Een lach en een traan

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Een lach en een traan

Berichtdoor Mikos » Ma 03 Feb 2020 11:03

Een lach en een traan

Een lach...
Het is een woensdag in januari, de wekker ging voor mijn doen verschrikkelijk vroeg, want om 08.15 uur staat er een Luisteris-voorlichting ingepland op een school in Steenwijk. Drie klassen met scholieren die hun eigen kijk op het leven hebben. Een vruchtbare ochtend, met vele vragen en verhalen. Samen met Jos, de collega waarmee ik de voorlichtingen heb gegeven, sta ik om kwart over een op het perron van Steenwijk om richting huis te gaan. Een Zwolse machinist, op weg naar het werk, komt bij ons staan. Samen stappen we de trein, bestaande uit twee stellen ICM, in. We stappen de eerste klas in, waar een enkeling zit. We nemen plaats in drie stoelen naast elkaar, direct achter de vierzits. In de vierzitter zit een man in een blauwe overall met wat witte verfvlekken te slapen, met een laptop op schoot, hij valt nogal uit de toon. Aan de overkant van de vierzits zit een Zwolse machinist in burger met zijn vrouw, om een dagje weg te gaan. We groeten elkaar even. Kort na vertrek zijn we in gesprek met de machinist die met ons in Steenwijk is ingestapt. Dan komen er twee Zwolse collega’s de coupé binnengelopen voor een controleronde. We praten kort, waarna de collega’s doorgaan met hun controleronde. De mannelijke collega wekt de slapende man, die daar met een vreemde schreeuw op reageert. Mijn collega pakt de laptop van zijn schoot op het moment dat die op de grond dreigt te vallen en legt die op de stoel er tegenover. Hij vraagt de man om zijn kaartje. Dan kijk ik naar Jos, die naast me zit. We delen een veelzeggende blik en praten verder. Ik besteed geen aandacht aan wat er tussen de man en de collega gebeurt.

Afbeelding


Maar dan slaat de sfeer om; mijn collega vraagt de man om zijn identiteitsbewijs en daarop schreeuwt de man naar mijn collega, die naast hem staat:
“Dat zit toch in mijn portemonnee!”
En schijnbaar kan hij die niet vinden, want hij zoekt niet en blijft onverstoorbaar zitten. Mijn collega vraagt hem nog eens, maar het resultaat blijft hetzelfde; er komt geen treinkaartje en al helemaal geen identiteitsbewijs. Wel een scheldpartij met wat ziektes en de opmerking: ‘Ik steek je neer’.
Tot nu toe heeft de man helemaal niet door dat wij er ook zijn, dus ik sta op, zodat hij mijn uniform ziet, ik legitimeer me als buitengewoon opsporingsambtenaar en ik verzoek hem dringend om in te binden. Daarop is hij heel even wat rustiger, terwijl hij mijn woorden herhaalt.
Ondertussen belt mijn collega de Veiligheidscentrale, om te vragen naar assistentie. We rijden dan net weg uit Meppel, een collega op het achterste treinstel, totaal onwetend van deze situatie, heeft de trein laten vertrekken. Om de boel niet verder te laten escaleren, lopen de controlerende collega’s verder. Ze stappen door de glazen deur naar de tweede klas en controleren de reizigers daar. De man loopt zich op te fokken, staat dan op, pakt zijn tas die open staat en slingert die om zijn schouder. Ik hoor er iets uit vallen, maar ik kan niet zien wat. Hij loopt richting de tweede klas, achter de collega’s aan. Jos kijkt me een seconde aan, maar dan draait de man zich weer om en komt terug naar de eerste klas. Hij bukt zich en pakt wat er gevallen is. Dan draait hij zich weer om en loopt weer richting de controlerende collega’s. De machinist die met ons is ingestapt zegt dan:
“Een schaar, hij heeft een schaar.”
Jos staat direct op en loopt richting de tweede klas. Ik zie het een seconde aan en zie dat de situatie er niet beter op wordt; Jos probeert de man af te leiden, maar dat mist zijn doel. Dan sta ik ook op en loop er naar toe, als de man alsnog iets probeert uit te halen, zijn we met vier personen. Dan wordt de man in mijn richting gedreven; weg uit de krappe tweede klas. Ik hoor hem hardop schelden. Jos is doorgelopen, de man wordt in mijn richting geduwd in een poging het gevaar te laten wijken. We staan een seconde oog in oog, de man en ik, en ik hoor hem zeggen:
“Aan de kant of ik steek jou ook neer.”
Maar hij loopt aan me voorbij wanneer ik een stap opzij doe. Voor ons uit loopt hij door de eerste klas, op het balkon loopt hij een hoek in. Daar waarschuwt de collega hem nog een keer op duidelijke toon dat we met zes collega’s zijn en dat wanneer hij zich niet gedraagt, we in zullen grijpen. De man bindt in.

We komen bij elkaar in de eerste klas, om de boel in de gaten te houden. Ik vraag de collega de Veiligheidscentrale nog eens te bellen en op te laten schalen; met dit sujet moet je geen enkel risico nemen. Wanneer we in Zwolle aankomen, staan er acht agenten op het perron en ook de collega’s van Veiligheid en Service zijn in groten getale aanwezig. De man wordt van het balkon waar hij naartoe is verhuisd geplukt en meteen tegen een glazen ruit geparkeerd. De schaar waar hij het eerder over had verschijnt ook en wordt meteen buiten handbereik gelegd. Hij wordt gearresteerd en afgevoerd. Aan ons wordt de vraag gesteld of we aangifte willen doen. En dat willen we, alleen de conductrice moet en wil verder met de trein, dus van haar worden de gegevens genoteerd. Met twee conducteurs stap ik in de politieauto die klaar stond om naar het bureau te gaan. Daar komt ook de machinist die met ons is ingestapt in Steenwijk naar toe, samen met een teammanager die wachtdienst heeft.

Afbeelding


Er zijn heel veel details in dit verhaal, details die ik tijdens de aangifte heb vermeld. Maar er zijn ook details die aan me voorbij zijn gegaan, zo blijkt wanneer we achteraf alles nog eens doorspreken. Op het moment dat Jos en ik richting de tweede klas spoedden, had de man daadwerkelijk de schaar in zijn hand. En daarmee dreigde hij richting de collega en Jos. Ik heb de schaar niet gezien. Maar het geeft wel aan hoe serieus de situatie was. Tijd om naar huis te gaan, na een lange dag. Het vertrouwen in de mensheid is weer even verdwenen.

... en een traan...
De dag erna ga ik de trein weer op. Daar kies ik voor. En in deze dienst komt ik liefst zes keer in Steenwijk, dus dan ben ik er meteen weer van af. De hele dienst gaat prima, de mensen zijn vriendelijk. Wanneer ik een tweede slag Meppel heb, zie ik dat ik gebeld ben. Dat heb ik gemist, dus ik luister de voicemail af. Het is het Medewerker Contact Centrum dat me vraagt uit te kijken naar een sjaal die is blijven liggen. De collega die de voicemail inspreekt zegt dat ze ‘een reiziger aan de knop’ heeft, dus dat is de Service- en alarmzuil. Ze vertelt ook precies waar de sjaal moet liggen en daar vind ik ‘m ook. Ik bel terug en krijg een andere collega aan de telefoon. We overleggen even, want officieel moet ik de gevonden goed-lijn bellen en dan kan de reiziger de sjaal bij het loket afhalen, maar ik ga ook weer terug langs dezelfde stations, dus wellicht valt er iets te regelen. Vijf minuten later belt Maria terug, die ook mijn voicemail heeft ingesproken:
“Om kwart over vijf ben je weer in Grou-Jirnsum, daar kan de reizigster de sjaal weer van je aannemen.” Snel en duidelijk geregeld.

Wanneer ik rond kwart over vijf in Grou-Jirnsum aankom met de trein, heb ik de sjaal in mijn jaszak zitten. Ik groet de reizigers die in willen stappen, er is één meisje dat wat afzijdig blijft staan en me recht in mijn gezicht aankijkt.
“U heeft iets voor mij,” zegt ze terwijl ik op haar af stap.
Ik stel haar een vraag:
“Was ‘ie duur?”
Spontaan haalt ze haar hand achter haar rug vandaan, ze houdt een bosje gele rozen vast. Dat had ze helemaal niet hoeven doen.
“De sjaal was een cadeau van mijn zus, dus ja...”
Ze is maar wat blij wanneer ik de sjaal uit mijn jaszak tover en aan haar geef. Ze overhandigt mij de bos bloemen.
“Heel erg bedankt!”
Graag gedaan. Met een bos bloemen onder mijn arm controleer ik de reizigers in de trein. En met een glimlach rond mijn mond; dit had ze echt niet hoeven doen, maar ik waardeer het wel enorm. En dat vertrouwen in de mensheid? Ach, misschien is het er al die tijd toch wel geweest...

Afbeelding


... maar wie het laatst lacht...
Twee weken na het incident moet de man via het snelrecht voor de rechter verschijnen. Met Jos, de collega die bedreigd werd met de schaar en onze teammanagers melden we ons in de rechtbank van Zwolle. De verdachte is niet aanwezig, die is de dag ervoor verplaatst van de Penitentiaire Inrichting in Zwolle naar die in Zaandam, nadat hij vanwege gedragsproblemen al in de isoleercel terecht was gekomen. Een aardige indicatie van wat er allemaal wel niet mis is met deze meneer. We horen een deel van zijn verleden voorbij komen, waarin al de nodige vergrijpen voorbij zijn gekomen. Ook een stukje van zijn persoonlijke verleden, wat ten grondslag zou kunnen liggen aan zijn veelal afwijkende gedrag; daar is nogal wat gebeurd. Maar dat kan nooit een reden zijn om gedrag als dit te vertonen.

De man zit op dat moment al 15 dagen vast en zijn advocate hoort de Officier van Justitie drie weken gevangenisstraf eisen. De rechter volgt de eis en zegt de twee conducteurs die aangifte hebben gedaan een schadevergoeding toe van 250 euro per persoon. Daarmee is de zitting voorbij. We nemen afscheid van de juriste van NS en gaan onze eigen weg. Van de schadevergoeding gaan we met z’n vijven uit eten; we hebben het immers met vijf collega’s meegemaakt. Kunnen we allemaal een punt achter deze ongelukkige situatie zetten.

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
Mikos
Medewerker NS / Beheerder
Medewerker NS / Beheerder
 
Berichten: 804
Geregistreerd: Wo 25 Apr 2012 23:31

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth