Theater

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Theater

Berichtdoor OVE Redactie » Zo 03 Nov 2019 10:46

Theater

Show
Met een Nijmeegse collega heb ik twee slagen Baarn op het dienstkaartje staan vanuit Utrecht. Een lijn waar het over het algemeen aardig rustig is, maar je eigenlijk nooit weet wat je er tegenkomt.

We vertrekken voor de eerste rit richting Baarn en controleren samen de trein. Ik tref op het eind een jongen die me een los kaartje geeft dat in een doorzichtig hoesje zit, waar ook een chipkaart bij in zit. Ik haal het losse kaartje eruit, zie dat het een enkeltje van Rijswijk naar Den Haag Centraal is en geef dat aan de jongen. Vervolgens probeer ik de chipkaart uit te lezen, maar die geeft geen kik. De jongen zegt het niet te snappen, want volgens hem is hij er wel mee ingecheckt. Maar ik heb het idee dat hij gewoon probeerde te reizen op dat enkeltje Rijswijk-Den Haag en hoopte dat ik niet zou kijken naar wat er op het kaartje stond. En dus schrijf ik hem een kaartje naar Soest Zuid uit. Leuk geprobeerd.

Mijn collega is ondertussen doorgegaan en heeft drie jongens die voor ons uit liepen de trein uit gejaagd door stug door te controleren. In Overvecht vliegen ze de trein uit.
“Maar op de trap bleven ze staan, dus ze moesten wel mee,” zegt ze na vertrek. Ze vielen ook meteen al op toen ze in de trein stapten, door niet rustig te gaan zitten, maar de hele trein door te lopen en precies de andere kant op te lopen dan wij. Maar, ze reizen nu niet meer met ons mee. De rest van de rit verloopt rustig.

Afbeelding


Op de terugweg controleren we de trein opnieuw. Ik kom bij een jongen die me een OV-Chipkaart geeft waar de foto van opvalt; die foto lijkt niet op hem. Laat staan op een mens. Ernaar gevraagd zegt hij:
“Ja, dat is mijn kat.”
Dat betekent dat de foto niet gelijkend is met de eigenaar en dus niet aan de voorwaarden voldoet. Ik trek de kaart in. Dan ontstaat er een vriendelijk en vermakelijk gesprek. Het komt er op neer dat hij wel snapt dat ik de kaart in moet trekken. Maar dat hij vervolgens ook een boete krijgt, vindt hij weer onredelijk.
“Ik heb toch een abonnement?”
Maar wel op een kaart die niet aan de voorwaarden voldoet.
“Maar, het is mijn kaart, met mijn gegevens, het is zelfs de foto van mijn kat. Dat kan ik u wel bewijzen?”
Dat geloof ik ook zo wel, hij hoeft me geen foto’s van de kat te laten zien.
“Maar het is ook mijn abonnement. Ik betaal 100 euro per jaar en nu krijg ik een boete.”
Ik leg hem uit dat het abonnement het probleem ook niet is, maar de foto op de kaart wel. En doordat de kaart daardoor niet aan de voorwaarden voldoet, is ook het abonnement niet geldig.
Hij pakt het sportief op, reageert wat laconiek, enigszins cynisch. Ik leg hem uit dat hij bij de Klantenservice kan reclameren, dat ze wellicht wat voor hem kunnen betekenen omtrent het abonnement. Hij gaat het in ieder geval proberen.
Ondanks de ingetrokken kaart en de boete waar hij het niet mee eens is, accepteert hij de uitleg wel en bleef hij uiterst vriendelijk. Daarvoor geef ik hem ook een compliment; het gesprek eindigt met twee glimlachende mensen.

Wanneer we vervolgens weer uit Utrecht vertrekken richting Baarn, controleren mijn collega en ik de reizigers. Deze keer tref ik niemand die onder het betalen uit probeert te komen, maar mijn collega wel. Ze staat bij een ietwat nerveuze mevrouw die vluchtig haar meegenomen tassen aan het doorzoeken is. Ik loop door naar de eerste klas en kijk vanaf een afstandje toe. De dame in kwestie blijft onverhoopt doorzoeken, mijn collega probeert haar wat te kalmeren en praat rustig op haar in. Het is een vermakelijk schouwspel. Op een bepaald moment hoor ik mijn collega zeggen:
“Ik loop even verder en kom zo meteen bij u kijken.”
Ze loopt naar me toe en fluistert:
“Ik geloof er niks van.”
Net voor Bilthoven loopt ze terug naar de vrouw, die nog altijd paniekerig aan het zoeken is. Mijn collega stelt haar voor dat ze in Bilthoven maar even uitstapt om rustig verder te zoeken. En als de vrouw, zoals ze kennelijk tegen mijn collega heeft gezegd, haar spullen in Utrecht is vergeten, dan moet ze maar even terug reizen. De vrouw pakt haar spullen bij elkaar en stapt uit. Door het raam kijken we allemaal toe hoe ze op het perron onvermoeid verder zoekt in haar tassen en jaszakken. We vertrekken. Ik moet nog even wat gegevens telefonisch navragen van de jongen met de kattenfoto, dus ik stap de achterste cabine in.

Terwijl we wegrijden van station Bilthoven, zie ik de vrouw nog altijd zoeken in haar tassen. Maar de laatste reiziger in haar buurt is nog niet uit het zicht, wij zijn nog maar net weg van het perron en in één seconde zie ik de hele warrige situatie veranderen: Ze stopt met haar schouwspel, pakt haar tassen op en loopt uit mijn zicht. Nadat ik de juiste informatie heb gekregen, stap ik de eerste klas weer in en ga naast mijn collega zitten.
“En?”
Het was één groot schouwspel. Toen de laatste toeschouwer uit beeld was, hield het hele toneelstuk abrupt op, pakte ze haar tassen en liep ze weg.
“Zie je wel! Ik vertrouwde het al niet!”

Net voor Den Dolder loopt mijn collega naar de deur voor het vertrekproces. De uitstappende reizigers spreken haar aan:
“Nou, dát was niet gespeeld,” zegt een oudere man tegen mijn collega.
“Dat was het wél, meneer. Ze liep gewoon weg toen de trein vertrokken was.”
“Dus tóch! Ik zei het toch?” zegt de man tegen zijn meereizende vrouw. Ze stappen vol ongeloof de trein uit. Achter ze aan bijna de rest van de coupé, die heel stil toe heeft zitten kijken.

Wij kunnen er wel om lachen. Maar er zit ook een stukje gevaar achter zo’n situatie; als treinpersoneel schat je een bepaalde situatie in en daar handel je naar. In dit geval ging dat prima, de reiziger werkte mee en daarmee was de kous af. Maar voor hetzelfde geld gaan de reizigers in de coupé zich er wel mee bemoeien, omdat ze iemand zielig vinden of het oneens zijn met de beslissing van de collega. En dan kan het van kwaad tot erger gaan. Dat was nu gelukkig niet het geval. Maar er zijn wel een aantal mensen weer een stukje vertrouwen in de mensheid kwijt. Dat wel.

Koffer
Op een woensdagmiddag ben ik met een collega uit Zwolle onderweg van Zwolle naar Amersfoort met de Intercity. Ik ben een keer door mijn dubbeldekker gewandeld en krijg telefoon wanneer ik net terug ben in de cabine. Het is de Coördinator Wal die op het perron een mevrouw heeft aangetroffen die volledig in paniek is omdat ze haar koffer bij mij in de trein heeft laten staan. Om de een of andere reden moest ze in Zwolle nog inchecken en ze zal ongetwijfeld al bij ons in de trein hebben gezeten. Dat snap je soms toch niet.

Tijdens mijn rondje door de trein is me echter niks opgevallen. Ik vraag de CW waar de mevrouw heeft gezeten en hoe die koffer er uit moet zien. Maar dat weet ze niet, want ze heeft de reizigster meteen achter ons aan gestuurd met de Intercity die vanwege werkzaamheden 3 minuten achter ons aan rijdt. Ze heeft wel het nummer van de conductrice van die trein voor me en vraagt me of ik met haar contact op wil nemen. Zodoende.

De Lelystadse collega die ik aan de lijn krijg weet wel over wie ik het heb, maar mevrouw zit in het andere stel dan zijzelf, dus ze gaat de passagierende machinist in het andere stel vragen mevrouw op te zoeken en te vragen hoe de koffer eruit ziet. Vijf minuten later belt ze terug:
"Zwart met rood en het moet zo'n klein koffertje zijn, zo'n trolley." Duidelijk.

Dus ik loop de trein nog een keer door, op zoek naar die specifieke koffer. Koffers genoeg in deze trein, maar het duurt tot ik driekwart van de trein ben doorgelopen voor ik iets tegenkom wat er aan voldoet. De reizigers er omheen zijn niet de eigenaar en dus heb ik de juiste koffer. Die sleep ik mee naar de cabine, nadat ik met de conductrice heb afgesproken dat ik op hen zal wachten wanneer we in Utrecht aankomen.

Maar dan komen we in een seinstoring terecht; tussen Amersfoort Vathorst en Amersfoort zijn alle seinen in storing en dus lopen we vertraging op. Op zich niet zo'n probleem; de collega en de vrouw rijden vrijwel direct achter ons. Maar de treindienstleider is creatief en besluit een aantal treinen linkerspoor naar Amersfoort te sturen, waaronder de Intercity achter ons. Met de collega en de eigenaresse van de koffer. En zo kan het gebeuren dat zij al in Utrecht op me staan te wachten, terwijl wij Amersfoort nog uit moeten rijden: we hebben 35 minuten vertraging opgelopen door de seinstoring en de file die vervolgens ontstond om in Amersfoort langs het perron te kunnen komen.

Maar in Utrecht ontmoeten we elkaar op de afgesproken plaats; bovenaan de roltrap. De vrouw is heel blij haar koffer terug te hebben, ik ben blij van de koffer af te zijn en mijn collega is blij dat ze het staartje van haar pauze nog kan gebruiken om naar het toilet te gaan; haar pauze heeft ze opgeofferd om bij de oudere vrouw te blijven en haar niet alleen te laten wachten.

Verslapen
Het is dinsdagavond wanneer ik met een Intercity onderweg ben van Amsterdam Centraal naar Almere Centrum. Net voor ik het balkon bij het toilet op kom, stapt er iemand het toilet in. Ik vervolg mijn weg. Maar wanneer ik een rijtuig verder ben, komt een reiziger naar me toe met de vraag of er nog een toilet in deze trein is. Mijn antwoord is nee.
'Dat ene toilet zit nu al de hele tijd op slot,' moppert de man, terwijl hij terug loopt. Zodra ik alle reizigers heb gecontroleerd, loop ik toch nog even terug naar het toilet; als die man de hele weg moet wachten is dat voor hem niet prettig.

Maar ik hoef niks te doen, want het toilet is al vrij en die ene reiziger die ik nog niet heb gecontroleerd staat naast de toiletdeur. Ik vraag hem om zijn kaartje, waarna hij me een enkele reis Utrecht-Amsterdam Centraal geeft. Ik reageer dat dit kaartje hier niet geldig is.
'Maar ik heb me verslapen,' zegt de reiziger. 'Ik had in Amsterdam uit moeten stappen, maar omdat ik me verslapen heb, lukte dat niet."

Dat had op zich een plausibel verhaal kunnen zijn. Ware het niet dat deze trein net niet uit Utrecht kwam, maar uit Amersfoort. En dus gaat zijn verhaal niet op. Maar wanneer ik dat zeg, gelooft hij me niet:
'Ik weet honderd procent zeker dat de trein uit Utrecht kwam!' probeert hij nog.
En ik weet honderd procent zeker van niet. En dus krijgt hij van mij een handgeschreven kaartje. Daarnaar gevraagd hoeft het van hem geen retourtje te zijn om terug te gaan naar Amsterdam. Uiteraard.

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 162
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth