik schijn nog even rond, want ik heb de voetstappen nog niet kunnen verklaren. Maar uit meer blijkt dat dit de plaats van impact is geweest; er ligt overal bloed, ingewanden zijn over een groot vlak verspreid, dit moet het wel zijn. Ik breng de machinist op de hoogte dat we in ieder geval twee zwijnen hebben geraakt, hij is toch opgelucht dat te horen en kan dat direct aan de treindienstleider doorgeven. Die heeft de treindienst gestaakt op het baanvak, net zolang totdat ik terug zou koppelen wat ik heb aangetroffen. Ik schijn nog wat meer rond en vind dan ook nog een derde zwijn dat we hebben geraakt, maar deze heeft het ook niet overleefd.

Wanneer ik in overleg terugloop richting de trein, schijnt een wit lampje mij tegemoet. Die had ik nog niet eerder gezien.
“Goedenavond! Wat is er gebeurd?” vraagt een vriendelijke stem. Het blijken de bewoners van een huis net aan de andere kant van de natuurlijke geluidswal te zijn. Ze werden geactiveerd doordat de honden aansloegen en bleven blaffen. Dat is wat ik eerder al hoorde. Ik vertel ze wat ik heb aangetroffen en de man spreekt de voicemail van de boswachter nog in, voor zover die nog niet op de hoogte gebracht zou worden via de treindienstleider en de dierenambulance die ook is ingeseind. Ik vraag ze naar de voetstappen in de sneeuw, die blijken van iemand van ProRail te zijn die recent bezig is geweest om een toekomstig hekwerk in te meten. We nemen afscheid en ik loop in het donker weer terug naar de trein, met mijn lantarentje. Ik meld bij de machinist dat ik weer in de trein ben, hij belt de treindienstleider om het protocol voor vertrek in werking te stellen en ik breng de reizigers op de hoogte van het laatste nieuws. Met de machinist heb ik heel uitgebreid besproken wat er waar te vinden is naast het spoor en op mijn aanwijzen laat de treindienstleider de trein vanuit Apeldoorn met aangepaste snelheid over het baanvak rijden. Ik heb ingeschat dat de treinen precies langs de kadavers moeten kunnen rijden zonder er last van te hebben. Wanneer de trein op aangepaste snelheid voorbij komt rijden, blijkt mijn inschatting juist; zonder te hoeven stoppen rijdt die verder richting Amersfoort. En wij trekken ook op. Met vijfendertig minuten vertraging komen we aan in Apeldoorn. Omdat de machinist en ik worden opgevangen in Deventer en er geen vervangend personeel beschikbaar is, zal de trein niet verder rijden dan Deventer. Kort na vertrek roep ik dat alvast om, zodat de reizigers daar op voorbereid zijn. Ik loop vanaf de achterkant naar de voorkant en merk dat sfeer in de trein gespannen is. Mensen kijken me enigszins verschrikt aan, maar zeggen niets.

In Deventer staat de wachtdienst ons al op te wachten: Een manager die de opvang doet. Met iets te eten en te drinken erbij vertellen we ons verhaal, gegevens worden genoteerd voor een rapport en met de eerstvolgende trein gaan we terug naar Zwolle. ‘Gelukkig’ waren het slechts zwijnen. Maar liever hadden we helemaal geen aanrijding gehad. Met zowel de machinist als mij gaat het goed; de schrik zat er wel even goed in, maar we kunnen het gelukkig goed relativeren. Het had namelijk ook totaal anders kunnen zijn...

Conducteur Mike
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 149
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth