Twee kanten van de medaille

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Twee kanten van de medaille

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 25 Mei 2015 09:41

Twee kanten van de medaille

De laatste tijd komt het werk van conducteur vrij negatief in het nieuws; overal agressie, waar door de media natuurlijk enorm het vergrootglas op wordt gelegd als het eenmaal nieuws is. Het is iets waar je soms tegenaan loopt. En hoe je dan ook je best doet om een situatie tot een goed einde te brengen, het lukt gewoon niet. En dan loopt het wel eens uit de hand. Als je kijkt naar het aantal contactmomenten dat je als conducteur op een dag hebt valt het aantal boze reizigers reuze mee, maar agressie kan wel een enorme impact op je hebben.

Afbeelding

Ik ben onderweg van Zwolle naar Groningen met de Sprinter. In Assen aangekomen stap ik achteraan uit om naar de voorkant te lopen en de trein te controleren. Er staat een man met zijn fiets om in te stappen. Terwijl ik uitstap, zeg ik: "Goedenavond!" De man zegt niks terug. Rare snuiter. Ik begin mijn controleronde en iedereen in de trein is voorzien van een geldig vervoerbewijs. Dan kom ik op het achterste balkon. Ik zie de fiets staan aan de verkeerde kant, voor de deur van de machinist. De man zit op een klapstoeltje. Ik zeg hem nogmaals goedenavond en meld dat ik het vervoerbewijs kom controleren.
"Ik heb het laten vallen," is het eerste dat de man zegt. Tsja... Dan ga ik een kaartje voor meneer schrijven. "Maar ik heb het laten vallen, meneer." Ja, dat heb ik verstaan. Ik vraag de man om zijn identiteitsbewijs. Die heeft hij niet, zo zegt hij. Dan komen we er vast wel uit. Ik vraag de man waar hij naartoe moet. Hij geeft als antwoord een bestemming waar NS niet rijdt, dus zeg ik hem dat ik een kaartje tot aan Groningen voor hem kan schrijven. Ik vraag de man naar zijn gegevens en die schrijf ik op. Als ik hem naar zijn geboortedatum vraag, geeft hij ineens geen antwoord meer en wil hij weten waarom ik hem maar een kaartje tot aan Groningen schrijf. Ik leg hem uit dat het laatste gedeelte van zijn reis met Arriva wordt afgelegd en daar kan ik geen kaartjes voor schrijven. Ik vraag de man tot driemaal toe om zijn geboortedatum, maar hij blijft bakkeleien over het feit dat ik hem geen kaartje naar zijn eindbestemming schrijf. Ik heb ondertussen allang begrepen wat hij probeert, dus meld ik hem dat rekken geen zin heeft en dat als hij niet alsnog meewerkt, ik om assistentie moet vragen. Dat interesseert hem kennelijk weinig, want zodra ik hem nogmaals om zijn geboortedatum vraag, begint hij weer over zijn eindbestemming. Ik vraag telefonisch na of de gegevens die de man heeft opgegeven juist zijn en uiteindelijk weet hij ook zijn geboortedatum aan me te geven. We komen aan in Haren en het balkon is gevuld met reizigers die uit willen stappen. De man zonder kaartje pakt zijn fiets en begint in mijn oor in een andere taal een bepaald woord te zeggen. Ik geef hem aan dat we gewoon Nederlands spreken en dat ik er niet van gediend bent dat hij me uit staat te schelden. De man ontkent dat hij me uit staat te schelden. Een andere reiziger krijgt de ontstane sfeer op het balkon mee en vraagt me of hij nog even moet blijven staan voor de zekerheid. Ik bedank de man met een glimlach en zeg dat hij gewoon naar huis kan gaan. Maar de zwartrijder reageert daar verkeerd op en begint te sissen: "Wat ga je blijven staan?" Ik voel dat het de verkeerde kant op gaat en reageer verder niet meer. De reiziger stappen uit en ook de man met zijn fiets. Eerst nog even met zijn voorwiel tegen mijn beide knieën aan, maar als ik daar niet op reageer, staat hij uiteindelijk toch op het balkon. Iedereen is uitgestapt, dus ik fluit en sluit de deuren. Maar terwijl de andere deuren dicht gaan, vindt de man het nodig om mij te bespugen. Ik voel het in mijn gezicht en ben nu wel klaar met de man. Ik stap de trein uit, loop op hem af en meld hem dat ik hem bij dezen aanhoud. Een passerende reiziger blijft staan, vraagt aan mij of ik zijn hulp kan gebruiken en meldt dat hij gezien heeft wat de man deed. Ik vraag telefonisch om politieassistentie en binnen vijf minuten lopen er twee agenten het perron op. Ze nemen de man mee naar het bureau, noteren de gegevens van de getuigen en ik neem de trein verder mee naar Groningen, waar we een kwartier te laat aankomen. Daar spreek ik met een aantal collega's die precies weten over wie ik het heb als ik de man omschrijf. De man staat bekend als een lastige zwartrijder en ook ik heb vandaag kennis met hem mogen maken. Nadat de agenten op het perron aankwamen, wezen ze me op mijn broek, waar een dikke fluim spuug langzaam zijn weg naar de grond aan het zoeken was. Allemaal bewijsmateriaal. Ik maak een proces-verbaal van aangifte op en moet verder afwachten hoe de zaak zal worden afgehandeld. Vaak heeft zoiets een doorlooptijd van een half jaar, omdat de politie alles na moet gaan. In de tussentijd is het hopen dat ik de man voorlopig niet weer tegenkom.

Maar als conducteur is het gelukkig niet alleen maar kommer en kwel. Soms loop je een situatie in waar je in eerste instantie niet het idee van hebt dat je er iets mee kunt, maar met het vakmanschap dat je door de jaren heen opbouwt krijg je ook voelsprieten. En die komen nog wel eens van pas.
Ik ben aan het controleren in de Intercity van Amsterdam naar Dordrecht. Ik kom een balkon op, waar een jongen en een meisje op de stoelen zitten en er zit een meisje op de trap. Zodra ik het balkon op kom, staat het meisje op de trap meteen op en loopt weg. Ik kijk even goed naar haar en besluit niet achter haar aan te gaan. Ik neem haar wel in me op, voor het geval ik haar verderop nog tegen mocht komen. Ik controleer de twee die op de stoelen zitten en vervolg mijn controleronde. Als ik de hele trein gecontroleerd heb, loop ik voor de zekerheid nog een rondje door het achterste rijtuig. Iets zint me niet. En ja hoor, op de laatste stoel zit ze. Ik ga naast haar staan en vraag haar om haar kaartje.
"Ja, mijn moeder zit hier ergens beneden, die heeft de kaartjes." Ze prutst wat met haar telefoon en doet alsof ze haar moeder belt. Maar als je niet echt belt, neemt ze ook echt niet op. Als ik zeg dat ik haar halverwege de trein ook al heb zien lopen en dat ze haar moeder dan echt al wel tegen was gekomen, valt het toneelstuk al ineen. Ik pak mijn boekje en begin te schrijven. Ik vraag haar waar ze is ingestapt en waar ze naartoe wil.
"Naar Rotterdam, naar mijn vader." Aha. Als ze me haar naam en geboortedatum heeft gegeven, blijkt het meisje dertien te zijn. Ergens gaat er een belletje rinkelen. Ik besluit wat door te vragen, want ik vind het raar dat een dertienjarig meisje zonder kaartje in de trein zit op weg naar haar vader. Met iedere vraag die ik stel, geeft ze een eerlijk antwoord. Maar het verhaal wordt per gegeven antwoord aparter en ondertussen gaan bij mij alle alarmbellen af. Ik kom te weten dat ze haar vader maar eens in de vijf jaar ziet en dat haar moeder van niets weet. Ik heb onze Veiligheidscentrale al aan de telefoon en deel mijn onderbuikgevoel. We besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en dus laat ik het meisje onderweg door mijn collega's van Veiligheid&Service ophalen. Als de collega's naast me staan, leg ik aan haar uit dat ik me ernstig zorgen over haar maak en dat ik niet de tijd en middelen heb om alles wat ze me verteld heeft na te gaan. Ze wil de trein niet uit en schiet bijna in tranen.
"Maar ik wil gewoon naar mijn vader toe!" Toch loopt ze met de collega's mee de trein uit. Als ik even later de Veiligheidscentrale aan de telefoon heb, krijg ik te horen dat het meisje aan de politie zal worden overgedragen, een standaard procedure bij dit soort situaties. Later op de avond spreek ik de collega's van Veiligheid&Service nog even. Het meisje is meegenomen naar het bureau, waar haar moeder is gebeld die haar vervolgens op zou komen halen. De politie vermoedt het werk van een loverboy.
En of dat waar is, dat zal ik nooit te weten komen. Maar ik moet er niet aan denken dat een meisje van die leeftijd op weg is naar wie dan ook met aparte plannen. Laat staan dat het je dochter zou zijn. Ik ben wel ontzettend blij dat ik naar mijn gevoel heb geluisterd en heb ingegrepen. Al was het maar voor haar moeder, zodat die te weten zou komen waar haar dochter zou zijn.

Zo zie je maar weer: het werk van een conducteur is niet altijd even leuk of prettig, maar er zijn gelukkig veel meer momenten waarop je wel bij kunt dragen en je wel met een goed gevoel naar huis kunt gaan aan het einde van de dienst!

Mikos, Hoofdconducteur
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 156
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth