Drie dagen werken

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Drie dagen werken

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 14 Sep 2015 11:26

Drie dagen werken

Er zijn weken waarin ik geen idee heb wat ik zou moeten schrijven voor mijn column. Er zijn echter ook weken dat ik meer dan genoeg keuze heb uit onderwerpen om over te schrijven en waarbij ik zelfs dingen weg moet laten om het niet een al te lang verhaal te laten worden. Zoals deze keer.

Het is maandag. Vanuit Den Haag mag ik de Sprinter naar Breda brengen. Voor de meeste treinen heb ik een soort plan van aanpak, omdat dat het beste bevalt. Soms wijk ik er van af, soms houd ik me er strak aan en soms komt het er gewoonweg niet van. Normaal begin ik achteraan, deze keer komt het zo uit dat ik een keer vooraan begin met controleren. Niet vragen waarom, dat deed ik gewoon. De vierde persoon die ik controleer is een jongeman met een chipkaart, die netjes is ingecheckt. Ik geef hem zijn kaart terug en ik wil doorlopen. Maar dan zegt hij: "Misschien een stomme vraag, maar wilt u er even bij blijven?" Ik kijk hem aan en vraag hem wat er aan de hand is. "Ik voel me niet lekker..." is zijn antwoord. Hij ziet behoorlijk bleek en hij zit ook op een bepaalde manier onderuitgezakt. Ik stel hem wat vragen en hij geeft aan last te hebben van pijn op zijn borst. Met zijn hand geeft hij aan waar en vertelt erbij dat hij last heeft van tintelende handen. Meestal geen goede voortekenen. Maar de jongen is vrij helder en kan me duidelijk vertellen wat hij vandaag gedaan heeft, hoe hij zich voelt, wanneer dat gevoel veranderd is en ik krijg allerlei informatie waar ik wel wat mee kan. Ik schat de situatie voorzichtig in en vraag om assistentie in Rotterdam. Maar terwijl ik aan het bellen ben, kijk ik de jongen nog een keer aan en ik zie dat hij zienderogen achteruit holt. Ik laat de assistentie vervroegen naar Delft. Dat doe ik liever niet, want als er echt iets aan de hand is en de situatie wijzigt, dan heb ik, net als iedere andere reiziger in de trein, geen bereik met mijn telefoon. Maar omdat ik de jongen op deze manier Rotterdam niet zie halen, besluit ik dat Delft toch de betere optie is. Ik meld de centrale dat we daar wachten en dat ze ook echt moeten komen, want ik zal niet bereikbaar zijn. Er wordt mij op het hart gedrukt dat de ambulance echt in Delft zal komen. Als ik dat aan de reiziger vertel, klaart hij op de een of andere manier toch wat op. "De vlekken voor mijn ogen zijn nu ook weg," zegt hij. Ik praat wat met hem en ik roep naar de andere reizigers om dat het even wat langer duurt in Delft omdat er een ambulance bij de trein moet komen. Drie minuten na vertrektijd komen er twee ambulancebroeders de trein in. De jongen kan uit zichzelf opstaan en de trein uit lopen, bedankt me en loopt met de broeders mee. Wij gaan met vijf minuten vertraging verder en zijn in Dordrecht alweer op tijd.

