Buitendienststelling

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Buitendienststelling

Berichtdoor Mikos » Ma 03 Mei 2021 11:10

Buitendienststelling

Er zijn geplande werkzaamheden vanaf Wierden richting Enschede. De Sprinter uit Apeldoorn, de Intercity uit het westen en de stoptrein van Keolis uit Zwolle komen in Wierden tegelijkertijd samen, lopen leeg en de reizigers stappen over op de gereedstaande bussen. Om voor begeleiding te zorgen ben ik ingepland op zondagavond in Wierden te staan. Ik ben er ruim op tijd, zodat de dagdienst iets eerder naar huis kan. De dagdienst bestaat uit een collega van een andere standplaats, maar uit slechts een dorp verderop, die ik voorheen regelmatig trof, maar die ik sinds de lijn naar Enschede is overgenomen door Keolis vrijwel nooit meer tegenkom. Ze ontvangt me enthousiast, is blij me te zien en draagt de belangrijke zaken die spelen aan de machinist met wie ik er vanavond sta en mij over.

Daarna staan we wat te keuvelen, terwijl ze ineens naar drie jongeren wijst, een meisje en twee jongens, elk met een fiets in hun handen.
“Oh ja,” zegt ze, “deze drie willen met de fiets met de bus mee. Ik heb ze al verteld dat dat eigenlijk niet de bedoeling is en ze zijn er al mee akkoord dat het risico bestaat dat ze niet mee kunnen met de fiets. Als de volgende bus ze niet mee kan nemen, dan laten ze de fietsen hier en halen ze die op een later moment op.”
Achter ons komen er twee bussen aangereden. De collega stapt op de drie internationale studenten af, ik loop richting de bus om de reizigers te onthalen.
Alles verloopt soepel, de reizigers stappen uit, de buschauffeur gaat akkoord met het meenemen van de fietsen omdat er voldoende ruimte is in de laadruimte en het drietal laadt de fietsen in.
Ik sta de andere kant op te kijken wanneer de buschauffeur kort erna aan niemand specifiek vraagt of dat de drie zelf niet mee gaan. Een moment van totale verwarring.
Ik kijk de collega’s aan en zie dat het drietal inderdaad wegloopt van de bus. Vier verbaasde blikken volgen het drietal. Denken ze dat we een wegbrengservice hebben en dat ze in Enschede netjes door de buschauffeur in het fietsenrek worden gezet? Of dat de fietsen daar worden opgehaald door hun vrienden? Zijn het fietsen die gejat zijn en zo snel mogelijk moeten worden verplaatst?
De vrouwelijke collega loopt in hun richting en vraagt ze hardop waar ze naar toe gaan.
Ah, ze gingen inchecken bij het paaltje verderop om vervolgens alsnog in te stappen...

Ramadan
De Ramadan is weer begonnen, de vastenmaand voor moslims. Normaal wel altijd een maand dat ik een beetje op mijn hoede ben om te voorkomen dat ik overdag uitgebreid ga zitten eten in het bijzijn van een vastende moslim-collega, want ondanks dat het niet mijn geloof is en ik niet mee doe vind ik het wel zo gepast een beetje rekening met anderen te houden. In de hoop dat ze dat ook met mij doen wanneer ik ergens een keer aan mee doe. De vastende collega's reageren altijd heel vriendelijk dat ik me niet hoef aan te passen aan hen, maar voor de solidariteit probeer ik het toch.

Aangezien het personeelsbestand gevormd wordt door mensen van vele verschillende afkomsten ieder jaar een feestje voor iedereen wanneer het Suikerfeest begonnen is. 'Vroeger' hadden we een Turkse perronopzichter, die wanneer het Suikerfeest was begonnen steevast een enorme plaat met baklava neerzette, van die mierzoete hapjes van bladerdeeg die doordrenkt zijn met honing. Waarvan het glazuur van je tanden springt, maar ik vind ze geweldig lekker. De collega is vorig jaar met pensioen gegaan, dus ook de hapjes blijven helaas weg. Maar, niet getreurd...

Het is dinsdagavond en ik mag een Sprinter van Utrecht naar Den Bosch brengen. Ik controleer de reizigers in de trein en ik kom bij een Marokkaanse jongedame. Nadat ik haar chipkaart gecontroleerd heb, loop ik verder. Maar ze is nog niet klaar met me;
"Meneer?"
Ik neem de kaart van de volgende reiziger alweer aan, geef die na controle terug en draai me om, om terug te lopen naar de jongedame.
"Wilt u misschien een heerlijk Marokkaans koekje proeven?"
Ze heeft een doorzichtige bak in haar handen vol met koekjes. En ze is zichtbaar trots, terwijl ik even sta te twijfelen; normaal neem ik al niet zo snel iets aan in de trein (want je weet nooit wat er mee is uitgespookt) en helemaal nu met Corona ben ik extra voorzichtig.
"Ze zijn echt lekker!" probeert ze me te overtuigen.
"Ik geloof je meteen," begin ik.
"Maar?" vraagt ze.
Ik pak door mijn spencer een voorzichtig vetrolletje vast, waarop ze begint te lachen. Ze opent de doorzichtige bak en weet me te overtuigen. Ik trek de handschoen die ik voor de controleronde aan heb uit, pak een van de koekjes aan en stop die in mijn jaszak.
"Dan eet ik hem zometeen op, want dat gaat hier midden in de trein een beetje moeilijk."
Dat beaamt ze, ik bedank haar en vervolg mijn weg.

In de cabine aangekomen, doe ik mijn mondkapje af en eet het koekje met smaak op. De trots die van de jongedame afkwam proef ik terug in het koekje en ik kan het niet laten om bij het volgende station even naar haar toe te lopen. Maar het is Houten Castellum en ze staat al bij de deur om uit te stappen, dus ik stap even door en weet haar op het perron in te halen om te vragen hoe de koekjes heten.
"Het is vanwege de Ramadan, het zijn Marokkaanse koekjes en ze heten Chebakia."
Ik bevestig dat ze inderdaad heel lekker zijn, dat ik het recept op ga zoeken en als dank druk ik haar een Overgangskaartje in de handen. Kan ze, in ruil voor de smaaksensatie die ze met me deelde vanuit de allerbeste bedoeling, een keertje eerste klas reizen. Dat weet ze overduidelijk te waarderen. We wensen elkaar een fijne avond, ik sluit de deuren en de trein zet zich in beweging. Heb ik op een verloren moment thuis iets om te maken!

Afbeelding


Verlichting
Er staan meer buitendienststellingen op mijn planning en zo ben ik op een woensdagavond in Meppel te vinden met 2 collega’s conducteur. Bussen rijden af en aan, reizigers stappen over van de bus naar de trein of andersom en alles loopt redelijk gesmeerd.

Tot we pauze houden en een van de medewerkers van Traffic Support ons wijst op de verlichting van de traverse die over het spoor naar het perron voert. Die springt aan en gaat na 30 seconden weer uit. In die tijd red je het niet om de traverse te beklimmen en weer af te dalen. En natuurlijk begint het te schemeren, dus de verlichting wordt hoe langer hoe meer van belang.

We gaan eens onderzoeken hoe een en ander in elkaar steekt, maar we komen er niet uit. Ik besluit te bellen met de storingsorganisatie, die een elektricien aanstuurt. Het duurt een kwartier en dan heb ik de beste man aan de telefoon om uit te leggen hoe het ervoor staat. Hij heeft weinig hoop dat hij het kan verhelpen, maar wil wel een poging wagen. Het zal alleen even duren voor hij er is, want hij moet uit Stadskanaal komen, dus het duurt nog wel een uur. We wachten zijn komst af. Ondertussen wordt het steeds donkerder en de verlichting gaat nu helemaal niet meer aan, dus in overleg met de Coördinator Wal sluiten we de traverse af en gaan we de reizigers actief verwijzen naar de tunnel om richting de bussen te kunnen lopen. Er wordt geregeld dat het treinpersoneel dat vanuit Groningen en Leeuwarden naar Meppel pendelt een bericht krijgt met het verzoek de reizigers naar de tunnel te verwijzen, zodat ze niet voor niks de stickers volgen naar de traverse.

Wanneer het echt donker is, duikt de elektricien op. De dames met wie ik hier voor reizigersbegeleiding sta houden zich bezig met het verwijzen van de reizigers, ik voeg me bij de elektricien. Hij bekijkt het een en ander op de traverse, trekt op het perron een kast open en er komt een bouwtekening van het volledige station tevoorschijn. Alles staat erop. Behalve een traverse, laat staan hoe de verlichting daarop is geregeld.
“Dat wordt nog wat,” hoor ik de vriendelijke Groninger zeggen. Hij controleert de zekeringen en constateert dat er niks is dat niet werkt zoals het zou moeten.
“Ik ga er nog even wat bijhalen, dan kijken we wel bij de traverse zelf,” zegt hij terwijl hij naar de auto loopt. In de tussentijd vang ik nog een enkele uit de trein stappende reiziger op die ondanks het omroepbericht in de trein de stickers naar de bus volgt, maar bij de afgesloten traverse komt.

Het duurt niet lang of de elektricien heeft alle beschikbare kastjes rondom de traverse gecontroleerd en komt tot de conclusie dat ‘we dan de kabels maar moeten volgen.’
“Er moet hier nog ergens één aansluitingspunt zijn dat misschien kan helpen,” zegt hij zoekend naar de juiste aansluiting. Die blijkt in een lantaarnpaal te zitten. Hij speelt wat met de bedrading terwijl ik met mijn zaklamp bij schijn, koppelt de klok die naast de traverse staat af, controleert de spanning en koppelt de klok opnieuw aan, die vervolgens weer netjes begint te lopen.
“Dan blijft alleen deze over, want op deze staat helemaal geen spanning.”
Hij wisselt de bedrading van aansluitingspunt en prompt springt de verlichting op de traverse aan.
“Da’s mooi,” kondigt hij het einde van de storing aan.
Ik ben nog even sceptisch, want dat deed de verlichting toen het schemerde ook al, om vervolgens na een halve minuut weer uit te gaan. Maar wanneer de verlichting een volle minuut brandt, zegt hij:
“Volgens mij is het goed, want je zei toch dat het na een halve minuut allemaal weer uit ging? Dan staat de verlichting nu continu aan, dan zoeken ze later wel weer uit hoe we dat definitief op kunnen lossen. Dat ze nu continu branden zal me een vreugdevuur wezen.”
Tijd om de hekken weer te openen, het handjevol reizigers dat hier om half twaalf nog loopt hoeft niet meer om te lopen. En ook de komende vijf dagen kunnen ze zonder gevaar over de traverse van bus naar trein of van trein naar bus komen in het donker.

‘t Harde
De dag erna sta ik in ’t Harde, aan de andere kant van de geplande werkzaamheden rondom Zwolle. Daar is de verlichting wel op orde. Jammer alleen van die constante regenbui die over ons heen trekt. De rode kleurstof van het petje dat ik op heb geeft naar verloop van tijd zelfs af op mijn voorhoofd door de vele regen, tot groot vermaak van de buscoördinatoren van Traffic Support, twee joviale Nijmegenaren.

Alles verloopt redelijk soepel, tot rond een uur of half acht een bus maar niet vertrekt terwijl er wel reizigers in zijn gestapt. De chauffeur stapt uit en loopt naar de deur van de bagageruimte, die blijkt niet goed dicht te zitten. Hij opent de deur, klapt hem dicht en begint weer van voren af aan, want de deur sluit niet volledig. Na vele pogingen met sleutels om het dan toch voor elkaar te krijgen, komt de chauffeur tot de conclusie dat hij hiermee niet kan rijden. We regelen snel een reservebus waar we de reizigers in overhevelen en de defecte bus wordt ergens achteraan geparkeerd waar hij niet in de weg staat.

Het is al redelijk laat op de avond wanneer ik bij een aankomende bus de reizigers opvang om ze naar de trein te verwijzen. Er stapt een jongen uit die even om zich heen kijkt en vervolgens naar me toestapt.
“Kunt u me vertellen hoe ik nu in Zutphen kom?”
Dat was een vraag die ik hier niet had verwacht. Ik vraag hem waar hij in de bus is gestapt.
“Meppel,” is zijn antwoord.
Ik meld hem dat hij in de verkeerde bus is gestapt, alleen de stopbus stopt in Zwolle. Die had hij moeten nemen, hij heeft nu de rechtstreekse snelbus naar ’t Harde genomen. Maar hij heeft geluk, want twee haltes ervoor staat de bus naar Zwolle klaar voor vertrek, dus hij kan meteen instappen. Zo zie je nog eens iets van de wereld...

Privébus
Er is laat op de avond ook nog wel tijd voor een dolletje met de reizigers. Nou ja, reizigers... Er komt één jongedame uit de Sprinter gestapt rond middernacht. Ze vraagt naar de bus richting Meppel, want ze wil naar Beilen reizen. De snelbussen bestaan uit dubbeldekkers, dus wanneer de bus aan komt rijden en er verder nog niemand bij de bushalte te vinden is, beloof ik haar haar eigen verdieping.
“De rest jaag ik wel weg,” zeg ik, terwijl op de achtergrond de Intercity leeg druppelt. De jongedame blijft in de deuropening staan om te kijken hoeveel andere reizigers er nog instappen, want die eigen verdieping ziet ze wel zitten. Er komen er nog twee in de verte aangewandeld, dus ik verhoog mijn inzet:
“Weet je wat? Ik garandeer je je eigen bus!”
De eerste reiziger die aan komt wandelen vraagt naar de bus naar Zwolle. Die komt een halte verderop. Dan spant het er nog even om waar die laatste reiziger naar toe wil. Maar ook die vraagt naar de bus naar Zwolle. En zo kan de jongedame met een gerust hart instappen; ze krijgt haar eigen privé bus naar Meppel.

Ik heb haar maar niet verteld dat de chauffeur die rijdt dezelfde is als die eerder op de avond niet vertrok omdat de deur naar de bagageruimte niet wilde sluiten. Hij heeft ondertussen zijn bus omgewisseld naar een exemplaar dat graag laat horen dat er een V-snaar in zit:
“Dan weet je tenminste zeker dat die er in zit!” zegt hij vrolijk.
De lawaaierige privébus vertrekt naar Meppel, de rust keert weder op het parkeerterrein.

Bijsturen
Op vrijdag kom ik met de auto naar ’t Harde gereden en zie ik dat er in de richting van Zwolle op de A28 een ernstig ongeluk is gebeurd waarbij maar liefst 5 auto’s betrokken zijn. Er staat al een kilometer file achter, dus ik bel direct onze regievoering die Transvision in kennis stelt, het bedrijf dat alles rondom de bussen regelt. Wanneer ik in ’t Harde ben, breng ik de collega’s van Traffic Support op de hoogte en stippel ik met de buschauffeurs van de volgende ronde naar Meppel en Zwolle een alternatieve route uit. De vertraging op de snelweg is inmiddels opgelopen tot 22 minuten, dus de bussen rijden via Elburg richting Wezep om daar de snelweg op te draaien en zo de file te missen. We hebben geluk; er komen de nodige sirenes voorbij gereden op de snelweg en bij de ronde die daarna volgt is de file al teruggebracht tot 2 minuten en kunnen de bussen alweer via de normale route richting Zwolle en Meppel.

Gevonden
Een uur later blijft er ineens een roze/beige trolleykoffer staan nadat een bus leeggelopen is.
“Geen idee van wie die moet zijn,” zegt de chauffeur. Maar daar kan ik wel achter komen, dus ik neem de koffer mee naar de gereedstaande trein en wandel bij de collega conducteur naar binnen. Een omroepbericht in de trein later sta ik weer op het perron met de koffer en is de eigenaresse al onderweg om hem dankbaar over te nemen.

Een uur daarna loopt er een Intercity uit Amersfoort leeg. Ik sta zo opgesteld dat iedereen vanuit de trein naar de bus bij mij langs komt lopen en ik ze naar de juiste bus kan verwijzen. Er komt een jongen recht op me aflopen met een rugzak in zijn handen:
“Deze is in de trein blijven staan, ik vermoed dat de eigenaar in Amersfoort is uitgestapt.” Ik neem de tas van hem over.
De bus die net aankomt wordt gereden door dezelfde buschauffeur als die van de kapotte bus en de privébus naar Meppel van de avond ervoor.
“Ga je op stap?” vraagt hij wanneer hij ziet dat ik een rugzak op mijn rug draag. Ik reageer dat ik een handeltje ben begonnen in tassen. Ik zet de tas op de vloer van de bus neer en bekijk de inhoud. Er zit een laptop in, die ik de chauffeur voor de grap voor een prikkie aanbied. Hij is niet geïnteresseerd, dus ik neem de tas mee naar onze keet om daar verder te zoeken of ik de eigenaar kan achterhalen. Ik trek de tas open en ga op zoek, al snel kom ik een etui tegen met een hele rits visitekaartjes, allemaal op naam van dezelfde man. Er staat gelukkig ook een telefoonnummer op.

De man neemt op en zodra ik zeker weet dat het de eigenaar van de visitekaartjes is, vertel ik hem dat ik zijn tas naast me heb staan. Zijn eerste reactie is dat hij blij is dat ik de tas heb, om meteen daarna te vragen of de laptop er ook nog in zit. Die zit er in. Hij kan zijn geluk niet op.
“Waar is de tas nu?”
Nadat ik hem heb geantwoord dat ik in ’t Harde sta, schiet hij in de lach:
“Ik zit net in een bus van ’t Harde naar Meppel!”
We overleggen wat het beste en gemakkelijkste is met Mark, een van de mannen van Traffic Support. We besluiten dat hij de tas bij zich houdt en dat de eigenaar op zondag, op de weg terug, de tas weer af komt halen. Daar heeft hij geluk dat Mark er zondag is, want anders was het een stuk moeilijk geworden.
“Je hebt geen idee hoe blij je me hier mee maakt, man!” hoor ik de eigenaar aan de andere kant van de telefoon zeggen. Mark bergt de tas vervolgens veilig op, ik neem afscheid van de eigenaar.

Het zijn soms maar kleine dingetjes, maar je kunt er een groot verschil mee maken voor de klant. Dat maakt de stromende regen van donderdag en het constante gedruppel op vrijdag waarin we moesten werken direct goed. En om het compleet te maken was het eigenlijk een groot feest om met de twee Nijmegenaren van Traffic Support samen te werken; aan een half woord hadden ze genoeg om te begrijpen dat er iets geregeld moest worden. Een grap hier, een grol daar en de diensten vlogen voorbij.

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
Mikos
Medewerker NS / Beheerder
Medewerker NS / Beheerder
 
Berichten: 816
Geregistreerd: Wo 25 Apr 2012 23:31

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth