Pagina 1 van 1

Vals

BerichtGeplaatst: Zo 05 Jan 2020 12:56
door Mikos
Vals

Het is maandagavond, ik breng een Sprinter van Amsterdam naar Zwolle. Ik krijg een collega mee die naar Almere moet en we besluiten samen de trein te controleren. Dat gaat heel voorspoedig; wanneer we bij Muiderpoort zijn hebben we ruim de helft al gehad. Maar dan kom ik bij een jongen die op een klapstoel zit.
“Ik denk niet dat er genoeg op staat,” begint hij het gesprek.
Hij geeft me een anonieme chipkaart waar inderdaad te weinig op staat; 11 euro. Daarmee gaat hij niet in kunnen checken. Ik vraag hem om zijn identiteitskaart om hem een kaartje te kunnen schrijven.
“Dat heb ik niet. Ik ben 14, dus dat hoeft nog niet.”
Ik help hem meteen uit de droom; in het openbaar vervoer dien je vanaf je 12e al een identiteitsbewijs te kunnen tonen. En daarnaast moet je dat op je 14e overal. Maar hij heeft niks bij zich.
Ik vraag hem waar hij naar toe moet.
“Zuften,” zegt hij dan. Ik kijk hem een seconde aan en vraag of hij Zutphen bedoelt.
“Ja, dat.”
Ik meld hem dat hij daar niet meer gaat komen; onze trein komt rond half een aan in Zwolle, de laatste trein naar Zutphen vertrekt al om tien voor twaalf. Hij zegt dat hij dan maar wat moet regelen.
De nonchalance triggert me; hij weet eigenlijk niet hoe zijn bestemming heet of hoe hij er komt, zijn chipkaart klopt niet, maar hij weet wel dat hij 14 is en daarom zogenaamd geen identiteitsbewijs bij zich hoeft te hebben. Hier is iets mee.

Afbeelding


Dus vraag ik hem naar zijn naam, want hij kan me van alles vertellen over hoe hij heet en wie zijn zussen zijn en zijn moeder, zo zegt hij. Ik wijs hem er wel op dat opgeven van valse gegevens een dure avond oplevert. En voeg eraan toe:
“Maar ik denk niet dat je dat gaat doen.”
Hij geeft het een en ander op, weet alleen zijn postcode niet, maar dat zoek ik dan wel op. Daarna bel ik met onze Veiligheidscentrale om de opgegeven gegevens te controleren. Maar centralist Roy is al snel tot de conclusie gekomen dat er allemaal helemaal niks van klopt. En dus keer ik mij tot de jongen en vertel hem dat er niks van klopt.
“Dan heeft u het fout,” zegt hij dan. Ik vind de brutaliteit wel grappig en dat is schijnbaar te zien in mijn gezicht.
“U moet er zelfs om lachen,” zegt hij dan, in een poging zijn punt kracht bij te zetten dat de computer het fout heeft.
Mijn avond wordt er alleen maar beter op, die van hem rap minder. Ik vraag hem of hij niks anders bij zich heeft waar zijn naam op staat, maar dat heeft hij niet.
Aan de andere kant van de telefoon heeft Roy al uitgezocht hoe laat we in Almere zijn en hij oppert om Veiligheid&Service op visite te sturen. Ik vraag me een beetje af of deze jongen dan nog wel in de trein zit, maar kan het wel met dat idee eens zijn.
“Tenzij...” voegt Roy er nog aan toe. Ik snap wat hij bedoelt.
Dus wend ik me nog eens tot de jongen en zeg:
“Laten we even terug gaan naar het begin, terug naar nul. Ik vraag je om je naam en adresgegevens. Als je me de juiste nu geeft, hebben we het er niet meer over, maar anders wordt het een lange avond.”
Van onder zijn capuchon kijkt de jongen me aan en ik zie een glinstering in zijn ogen.
“Hoezo een lange avond?”
“Dan komt de politie erbij en nemen ze je mee.”
Hij kijkt een paar seconden naar me en steekt dan zijn handen uit:
“Mag ik het zelf opschrijven?”
Ik overhandig hem mijn boekje en hij begint te pennen. Een totaal andere naam, een andere geboortemaand en ook het adres is heel ergens anders. Ik controleer bij Roy wat de jongen opgeeft en dat blijkt te kloppen. Ik stel nog wat aanvullende vragen en uiteindelijk hebben we het plaatje compleet. Ik bedank Roy en hang op.
Ik open de app die wij hebben met boetes en bijbehorende bedragen. Ik open de pagina met het opgeven van valse gegevens en laat die aan de jongen zien.
“Welk bedrag staat daarbij?” vraag ik hem.
“380 euro,” leest hij voor.
Hij heeft meegewerkt en zijn nonchalante houding is halverwege het gesprek ook verdwenen, dus ik laat het bij een waarschuwing. Het kwartje is gevallen.
Ik geef hem zijn Uitstel van Betaling en vraag of hij een reden wil opgeven.
“Ik ben op mijn hoofd gevallen,” is zijn antwoord.
Dat idee had ik al; dit zijn geen slimme dingen om te doen. Ik wens hem een fijne avond en ga mijn administratie bijwerken.
Uiteindelijk stapt hij in Dronten, waar hij woont, uit. Die dacht dat ik ook op mijn hoofd was gevallen, maar ik ben -helaas voor hem- niet van gisteren.

Onbekend
Zo veel verschillende soorten reizigers als we hebben, zo veel verschillende kaartsoorten hebben we ook. Er zijn maar weinig soorten reizen waar geen korting op te krijgen is en toch tref ik nog regelmatig reizigers in de trein die het hele land doorkruisen per trein, maar dan wel met een kaartje vol tarief. Zo ook de man die ik in een Sprinter van Utrecht naar Zwolle tref. Ik ben al een keer aan hem voorbij gelopen en hij maakte een wat sjofele indruk.

Wanneer ik later tijdens een controleronde bij hem kom, geeft hij me een anonieme chipkaart. Niet ingecheckt, het voldoet aan mijn verwachtingen. Maar als ik wat verder kijk op de kaart, valt me iets op. Ik laat het de man zien wat er op mijn scherm staat; ingecheckt in Breda en twaalf minuten later uitgecheckt op Breda. Ik vraag hem hoe het zit. Hij vertelt me dat hij niet zeker wist of hij wel of niet was ingecheckt, iets wat apart is omdat er in Breda poortjes staan; er is geen andere manier om het station binnen te komen anders dan via de poortjes of per trein.

Ik ga tegenover hem zitten, want hij spreekt een handvol Nederlands en Engels door elkaar. En ondanks de tegenstrijdigheid die er in zijn verhaal zit, voel ik dat deze Afrikaanse meneer geen slecht in de zin heeft. Zijn historie verklapt veel en lange reizen en alles tegen vol tarief. Ik vraag wat verder en laat het niet ingecheckte deel van het verhaal even achterwege. Hij reist veel tussen Harderwijk en Breda. Dus begin ik over een kortingskaart. Hij vertelt in zowel Engels als Nederlands dat hij vrijwel dagelijks reist en dat hij de chipkaart niet snapt: Hij zet er elke keer honderden euro’s op en binnen de kortste keren is het ding leeg. Afgelopen week zou hij er nog zestig euro op hebben gezet en nu staat nog maar 16 euro op. Terwijl hij vandaag ook al 25 euro heeft opgeladen. Wat ik in zijn geschiedenis zie is dat hij nog wel eens vergeet in te checken. En ook wel eens om uit te checken. Maar er zitten ook wel complete reizen tussen. Heel apart. Hij geeft aan dat hij moeite heeft met de kaart en het systeem; hij vergeet wel eens of hij wel of niet is ingecheckt. Zoals vandaag, hij had ingecheckt, was het een kwartier later vergeten of hij wel of niet had ingecheckt en heeft toen een chippaaltje opgezocht om te zien of hij het was vergeten. Maar aangezien een chippaaltje altijd een handeling zal verrichten wanneer je een chipkaart aanbiedt, werd zijn reeds ingecheckte chipkaart uitgecheckt.

Mijn radar registreert dat dit niet een van de eeuwige smoezen is, maar dat deze man de beste intenties heeft. En dat hij vooral heel veel te veel betaalt. Ik vraag hem om zijn telefoon, een geval dat al vele malen de grond van dichtbij heeft bekeken en wat meer te omschrijven valt als mobiele disco. Het scherm flikkert en het is moeilijk de informatie te lezen die getoond wordt, maar na even laden heb ik de website van NS tevoorschijn en laat ik een overzichtje zien van de verschillende abonnementen die we hebben, met bijbehorende prijzen. We hebben het over hoe vaak en wanneer hij reist en welk abonnement het beste bij dat reisgedrag past. Ik reken hem voor dat hij zo’n kaart er met de hoeveelheid reizen die hij maakt er na twee keer op en neer al uit kan hebben. Dat vindt hij prachtig en heel erg interessant. Tot slot vertel ik hem dat ik hem deze reis mats, hij zal contact op moeten nemen met de klantenservice waarvan ik hem het telefoonnummer geef om wat dieper in zijn reishistorie te kruipen om te zien hoeveel hij de afgelopen tijd door eigen toedoen teveel heeft betaald. Waarschijnlijk kan hij van dat geld dat abonnement een paar maanden vooruit betalen. Ik krijg een welgemeende hand van hem met een warm “Bedankt!” en een brede lach erbij. Ik weet zeker dat ik hem binnenkort tegen ga komen met zijn nieuwe abonnement.

Instrumenteel
Het is dinsdagmiddag in de Kerstvakantie en met maar liefst tien bakken dubbeldekker ben ik op weg richting Arnhem vanuit Zwolle. De collega conductrice zorgt voor het viertje, ik neem met mijn Teammanager het achteroplopende zesje. Mijn manager is met me mee voor de jaarlijkse ILT-begeleiding, waarbij gekeken wordt of ik me aan de protocollen en voorschriften houd. Doordat ze halverwege dit jaar mijn manager is geworden en ik door het roosteren een hele tijd niet op de trein heb gezeten is ze daar nog niet aan toegekomen, dus gaat ze vandaag mee. En ze is natuurlijk welkom.

We zijn het een en ander aan het bespreken wanneer we onderweg zijn tussen Wijhe en Olst. Dan gaat mijn portofoon af; het is de conductrice op het voorste stel die me oproept. Ze is een vrouw tegen gekomen die niet helemaal goed is, zo meldt ze. Of we in Olst naar voren willen komen. Drie minuten later wandelen mijn manager en ik over het perron naar voren. We vertrekken en bespreken wat de collega heeft aangetroffen. Op het balkon willen we een en ander doorspreken, maar dan komt er een jongen bij staan. Hij heeft een opvallende groen/gele jas aan en is autistisch, iets wat we op het perron in Zwolle al hadden opgemerkt toen hij probeerde een gesprekje aan te knopen. Hij heeft een kleine rol in de hele situatie, maar wil nu terug die situatie in; hij was ook in de coupé bij de vrouw, maar is door onze collega daar weggestuurd.
“Ik heb ervaring in de zorg, ik wil wel met haar praten,” oppert hij, terwijl hij naar de deur loopt.
Voor zijn eigen veiligheid sturen we hem de andere kant op, wat hij na even aandringen opvolgt. Zodra hij weg is, steekt onze collega van wal:
“Ik was een serviceronde aan het lopen en toen kwam ik een stel tegen dat voorin heeft gezeten, maar daar is weggegaan. Er zou een vrouw zitten die heel agressief reageert op alles. Toen ik verder liep, kwam ik die jongen met zijn groen/gele jas tegen. Maar die loopt in zijn naïviteit alleen maar in de weg en brengt zichzelf in gevaar. En dan was er nog een meisje waar de vrouw heel erg tegen geschreeuwd zou hebben, dus ook zij is daar weg gegaan,” vat mijn collega alles samen.
De vrouw zou dus heel agressief reageren en was ook al tegen mijn collega tekeer gegaan. Daarom heeft ze ons gevraagd ons te mengen in het geheel. Ik hoor het aan en opper dan dat we het beste Veiligheid&Service bij de trein kunnen vragen in Deventer, puur voor de zekerheid. Ik heb namelijk geen idee hoe de situatie verder zal gaan. Dat lijkt ons alle drie het beste, waarna de dames alvast richting de vrouw lopen en ik onze Veiligheidscentrale bel. Die beloven de collega’s aan te sturen.

Daarna wandel ik ook richting de vrouw, die op de bovenste verdieping zit. Ik loop stilletjes de verder lege coupé in; beide dames zijn al in gesprek met de vrouw en ik hoef er niet als rode lap op een stier bij te gaan staan. Ik ga uit het zicht zitten op een stoel en hoor het hele gesprek aan. Wat achteraf vanaf het balkon ook woordelijk te verstaan was geweest, want de reizigster kan kennelijk alleen maar schreeuwen.
“Omdat deze vrouw alleen maar een racist is!” is het eerste dat ik mee krijg, terwijl de vrouw naar mijn collega wijst en ze boos naar mijn manager kijkt.
“Jullie vergeten je eigen volk! En al het geld gaat maar naar die lui uit Eritrea!”
Het gaat van kwaad tot erger; zowel mijn collega als mijn manager proberen enigszins tegengas te geven; van racisme is hier namelijk geen enkele sprake en haar politieke opvattingen zijn ook niet van toepassing. Maar de vrouw wil het niet horen:
“Jij luistert naar wat die andere mensen zeggen en je gelooft het meteen! Maar niemand die naar mij wil luisteren!” schreeuwt de vrouw verder.
“Mevrouw, u klinkt alsof u uw dag niet heeft vandaag...” probeert mijn manager.
“Mijn dag is anders helemaal prima!” bijt de vrouw terug.
Ze kijkt boos om zich heen en heeft dan ook mijn aanwezigheid in de gaten, maar ik bemoei me verder niet met de situatie, dus negeert ze me gelukkig.
“Mevrouw, ik ben hier drie seconden geweest en heb toen gezegd dat ik de deuren ging sluiten, omdat de trein anders niet verder gaat,” probeert mijn collega in te brengen. Het is tegen dovemansoren gericht. De vrouw blijft tieren.
Over wat er op de heenweg zou zijn gebeurd, dat iemand (van wie me nooit duidelijk is geworden wie) tegen haar had gezegd terug te komen, maar dat niet had gedaan, waardoor ‘die zwarten’ er weer mee weg kwamen. Maar haar hulpvraag werd niet gehoord. Naar haar hulpvraag gevraagd kwam er overigens ook geen zinnig antwoord op.

Mijn collega en manager zijn de oeverloze discussie wel zat en we komen in de buurt van station Deventer, dus ik loop de coupé uit met mijn collega’s om naar de omroep te lopen. Wanneer ik terug kom op het balkon, staan we net stil langs het perron. Er is op de achtergrond al portofooncontact geweest tussen de collega’s op het perron en mijn collega’s op de trein. De deuren gaan open en de vrouw neemt tierend afscheid. Buiten staan de collega’s haar al op te wachten. De een spreekt haar aan, de ander hoort mijn collega aan. Ik blijf bij de tierende vrouw en de collega van Veiligheid&Service staan, ik bemoei me niet met de situatie.
De vrouw blijft roepen, noemt mijn collega nog eens een racist en mengt er een ziekte bij. De collega roept haar tot de orde en vraagt haar om haar treinkaartje, dat ze meteen laat zien.
“Ik ben niet zo’n sneu figuur dat niet voor de trein betaalt, hoor!” roept ze er meteen bij. Ze blijft roepen.
Op dat moment heeft mijn collega de overdracht geregeld en kunnen wij weer weg met de trein. De collega’s van Veiligheid&Service nemen het vanaf hier over. Wij vertrekken.

Tijd om even bij te komen van de situatie. Het allemaal door te spreken. Want waar ging het hier nou om? Mijn collega werd erop gewezen dat deze vrouw tekeer zou zijn gegaan tegen andere reizigers in de coupé, schijnbaar zonder aanleiding. Daarop is mijn collega doorgelopen en kwam ze in de coupé met de schreeuwende vrouw. Die heeft ze drie seconden aangehoord, toen kwamen we aan in Wijhe. Aangezien mijn collega het vertrekproces voor haar rekening nam, moest ze naar de deur, wat ze ook tegen de vrouw heeft gezegd. Toen ze terug kwam was er geen redden meer aan, waarop ze ons heeft gevraagd er bij te komen. De rest is geschiedenis en ging het hele gesprek zoals ik hierboven heb uitgeschreven..

Wat dit nu was? Instrumentele agressie. Onbegrijpelijk en ogenschijnlijk doelloos. Want ja, ze had gewoon een geldig vervoerbewijs. En waarom ze zo tekeer ging? Misschien omdat ze haar dag niet had. Omdat er misschien iets was voorgevallen. Iets waar wij helemaal niets mee te maken hadden, laat staan mijn collega. En waar ze de term racisme vandaan haalde is ons ook een raadsel:
“Er waren helemaal geen donkere mensen in de coupé!” zegt mijn collega.
Ondanks dat de vrouw anders beweerde. Maar hoeveel waarde kun je hechten aan wat een vloekende en tierende vrouw schreeuwt? Die tegen onschuldige medereizigers tekeer gaat, die alleen maar in dezelfde coupé zitten? Ik denk erg weinig.
“En die autistische jongen,” zegt ze dan hoofdschuddend, “met zijn goede bedoelingen, maar die brengt zichzelf alleen maar in gevaar met zijn naïeve gedrag.”
“Dat was inderdaad vechten geweest als die zich er mee was gaan bemoeien,” beaamt mijn manager.
Allerlei ingrediënten die het een vreemde situatie maakten. Een waarin je eigenlijk maar heel weinig goed kunt doen. Een die ons met vraagtekens achter heeft gelaten. Waarom? Wat? Wanneer? Allemaal vragen waarop we nooit antwoord gaan krijgen. Ook dat soort dingen kom je tegen. Proberen van je af te laten glijden en weer door te gaan. Tijd om om te roepen dat we in Zutphen aankomen. En terug over te gaan tot de orde van de dag.

Conducteur Mike