Later die avond rijd ik de laatste Intercity van Vlissingen naar Zwolle. Aangezien er op die trein in het verleden de nodige moeilijkheden met reizigers zijn geweest, zit ik er samen met een collega op. We beginnen in Amsterdam te controleren. Ter hoogte van Diemen remt de trein ineens af en meldt de Zwolse machinist me dat er aan de noodrem getrokken is. Hij neemt de noodremming over en zet de trein voor de zekerheid langs het perron stil. We gaan terug, want het schijnt in de voorste bak te zijn. Boven, de verdieping waar mijn collega heeft gecontroleerd. Onderweg komen we een jongen tegen die in de eerste klas staat en een vreemde indruk op mij maakt. Voorin de trein is niets vreemds te vinden, behalve een bediende noodremtrekker. We besluiten verder te rijden. Maar ik zeg nog wel tegen mijn collega dat ik die jongen even in de gaten wil houden. Prompt komen we hem iets verderop tijdens het controleren weer tegen. Althans, ik. Ik vraag hem om zijn kaartje, waarop hij naar mijn collega wijst en zegt: "Maar je collega heeft het al gezien." Omdat ik een vreemd gevoel heb bij deze jongen, besluit ik dat te negeren en hem naar zijn kaartje te vragen. Hij geeft me een enkele reis van Lelystad naar Rosmalen. Als ik zeg dat dat niet het goede kaartje is, begint hij te zoeken. In de tussentijd komt mijn collega erbij staan. De jongen geeft aan het kaartje niet te kunnen vinden, dus vraag ik hem naar zijn identiteitsbewijs om hem een kaartje uit te kunnen schrijven. Dat ziet hij niet zo zitten en dus zegt hij: "Ik ga nog wel even naar het kaartje zoeken." En zo lopen we voor de zoveelste keer terug naar de voorkant van de trein, achter hem aan, om hem in de gaten te houden. Daar is hij duidelijk niet van gediend, want hij zegt wel drie keer tegen mijn collega: "Je hoeft toch niet steeds achter me aan te lopen?" Maar wij weten wel beter. In Almere komen de collega's van Veiligheid&Service erbij en dan valt toch eindelijk het kwartje: Hij wil ineens cash betalen. Dat is dan 54,50, meneer. Wij hebben onze beweging wel weer gehad. En ik heb mijn bijdrage weer kunnen leveren door de jongen met de pijn op de borst te begeleiden. Een goed begin van de week!

Afbeelding

Na de maandag komt de dinsdag en ik ben laat op de avond op pad met de Sprinter van Amersfoort naar Zwolle. In Amersfoort stappen er twee collega's van Veiligheid&Service op om me te begeleiden naar Zwolle. We controleren de trein en we komen een van mijn vaste klanten tegen. Voor de zoveelste keer schrijf ik hem een boete uit, mijn collega van V&S helpt me daarbij. Voor Nijkerk hebben we de trein helemaal gecontroleerd en ik kan beginnen aan mijn administratie. Als we vervolgens in Ermelo aankomen en ik de deur open, staat er, midden in de nacht, een jongetje van een jaar of twaalf voor me. "Meneer? Ik zou bij een vriendje blijven slapen, maar we hebben ruzie gekregen en nu moet ik terug naar mijn vader in Heerenveen." Ik sta even een seconde versteld van het jonge kind dat voor me staat, maar ik zeg hem dat hij dan maar gauw in moet stappen en even bij ons moet komen zitten, dan regelen we wel wat. Hij komt bij ons zitten en ik stel hem een paar vragen. Hij vertelt zijn naam, dat hij dertien is en iets uitgebreider over de ruzie en dat hij nu naar zijn vader wil. Ik vertel hem dat we een hoop voor hem kunnen regelen, maar dat hij op dit tijdstip niet meer in Heerenveen kan komen. Als ik hem vraag of hij een telefoon bij zich heeft om zijn vader te bellen, antwoordt hij dat hij die niet heeft. Het aanbod om met mijn telefoon zijn vader te bellen slaat hij ook af, want hij weet het nummer niet. Ergens gaan er bij mij wat alarmbelletjes rinkelen. Als ik hem zijn adres vraag, zodat ik kan achterhalen wat het telefoonnummer is, zegt hij die ook niet te weten. Dan weet ik het zeker: Foute boel.
Ik bel onze Veiligheidscentrale om te vertellen wat er gaande is. Die regelen politieassistentie in Zwolle. Dan vraagt de jongen me of dat er politie komt, want daar is hij niet zo dol op. Als ik hem vraag waarom, zegt hij dat hij wel eens in aanraking is gekomen met de politie omdat hij met stenen heeft gegooid. Ik zeg hem daarop dat als er politie komt, dat is om hem te helpen en niet om boos op hem te worden dat hij ooit met stenen heeft gegooid. Dat stelt hem enigszins gerust.
We hebben onze handen vol aan hem, want hij stelt allemaal heel intelligente vragen over ons werk, vraagt of we het niet eng vinden in het donker en vertelt terloops wat over zijn gezinssituatie. Lichtelijk tegenstrijdig hier en daar, maar de blikken die ik met mijn collega's uitwissel geven aan dat we hetzelfde denken.
In Zwolle komen er twee agenten aan, nadat we de jongen een kopje thee hebben aangeboden. De agenten zijn iets rechter door zee en hebben binnen een minuut uit hem dat hij inderdaad is weggelopen van zijn woongroep. Ze bellen wat rond, melden aan de woongroep dat hij gevonden is en dat ze hem hoogstpersoonlijk even thuis komen brengen. We nemen afscheid van hem en de agenten en dan kunnen wij ook naar huis. Maar niet voordat er een collega van V&S binnen komt lopen en ons weet te melden dat het jochie net daarvoor op Facebook is geplaatst. Hij is namelijk al sinds afgelopen vrijdag zoek... Met een voldaan gevoel ga ik naar huis.

De dag erop is... woensdag! Via Facebook bereikt mij het verschrikkelijke bericht dat een collega conducteur uit Nijmegen die nacht is overleden aan een hersenbloeding. Dat hakt er wel even in, want ik ken de collega redelijk goed en ben vaak met hem op stap geweest op de trein. Het doet je beseffen dat het leven ineens voorbij kan zijn (wat me doet terugdenken aan die jongen met pijn op de borst) en dat stemt toch niet altijd even vrolijk.
Die middag sta ik in Amsterdam te wachten op de trein naar Den Helder. De trein komt binnen en er stapt een Nijmeegse conducteur uit de trein. Hij gaat met me mee naar Alkmaar. Ook met hem kan ik erg goed en ik informeer naar de situatie in Nijmegen. Die schijnt behoorlijk in mineur te zijn. De collega geeft aan dat ze onderweg al wel wat aan de trein hebben gedaan, maar alleen het ene treinstel, het andere stel zijn ze niet aan begonnen. En dat kan ik me heel goed voorstellen. Het is spits, het is druk en op dat moment vind ik het belangrijker om met de Nijmeegse collega te praten over de overleden collega en wat het allemaal met zich meebrengt op een standplaats. Na Alkmaar neem ik even tijd voor mezelf om alles te overdenken en ik zorg ervoor dat de trein tot op de seconde nauwkeurig op tijd rijdt en dat iedereen veilig in- en uit kan stappen.

Net achter ons is er tussen Uitgeest en Alkmaar een seinstoring ontstaan, waardoor mijn trein terug niet verder zal rijden dan Alkmaar. Kort voor vertrek stel ik de reizigers daarvan op de hoogte. Als ik dan een stukje van de trein heb gecontroleerd, komt het bericht door dat de seinstoring voorbij is en we weer gewoon doorrijden naar Nijmegen.
Aangezien er ook op deze trein in het verleden problemen met reizigers zijn geweest, stapt er in Utrecht een Arnhemse conductrice bij me in. Samen controleren we de trein nog een keer. Ik kom een jongedame tegen die in Haarlem vergeten is in te checken en dat in Amsterdam recht heeft willen zetten door dat alsnog te doen, maar doordat ze dat aan de verkeerde kant van het poortje heeft gedaan, is ze opnieuw uitgecheckt. Ik schrijf haar een kaartje met de vermelding dat de Klantenservice dat met haar moet verrekenen. Mijn collega komt twee dames tegen die ergens een stap hebben overgeslagen en nu dus niet zijn ingecheckt. In Veenendaal de Klomp mogen de dames nog inchecken van haar, dus tijdens het stationnement houdt zij de dames in de gaten. Ik kijk naar de voorkant van de trein, waar een jongen met een blauwe sporttas bij de voorste deur in wil stappen. Maar dan ziet hij mij en hij loopt recht op me af, om straal langs me heen te lopen, de trein in. Ik zeg goedenavond en wil hem vragen naar zijn kaartje, want zijn lichaamstaal verklapt dat hij wat te verbergen heeft. Maar hij negeert me en loopt verder de trein in. Ik vergrendel de deuren en vertel de conductrice, die de dames alweer heeft in zien stappen, dat ik die jongen toch nog even naar zijn kaartje ga vragen. Hij loopt voor me uit, maar ter hoogte van de eerste klas kan hij me niet meer negeren. Ik vraag hem zijn kaartje. Hij begint te horten en te stoten dat hij die niet heeft. Prima, gaan we er een voor je maken. Maar dat wil hij niet 'in deze drukte', dus we lopen door naar het balkon. Daar sputtert hij tegen, vindt hij het maar raar dat ik uitgerekend hem een kaartje vraag en wil hij zijn identiteitskaart niet geven. Ik vraag hem waar hij naartoe wil. "Naar Ede." Zodra ik me als buitengewoon opsporingsambtenaar heb gelegitimeerd en zijn identiteitsbewijs heb gevorderd, geeft hij nog steeds niks. Prima, dan bel ik wel om politieassistentie. Op dat moment denkt hij nog dat ik een grapje maak, maar als ik de machinist vervolgens vraag om de deuren in Ede-Wageningen gesloten te houden, slaat de sfeer om. Met een hoop geschreeuw krijg ik ineens zijn identiteitskaart in mijn handen gedrukt. Er komt een grote mond bij en mijn collega probeert hem wat te kalmeren. Dan zegt hij: "Kun je dat kaartje niet naar Arnhem maken?" Inderdaad, dat kaartje ga ik niet naar Arnhem maken. Jij zegt dat je naar Ede wilt, prima, krijg jij een kaartje naar Ede. Net voor aankomst in Ede-Wageningen meld ik de machinist dat hij de deuren mag openen en iedereen kan gewoon uitstappen. Als we dan buiten staan en ik hem zijn bon geef, vraag ik hem ook meteen of hij nog een verklaring op wil geven voor het niet tonen van een identiteitsbewijs op eerste vordering, want daar krijgt hij ook een bon voor. "Ik heb hem toch gegeven?" vraagt hij uiteindelijk, op boze toon. Ja, nadat ik de politie heb gebeld, ja. "Oh, jongen, ik kan je nu wel..." Ja, ja, maak nu maar dat je weg komt, want de politie is nog altijd voor je onderweg... Hij loopt weg en gaat op het eerste bankje dat hij tegenkomt zitten. Wij vertrekken met de trein en we gaan zitten. Ik bel de politie af en meteen daarna de conductrice die op de volgende trein zit. Ik vertel haar over het opgewonden standje en dat hij een kaartje heeft gekregen van Veenendaal-de Klomp naar Ede-Wageningen, maar dat hij naar Arnhem wil. Maar hij is op het bankje gaan zitten en het zag er niet naar uit dat hij een kaartje naar Arnhem ging kopen. De conductrice geeft aan dat ze het in de gaten zal houden. Wij komen mooi op tijd in Arnhem aan en ik ga alleen door naar Nijmegen.

In Nijmegen hangt er inderdaad een bedompte sfeer, vanwege de overleden collega. Er is een tafel ingericht met wat kaarsen en een foto en er ligt een condoleanceboek. Ik schrijf er wat in en eet daarna wat brood. Dan komt de conductrice binnen van de volgende trein. Ze komt toevallig bij mij aan tafel zitten en als ze ziet dat ik de administratie aan het doen ben van de jongen met de blauwe sporttas, zegt ze: "Nou, ik ben uitgestapt, ik zag hem opstaan en naar me kijken en ik heb alleen maar met mijn wijsvinger duidelijk gemaakt dat hij zonder kaartje maar niet in moest stappen. Toen ging hij weer zitten op het bankje." Samen lachen we er om.

En zo heb ik drie dagen achter elkaar gewerkt, met compleet verschillende gevoelens. Het ene moment word je uitgescholden, het andere moment voel je je triest om het overlijden van een collega, aan de andere kant heb ik me nuttig gevoeld door het begeleiden van de jongen met de pijn op de borst en ben ik met een heel goed gevoel naar huis gegaan toen we het vermiste jongetje konden overdragen aan de politie. Al met al drie dagen met van alles en nog wat, even tijd voor een dagje rust!

Mikos, Hoofdconducteur
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken (behalve in de zomer) verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 162
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth