Glibberen en glijden

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Glibberen en glijden

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 28 Nov 2016 11:22

Glibberen en glijden

De laatste weken is het een paar keer ongelooflijk glad geweest op het spoor. Een onderwerp dat in de media weer flink aandacht kreeg en op internet en sociale media breeduit belachelijk werd gemaakt. “Nu zijn het weer blaadjes die de oorzaak van de vertraging zijn” heb ik veel voorbij zien komen, alsof het een smoesje is om maar niet op tijd te hoeven rijden. Een van de ergste dagen qua gladheid was op zondag.

Om te beginnen mag ik eerst naar Heerenveen. Door werkzaamheden rijden er boven Heerenveen bussen in plaats van treinen. Om te voorkomen dat er allemaal materieelsoorten door elkaar komen te rijden, staan de treinen 50 minuten in Heerenveen. De dienst ervoor ben ik geëindigd met dezelfde machinist als die ik nu weer mee krijg. We zien echter dat de trein in eerste instantie 5 minuten vertraging heeft. Tegen de tijd dat het vertrektijd zou zijn is die al opgelopen tot 20 minuten. Uiteindelijk komt de trein in Zwolle binnen met 29 minuten vertraging. De machinist die er van af komt is niet blij; hij is al vanaf Amersfoort achter een vertraagde sprinter aan gestuurd en hij mocht er kennelijk van de treindienstleider nergens langs. Wij hebben inmiddels groen licht om naar Heerenveen te vertrekken en gaan er dus snel vandoor. Maar nog voor het tweede sein worden we al ingehaald door de trein naar Heerenveen van een half uur later. En die stopt onderweg op alle tussengelegen stations.
“Dit is niet heel erg logisch wat ze nu doen,” zegt mijn machinist. Uiteindelijk komen we 40 minuten te laat aan in Heerenveen. Snel de trein ombouwen en gereed maken voor vertrek, zodat we op tijd kunnen vertrekken.
Ik begin de trein te controleren en kom net voor Wolvega in de eerste klas. Daar zitten twee jongens volledig onderuitgezakt met een identiteitskaart in hun handen. Ze hebben zich niet vooraf in Heerenveen gemeld en ze hangen zonder te betalen brutaal in de eerste klas. Dat schiet mij in het verkeerde keelgat en in plaats van een kaartje voor ze te schrijven vertel ik ze dat ze de trein mogen verlaten en in Wolvega een kaartje mogen gaan kopen.
“Maar we pakken die boete wel, meneer!”
Ik ga geen boete schrijven, uitstappen maar. In eerste instantie weigeren ze dat, maar als ik op het perron ga staan en de machinist via de portofoon laat weten dat we nog even niet verder kunnen, kiezen ze eieren voor hun geld en stappen alsnog uit. Dat gaat natuurlijk gepaard met het nodige aan dreigementen, maar ik heb ze zomaar een boete van 50 euro bespaard! En ik kan weer verder.

Afbeelding

Tijdens de dienst krijg ik een nieuw dienstkaartje. Ik moet nog naar Den Bosch heen en weer, maar door het een en ander aan storingen en uitgevallen treinen mist de tweede conducteur op de DDZ richting Roosendaal. Tenminste, dat denk ik in eerste instantie, want het blijkt dat er door diezelfde verstoringen geen DDZ rijdt in mijn trein, maar een VIRM-IV, waar ik sowieso alleen op mag zitten als conducteur. Maar twintig minuten voor vertrek zie ik dat er niet één VIRM-IV in de trein zit, maar twee. Ik neem contact op met de bijsturing, want naast het feit dat daar wel twee conducteurs op moeten zitten, is het ook nog eens volledig onnodig om zo groot te rijden. De beide stellen moeten echter wel naar Roosendaal (waar ze naartoe op weg waren, maar door de verstoring eerder niet konden komen) om de volgende dag genoeg treinen te hebben voor de maandagmorgenspits, dus krijg ik ze allebei mee en sluiten we in overleg het achterste treinstel af. Op vertrektijd sta ik klaar met een tweede conducteur die het eerste stukje alsnog met me mee gaat en een rangeermachinist, die me beide zullen helpen het achterste treinstel af te sluiten voor reizigers. De trein is er echter nog niet; die komt een minuut na vertrektijd binnen. De reizigers op het perron zijn al door ons geïnformeerd en zodra het achterste stel leeg is, wordt die in opzending gezet, zodat de verlichting uit gaat en de deuren automatisch sluiten en dicht blijven. We kunnen alleen nog niet meteen weg; de trein uit Groningen is te laat en er is geregeld dat we de aansluiting daarvan over nemen. Al met al gaan we vijf minuten na vertrektijd weg. Met de tweede conducteur die mee gaat tot Deventer controleer ik de trein die gelukkig niet al te druk is.

Ik kom een stelletje tegen, waarvan de jongen zijn kaartje niet kan vinden. Ze komen op me over alsof ze hun verleden aan het verbranden zijn. Ze hebben nogal alternatieve kleding aan en als ik hem vraag naar het adres waar ik de boete die ik hem uitschrijf naartoe kan sturen, kijkt hij eerst mij vragen aan en dan zijn vriendin.
“Ik sta momenteel nergens ingeschreven.” Maar ik heb wel een adres nodig en hij zal er voor moeten zorgen dat het betaald wordt, want anders komt hij nog verder in de problemen. Uiteindelijk geeft hij mij het adres van zijn vader en kan ik alles afronden. Ze mogen hun verleden dan misschien verbranden en kiezen voor het ‘vrije leven’, maar over dit soort dingen hadden ze duidelijk niet nagedacht.

In de tussentijd doet onze machinist haar uiterste best om de trein fatsoenlijk van station naar station te krijgen, maar dat kost veel moeite. Het is spekglad op het spoor tussen Zwolle en Deventer. Binnenkomen in Wijhe wil nog wel, het vertrek duurt alleen veel langer. Door het vele vocht dat de spoorstaven zo glad maakt, kost het heel veel tijd om op snelheid te komen. De wielen slippen heel veel door en dat kost naast energie ook tijd, want met slippen kom je lang zo niet zo ver met een omwenteling van een wiel dan normaal. De aankomst in Olst gaat een stuk minder; de machinist heeft de remming al veel eerder in gezet dan normaal om te voorkomen dat we het perron voorbij glijden, maar als we het bord passeren waar ze 90 mag en we nog altijd 120 rijden omdat de remmen te weinig grip krijgen en we doorglijden, besluit ze een snelremming in te zetten. Daarbij worden alle remmen erop gegooid en worden ook de magneetremmen die onder de VIRM zijn aangebracht op het spoor gegooid. Op die manier komen we schokkend tot stilstand, waarvoor ze meteen via de portofoon haar excuses aanbiedt en vertelt waarom. Gelukkig stonden we ruim op tijd stil en kunnen we vervolgens voorzichtig langs het perron van station Olst tot stilstand komen.

Wanneer we in Zutphen aankomen, is onze vertraging al opgelopen tot 10 minuten. In Arnhem zitten we op 12 minuten. Aangezien veel reizigers over willen stappen op de Intercity naar Utrecht en verder, neem ik via de portofoon contact op met de conducteur van die trein. Hij zegt toe heel even te wachten met vertrek, waarna ik de reizigers in mijn trein kan melden dat als ze snel zijn ze de trein naar Utrecht nog kunnen halen. Daar zijn ze duidelijk blij mee:
“Bedankt, conducteur!” en ze rennen weg in grote getalen.
Dan vangt het glibberen en glijden weer aan.

In Nijmegen hebben we vijftien minuten vertraging. De treindienstleider heeft besloten de Sprinter naar Den Bosch voor ons uit te sturen, dus daar hobbelen we achteraan. De machinist roept dat netjes om, terwijl ik twee dames een kaartje sta te schrijven. Toen ik de coupé in kwam lopen stonden ze op en dachten weg te kunnen lopen. Maar ik heb ze door en roep ze terug. Twee paspoorten komen tevoorschijn en ik kan ze op mijn gemak een kaartje schrijven; we rijden toch niet zo hard, dus ik heb de tijd. Als ik even later voorin bij de machinist kom, legt hij me uit dat de treindienstleider heeft toegezegd ons vanaf de enkelsporige spoorbrug bij Ravenstein via het linkerspoor om de Sprinter heen zal sturen.
“Dat is natuurlijk een mooi plan, maar voordat ik die trein weer op snelheid heb...” voegt hij er aan toe. Vanaf Ravenstein rijden we inderdaad linkerspoor en na een snelle stop in Oss mogen we de Sprinter passeren. Eerst een stuk langzaam tot aan het wissel, dan door het wissel en dan proberen op te trekken. Dat kost veel tijd.

Met veel hangen en wurgen komen we uiteindelijk 28 minuten later aan dan gepland in Den Bosch. Ik draag de trein over aan de nieuwe conducteur die hem mee neemt naar Roosendaal en ik loop meteen daarna weg. Ik heb namelijk 29 minuten overstaptijd in Den Bosch om de trein terug naar Zwolle te halen en daarvan is er nu nog 1 minuut over. Maar ik heb al gezien dat de trein iets te laat is, dus ik bel met de Bijsturing om door te geven dat ik even snel naar het toilet ga en mijn water aan ga vullen, want ik moet ook weer twee uur terug. De bijstuurder zal het aan de machinist doorgeven. Wanneer ik vervolgens op het perron aan kom, staat de trein er net twee minuten. Ook die was te laat. Als ik onderweg bij de machinist kom, hoor ik waarom:
“Moet je je voorstellen, tussen Roosendaal en Etten-Leur heb ik 10 minuten vertraging opgelopen. Tien minuten! Het was zó glad, dat ik gewoon niet boven de 70 uit ben gekomen.”

Dus de volgende keer dat je misschien denkt dat blaadjes op de rails een smoesje zijn; dat is echt niet zo. Vocht tussen staal en staal zorgt voor gladheid. Daardoor komt een trein veel moeilijker op snelheid en duurt het langer om ergens te komen.

Terwijl ik onderweg ben met de Sprinter van Enschede naar Apeldoorn komt er een bericht binnen over een beschadigd spoorviaduct tussen Rijssen en Deventer. Een vrachtwagen heeft een spoorviaduct geramd en nu moet een monteur er naartoe om te onderzoeken of de brug ernstig beschadigd is en of de treinen er nog wel veilig overheen kunnen rijden. Of niet. Maar op het moment dat zoiets gebeurt, moet de monteur gebeld worden en eerst naar de specifieke brug toe. In de tussentijd kunnen er om veiligheidsredenen geen treinen overheen rijden; het viaduct zal maar op instorten staan! Op dat moment kom ik in Almelo aan. Via de omroep vertel ik de reizigers alvast dat we misschien niet verder zullen rijden dan Rijssen. In Almelo staat het perron vol met mensen die richting Deventer willen reizen. Zodra iemand me uit de trein ziet stappen, word ik bijna bestormd door mensen die iets willen weten. Dit is echter precies het moment waarop er nog niks te vertellen valt: Het is nog maar net gebeurd en de schade moet nog onderzocht worden. Het kan best zijn dat over vijf minuten de monteur ter plaatse is geweest en de treinen weer veilig kunnen rijden, maar voor hetzelfde geld staat de monteur in de file en duurt het nog een paar uur, zeker als het viaduct echt beschadigd blijkt te zijn. Ik adviseer mensen voor Deventer om bij mij in te stappen en reizigers richting Nijmegen via Hengelo te reizen. Daarna vertrekken we. Net voor Wierden komt het verlossende bericht: Wij kunnen niet verder rijden dan Rijssen, want de monteur is nog niet ter plaatse. Ik adviseer de reizigers voor Deventer via de omroep om in Wierden over te stappen op de trein naar Zwolle. In Wierden aangekomen stroomt de trein zo goed als leeg. Wanneer de trein uit Zwolle binnen is gekomen en de reizigers overstappen op mijn trein roep ik voor vertrek nog een keer om dat we niet verder gaan dan Rijssen en als er dan nog een handvol mensen uit is gestapt, gaan we verder richting Rijssen.

In Rijssen aangekomen blijkt de internationale Intercity naar Amsterdam gedeeltelijk langs het perron tot stilstand gekomen te zijn. Net nadat de melding van het aangereden viaduct doorkwam, kwam de trein uit Berlijn voor het rode sein bij Rijssen tot stilstand. Nadat ik mijn reizigers heb verteld hoe het ervoor staat en ze heb verteld dat zolang ik niks weet ze nog even in de warme trein kunnen blijven zitten, krijg ik te horen dat we nog 20 minuten langs het perron zullen staan en dan terug gaan naar Enschede. Ik praat wat met de Duitse barman van het barrijtuig, die ook zijn schouders ophaalt. “Das passiert,” zegt hij. Inderdaad, kan gebeuren.
Dan gaan er twee deuren open van de Intercity langs het perron en stapt de Nederlandse conducteur uit. Ze openen de deuren voor rokers die op het perron de mogelijkheid krijgen om even te roken. De trein staat er ondertussen al even, dus er komen de nodige mensen het perron op om te paffen. Kort daarna praat ik wat met de conducteur, die me vraagt of ik misschien een reiziger van hem over wil nemen die nogal gepikeerd is en richting Nijmegen wil reizen. Dat wil ik wel, waarna er in de trein omgeroepen wordt of die reiziger over wil stappen. Meteen daarna wordt er in de Intercity omgeroepen dat reizigers voor Zutphen, Arnhem en Nijmegen sowieso beter met mij mee kunnen, om maar onderweg te zijn. Niemand weet hoe lang het nog gaat duren. Dat levert nog veel meer reizigers op die de overstap maken, waarna wij ook kunnen vertrekken richting Enschede. In Hengelo stapt de hele club over op de trein naar Zutphen en gaan wij verder. Kort nadat ik in Enschede aan ben gekomen, komt de melding door dat de monteur het groene licht heeft gegeven; het viaduct is niet beschadigd en de treinen kunnen er veilig overheen rijden.

Conducteur Mike
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 154
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth