Verrassend

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Verrassend

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 17 Dec 2018 11:24

Verrassend

Onverwacht
Ondanks dat ik al een tijdje heel weinig diensten draai op de trein, reis ik voor het roosteren wel veel met de trein van mijn woonplaats naar mijn standplaats en terug. En zo kan het gebeuren dat ik in situaties terecht kom waar ik in uniform tijdens mijn diensten ook tegenaan zou kunnen lopen.

Het is ’s morgens vroeg, net na de ochtendspits, de vervoerder met wie ik reis zet een te kleine trein in. Ik kan zitten, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Wanneer ik op het station van bestemming uitstap, zie ik een aantal jongedames bij de abri verzamelen en er is even kort sprake van paniek. Een vrouw helpt de meisjes om één meisje op de grond te laten zitten en mijn aandacht is getrokken; hier gaat iets niet goed. Ik loop er naar toe en vraag of alles goed gaat. Dan zie ik dat de vrouw die er bij staat een van de teammanagers van mijn standplaats is. Het meisje dat op de grond zit is niet goed geworden.
‘Eigenlijk zou je moeten gaan liggen,’ hoor ik de teammanager zeggen. Komt dat goed uit dat we naast een abri zitten, dus ik stel voor haar op de bank in de abri te laten liggen. We helpen het meisje verplaatsen en de collega gaat op zoek naar de collega’s van Veiligheid&Service, terwijl ik onze Veiligheidscentrale bel. Zodra ik die aan de telefoon heb, kan ik melden wat ik over het meisje weet: Ze heeft ontbeten, is misselijk, heeft hoofdpijn en ze trilt nadat ze een kwartier heeft moeten staan in de trein. Haar vriendinnen zijn gelukkig vrij rustig en in staat om op de achtergrond contact op te nemen met de moeder van het 16-jarige meisje. De collega’s van V&S komen erbij, twee bekenden, die de zaak overnemen. Zodra het meisje rechtop zit, blijkt de bank vochtig te zijn omdat ze zo heftig aan het zweten is. Zonder jas, want die hebben we naast haar neergelegd. En warm is het deze ochtend zeker niet. Voor de zekerheid wordt er door een servicemedewerker een warme deken geregeld, want het jurkje dat het meisje aanheeft is ondertussen ook doorweekt van het klamme zweet. Het meisje is aanspreekbaar, maar klaagt over hoofdpijn. Het geheel aankijkend en aanhorend, lijkt het ons beter dat er medisch personeel naar komt kijken. Terwijl de ene collega gaat bellen voor een ambulance voor het onwel geworden meisje, zie ik dat ze in goede handen is; de collega’s van V&S zijn er bij, de teammanager is aanwezig en nog belangrijker; haar twee vriendinnen zijn er bij. Het meisje meldt dat het haar wat duizelt, maar met een ambulance op komst, kan ik ook weer verder met een goed gevoel. Er moet verlof ingeschreven worden. En zo wandel ik weer uit de situatie waar ik binnen ben gewandeld door alleen de trein uit te lopen.

Afbeelding


Wending
Tussen het roosteren door zit ik af en toe ook wel op de trein. Door de kantoortijden die daar min of meer aan vastzitten, moeten de treindiensten daar ook qua tijden op worden aangepast. Zo kan een trein die om half acht ’s avonds het station binnenrijdt ineens de laatste zijn die op mijn dienstkaartje staat.

In dit geval kom ik uit Leeuwarden met een Intercity. Ik ben de reizigers aan het controleren en net na vertrek uit Meppel kom ik in de eerste klas. In de stiltecoupé staat een jongen waarvan de uiterlijke kenmerken een belletje doen rinkelen in mijn achterhoofd; hier klopt iets niet. En mijn intuïtie liegt in dit geval niet; hij laat me een enkele reis tweede klas van Steenwijk naar Meppel zien. Dat station waar we net vandaan vertrekken. Ik vraag hem hoe dit zit en in gebrekkig Nederlands legt de jongen uit dat hij naar Meppel wil, omdat een klasgenoot van hem per ongeluk zijn tas heeft meegenomen, dus die wil hij daar op gaan halen. Op zich een mooi verhaal, ware het niet dat we Meppel dus al voorbij zijn. Ik maak uit zijn reactie op dat hij de stop volledig gemist moet hebben. Een beetje een vreemd verhaal, omdat het gaat om een ritje van 10 minuten en er duidelijk is omgeroepen dat we in Meppel aankwamen. En ik geloof het eerlijk gezegd ook niet zo. Ik vraag de jongen om zijn identiteitsbewijs, zodat ik hem een retourtje Zwolle kan schrijven. Maar hij zegt niks bij zich te hebben, want dat zou in zijn tas zitten. Die zijn klasgenoot meegenomen heeft. Ik zie de situatie zo 1, 2, 3 niet verbeteren en besluit door te lopen.

Nadat ik de rest van de reizigers heb gecontroleerd, loop ik weer terug. Ik heb besloten het er bij te laten zitten; het is mijn laatste trein vandaag en ik ben op weg naar huis. Het zal wel goed zijn. Wanneer ik weer in de eerste klas ben, loop ik naar de jongen toe en vraag hem om zijn kaartje. Ik zal een aantekening maken voor de collega waar hij in Zwolle bij in de trein stapt om terug te reizen. Maar, dan doet hij precies wat ik niet verwacht: Hij kijkt me onderzoekend aan en geeft me zijn kaartje niet. Hij vraagt tot drie keer toe wat ik met zijn kaartje ga doen en na vier keer uitleggen in zowel Nederlands als Engels, vertrouwt hij het op de een of andere manier niet. En hoe langer, hoe meer ik hem ook begin te wantrouwen. Hij begint afleidingsmanoeuvres te verzinnen door licht agressief te vragen in gebrekkig Engels waarom ik moet glimlachen. Dat dat niks anders dan een vriendelijke benadering is en er niks achter zit, ik hem wil helpen en hij zijn kaartje daarvoor even moet geven, zodat ik een aantekening kan maken, gaat er niet in. En hij begint mij op mijn zenuwen te werken; hij stapt steeds dichterbij en wil dwars door me heen.

Ondertussen komen we in de buurt van Zwolle en meld ik hem dat ik hem zo meteen wel even zie. Na de reizigers via de omroep te hebben geïnformeerd dat we zo meteen in Zwolle aankomen, loop ik terug. Maar de jongen is niet meer waar hij eerst was; het zit me niet lekker. Ik vraag de collega’s van V&S bij de trein te komen. Maar we zijn iets eerder langs het perron dan dat zij er zijn en de jongen stapt precies uit waar ik al dacht dat hij dat zou doen; helemaal bij de voorste deur. Hij loopt langs me, de trap af. Waar een collega loopt die ook wel in de gaten heeft wat er gebeurt, dus die houdt de jongen tegen. Tot V&S er ook bij is. Waartegen hij vervolgens, in uitstekend Nederlands, weet te melden dat ik hem heb lastig gevallen. De act met het gebrekkige Nederlands van de zielige asielzoeker is opgebroken; hij doet nu agressief tegen mijn collega’s. Na enig aandringen blijkt de jongen ook een identiteitsbewijs bij zich te hebben. Die haalt hij weliswaar uit zijn onderbroek, maar hij heeft er wel een. En met een retourtje Meppel-Zwolle op zak wordt hij heengezonden. Waarom dat nou allemaal zo moeilijk moest?

Hopeloos
Op strategische punten van het Nederlandse spoorwegnet is reservepersoneel gestationeerd om in te kunnen springen in geval van calamiteiten, hoe groot of klein ook. Heel af en toe heb ik zo’n dienst. Ik ben al op en neer naar Groningen geweest en zit mijn tijd uit tot het einde van de dienst. Tegen middernacht loop ik nog een rondje over het perron; wie weet waar ik nog ergens van nut kan zijn. Alle treinen van de knoop om kwart voor twaalf zijn al vertrokken, alleen de trein naar Enschede staat nog langs het perron. Ik loop de tunnel in en zie een jongen met een zwarte rugzak om lopen. Ik volg hem een beetje, want hij maakt niet echt aanstalten om de laatste trein richting Enschede, de enige die hij op dit tijdstip nog kan nemen, te halen, terwijl die toch echt op het punt van vertrekken staat. Ik volg hem de roltrap op, waar de machinist van de trein hem nog roept om te vragen of hij mee moet, want anders zal hij vertrekken.
De jongen draait zich om zodra hij wordt aangesproken, kijkt naar de bestemming die op de voorkant van de trein staat en mompelt:
“Enschede? Nee, daar hoef ik niet heen.”
Waarop de trein vertrekt. Ik loop naar de andere kant van het perron om te zien of er nog iemand anders is en zodra ik zie dat dat niet het geval is, loop ik terug. Daar zie ik de jongen nog steeds een beetje doelloos rondwandelen. Ik spreek hem aan en vraag waar hij naar toe moet. Ik krijg een of ander vaag antwoord en weet nog steeds niet veel. Hij leunt tegen een pijler en kijkt naar de grond. Ook hier is wat meer gaande, dus zeg ik op de man af:
“Gooi het er eens uit.”
Hij kijkt me vervolgens een paar seconden aan, neemt me even in zich op en besluit toch wat te vertellen:
“Mijn moeder heeft een nieuwe vriend en dat loopt niet zo lekker, mijn ex heeft een ander...”
Dat klinkt niet heel hoopgevend. Ik vraag hem waar hij nu naar toe gaat.
“Euh... ja... niet echt ergens...”
Wanneer ik hem vraag waar hij vandaan komt, waar hij woont, zegt hij:
“Den Haag, daar woon ik bij mijn moeder. Maar die heeft een nieuwe vriend en dat gaf ruzie...”
Op de vraag of hij dakloos is, heeft hij ook niet echt een antwoord. Maar hier op het station blijven hangen is ook geen optie, probeer ik zachtjes mee te geven.
“Misschien de trein naar Utrecht en dan terug naar Den Haag?”
Maar de laatste trein richting het westen is al vertrokken, daar gaat hij vandaag niet meer komen. Ik vraag hem of ik hem zal verwijzen naar het Leger des Heils. Daar reageert hij nog niet heel enthousiast op, dus ik probeer hem nog een duwtje in de rug te geven door te zeggen dat het allemaal vrij serieus en hopeloos klinkt, maar dat het vanaf hier alleen nog maar beter kan gaan. Hij neemt die woorden in zich op, kijkt me nog eens aan en mompelt:
“Ja, waarschijnlijk wel.”
En dan wil hij ook nog wel weten waar het Leger des Heils is. Het is nog steeds hopeloos voor hem op dit moment, maar hij accepteert het tenminste wel. En zo beent hij het station uit, op naar een warme slaapplaats voor de nacht.

Johan
Het is de laatste trein van de dag van Roosendaal naar Zwolle. In Breda komt de Intercity uit Brussel binnen, wat de nodige overstappers oplevert. Ook zie ik een man met twee koffers over het perron slepen. Die werpt hij de trein in, waarna hij zelf ook instapt. We vertrekken en ik begin mijn controleronde. De trein is niet heel druk en op een bepaald moment kom ik bij de man met zijn twee koffers aan. Ik vraag hem om zijn kaartje en hij begint wat onsamenhangend te praten.
“Maar, ik zal je eerst deze geven.”
Hij heeft een Uitstel van Betaling gekregen van de collega’s van Veiligheid&Service in Breda. Naar Zwolle, dus dat is al prima. Hij vervolgt zijn verhaal:
“Ik zou met de bus vanuit België komen. Er rijdt een busbedrijf voor een paar centen half Europa door; voor 15 euro van Brugge naar Londen! Dat kan toch helemaal niet? Maar goed, ik stond dus op het busstation te wachten op die bus van Flixbus, maar die kwam helemaal niet. Hij zou komen om tien voor half twee, maar hij is nooit geweest.”
Hij moet naar Dokkum in Friesland. Hij is al twee dagen onderweg, want de bus kwam niet, hij had geen geld, zijn telefoon is helemaal leeg, de politie wilde niet helpen, het stationspersoneel wilde niet helpen en hij weet niet zo goed hoe het verder moet. Hij weet waar hij naar toe wil, dat is zijn vriendin, maar het enige dat hij van haar weet, is haar naam en woonplaats. Haar telefoonnummer heeft hij wel, maar die staat in zijn telefoon. Die helemaal leeg is. Daar heb ik wel een oplossing voor; ik sleep de man en zijn koffers mee naar de eerste klas en laat de telefoon daar eerst maar eens een tijdje opladen, terwijl ik de rest van de reizigers controleer.

Een half uur later blijkt de telefoon helemaal niet op te starten. Daar komen we dus niet verder mee. Dan mijn eigen telefoon maar gebruiken; met Google kom ik uiteindelijk bij een adres uit waar de vriendin en haar man zouden moeten wonen. Maar zo modern als we tegenwoordig zijn, zo makkelijk was het vroeger. Toen hadden mensen namelijk nog gewoon een landlijn voor de telefoon, van deze mensen is er nergens een telefoonnummer te vinden. Dus ook dat wordt niks. Dan de laatste strohalm; Facebook. Ik weet de twee namen die de man, die Johan heet, me gegeven heeft en ik stuur ze een bericht. Maar het is ondertussen tegen middernacht, dus de kans dat ze het gaan lezen is minimaal. Johan weet ook nog wel een mailadres waar ik wat naar toe kan sturen, maar ook daar gaat hetzelfde voor op; dat gaat nu toch niet gelezen worden. Tegen de tijd dat we in Zutphen zijn, vertel ik hem dan ook maar vast dat ik er niks meer van verwacht. En dat hij vooral moet gaan verzinnen hoe hij thuis gaat komen. Want hoe vervelend het ook is dat hij al twee dagen op pad is, wij zijn er niet voor verantwoordelijk dat hij niet volgens zijn geboekte reis thuis is gekomen.
“Ja, die bushalte bleek tijdelijk verplaatst te zijn naar 700 meter verderop, maar nergens een bord of een verwijzing...” mijmert hij nog wat verder. Wat hij in Zwolle gaat doen?
“Ja, vraag de politie maar of ze even komen kijken. Dan slaap ik wel een nacht in de cel.”
Ik vraag de Veiligheidscentrale of ze de collega’s van Veiligheid&Service aan willen sturen om ons bij aankomst op te wachten. Dan heb ik in ieder geval het idee dat ik er alles aan heb gedaan wat ik kon.

Wanneer we in Zwolle aankomen staan de collega’s ons inderdaad al op te wachten. Maar de plek waar Johan zat is leeg en ik heb hem nog niet op het perron gezien. Hij blijkt binnen nog met zijn zware koffers te slepen. Wanneer hij uitstapt, oppert hij:
“Ik heb besloten naar Groningen door te reizen. Dan ben ik dichterbij dan hier. En dan zoek ik daar wel een plek om te slapen.”
Een van de collega’s begeleidt hem naar de lift en naar spoor 6, waar de laatste trein van de dag naar Groningen vertrekt. Johan vraagt me nog wel of ik de gegevens die ik op internet heb gevonden voor hem op wil schrijven,
“Want anders heb ik morgen nog niks.” Terwijl hij met de lift van perron wisselt, schrijf ik een en ander voor hem op. Op spoor 6 wijs ik hem er nog op dat hij wel even met zijn chipkaart in moet checken, omdat het anders nog duurder gaat worden. Dat doet hij snel nog even. Hij stapt in, sleept zijn koffers met zich mee en gaat op weg naar Groningen.

Ik kan naar huis in de wetenschap dat ik alles heb gedaan wat ik kon. In dit geval leverde het helaas niks op. Maar de reiziger was evenzogoed blij met mijn inzet. Daar doe ik het voor.

Fijne feestdagen!
Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 159
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth