Drugs

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Drugs

Berichtdoor OVE Redactie » Zo 06 Jan 2019 13:04

Drugs

We hebben de feestdagen weer overleefd; tijd om weer lekker normaal te doen met z’n allen!

Massaal
Het is vrijdagavond en ik sta in Almere Centrum met de Intercity naar Amsterdam Centraal. Het is een rit van 20 minuten en onderweg stoppen we nergens. Terwijl ik de vertrektijd sta af te wachten, zie ik de nodige reizigers de trein in stappen. Ook wordt mijn aandacht door een aantal daarvan getrokken; ik schat zo in dat ze geen kaartje hebben. Ik heb helemaal geen zin in problemen en besluit in mijn welkomstomroep voor vertrek aan te kondigen dat er gecontroleerd gaat worden in deze trein en ik vraag de reizigers vriendelijk hun vervoerbewijs alvast gereed te houden. Iedereen is dus gewaarschuwd en kan nog steeds de trein verlaten. Na vertrek begin ik mijn controleronde en gelukkig heeft iedereen alles op orde. Een enkele vriendelijke reiziger die me alvast een gelukkig nieuwjaar wenst en voor ik het weet ben ik achteraan de trein. Ik hoef alleen het achterste balkon nog maar te controleren. Maar ik heb de deur nog niet open of ik weet al hoe laat het is: De klapstoeltjes zijn bezet en voor de rest staan er nogal wat jongens quasi ongeïnteresseerd naar buiten te kijken. Ik vraag om de kaartjes en ik krijg een OV-Chipkaart in handen die ik controleer en weer terug geef. Er zit een jong stelletje op twee van de klapstoeltjes netjes met hun kaartjes klaar, maar de rest maakt geen aanstalten om iets te gaan zoeken, laat staan af te geven. Na een klein beetje aandringen krijg ik een OV-Chipkaart in handen die ik niet uit kan lezen. De jongen reageert licht verbaasd, beweert net bij de bus nog in- en uit te hebben gecheckt en ook bij de poortjes op Almere. Ik wil hem best geloven, maar als ik zijn kaart niet uit kan lezen, heeft hij voor mij toch echt geen geldig vervoerbewijs. Ik leg hem uit dat ik hem dan een kaartje zal maken en dat hij dan via de Klantenservice uit kan laten zoeken of de kaart wel was ingecheckt; is dat het geval, dan hoeft hij natuurlijk niks te betalen. De jongen werkt gelukkig rustig mee en ik schrijf hem een uitstel.

Afbeelding


Van de jongen die naast hem staat krijg ik een paspoort. Maar de rit is al halverwege en ik heb niet het idee dat de rest wel alles voor elkaar heeft. Ik heb ze Duits horen praten met elkaar en dus vraag ik ze in het Duits of ze kaartjes hebben. Ze doen net alsof ze me niet verstaan. Dus bel ik onze Veiligheidscentrale en vraag om de collega’s van Veiligheid&Service te Amsterdam om even te komen kijken wanneer we aankomen. Dat wordt op de achtergrond geregeld, in de tussentijd kan ik nog een kaartje uitschrijven. De jongen van wie het paspoort is, spreekt netjes Nederlands tegen mij, maar in het Arabisch met de jongen op het klapstoeltje, waarvan de OV-Chipkaart in orde was. Op het moment dat ik in het Duits aan de rest vroeg of ze kaartjes hadden, zei de een tegen de ander: “Hij spreekt ook nog Duits!”
Maar nu ze onderling weer in het Arabisch iets tegen elkaar zeggen, zegt de jongen van het paspoort ineens:
“Maar doe maar niet, straks spreekt hij ook nog Arabisch!”
Ondanks dat de situatie een klein beetje gespannen is, de Duitsers doen nog steeds alsof ze gek zijn en ik sta nog altijd kaartjes te schrijven op een balkon met jongeren die niks van me moeten hebben, lach ik van binnen. Heerlijk, die onzekerheid!

Net voor Amsterdam is een van de Duitse jongens nog zo snugger om toch zijn identiteitskaart te laten zien, waardoor ik ook hem een uitstel kan schrijven. De rest denkt zeker nog steeds weg te kunnen komen zonder problemen, maar ik ben niet voor één gat te vangen en dus wordt de deur bij aankomst in Amsterdam omsingeld door collega’s in het geel. Stuk voor stuk worden ze door de collega’s overgenomen en wordt er voor iedereen geschreven, een enkeling wenst ter plekke te betalen. En zo heeft iedereen uiteindelijk toch voor het ritje van Almere naar Amsterdam betaald, ook die tien personen zonder kaartje op het achterste balkon.

Cash
Met de laatste Sprinter van de dag ben ik onderweg van Amersfoort naar Zwolle. De conductrice en ik hebben een SLT meegekregen, een omgebouwde met toilet. We zijn aan het controleren en mijn collega sluit de deuren op Amersfoort Vathorst. Net voor vertrek zie ik twee jongens de trein instappen, om zich heen kijken of ze ons zien en die een stukje verderop gaan zitten. We controleren verder en ik ben de gelukkig die de heren om een kaartje mag vragen. Die krijg ik ook, maar dan wel een enkeltje van Nijkerk naar Ermelo. Ik vraag ze hoe dat zit, want we rijden net weg uit Vathorst en de volgende stop is pas Nijkerk. Een half, bijdehand antwoord is de reactie en vervolgens de vraag:
“Moet ik bijbetalen?”
Ik noem het bedrag dat daar voor staat: 52,40. De jongen haalt een stapel biljetten uit zijn broekzak en wil me 5 euro geven. Ik herhaal het volledige bedrag nog een keer, waarna hij zegt:
“Vijftig?!”
Ik reageer dat hij contant mag betalen, maar dat ik geen wisselgeld heb. De zin dat ik ze ook een uitstel uit kan schrijven kan ik niet afmaken, want zijn vriendje begint:
“Denk je nou echt dat ons die paar euro wat kan schelen?”
Kennelijk wel, want anders had je gewoon een volledig kaartje gekocht in plaats van een halve, maar dat zeg ik maar niet. De eerste jongen betaalt me met wat tientjes en wat munten. De tweede jongen speelt het spel nog wat langer door. Ik vraag hem of hij contant wil betalen of een uitstel wil. Hij haalt voor de vorm zijn rijbewijs nog even tevoorschijn, maar geeft die niet af en doet alsof hij heel erg moet nadenken over zijn keuze. Terwijl ik zijn bonnetje voorbereid, stelt hij ook nog even een van de slechtste stukjes toneel die ik ooit heb gezien tentoon door te doen alsof hij moet huilen.
Terwijl ook hij betaalt, eveneens vanaf een stapeltje bankbiljetten, heeft de eerste jongen zijn praatjes weer teruggevonden:
“Ik zweer jullie, als je die 5 euro had aangenomen, had ik jullie elk 50 euro fooi gegeven.”
Mijn collega is rap van de tong: “Dat zou ik niet doen, want dan ben je een ambtenaar aan het omkopen.”
“Ik zou het geven als fooi!”
De jongen is geïnteresseerd wat hem dat op zou leveren: Een aanhouding, voorgeleiding aan de Officier van Justitie, in ieder geval een nachtje cel...
Intussen heb ik voor de ander zijn kaartje klaar en vervolgen wij onze weg weer. 105 euro voor een stukje van 5 minuten... En ik snap toch al niet zo heel goed waarom deze overduidelijke drugsrunnertjes zoveel risico zouden lopen door niet voor het volledige traject te betalen. Ik vrees dat het altijd wel een raadsel zal blijven.

Speed
Het is donderdagmiddag en ik ben op weg met een Sprinter van Zwolle naar Groningen. Ik heb iedereen gecontroleerd en we vertrekken op tijd uit Meppel. Mijn deur gaat net dicht, wanneer er een man het balkon op komt.
“Conducteur, er is achterin iemand die niet goed is en we denken dat hij een psychose heeft of drugs gebruikt.”
Aan zijn stem hoor ik dat er een klein beetje paniek is, waardoor ik meteen twee stappen terugneem en zelf extra rustig reageer dat we eens zullen gaan kijken. Ik loop achter de man aan naar de achterste coupé en daar zit een jongen met schuim rond zijn mond en er ligt ook vloeistof op de grond. De vrouw die aan de andere kant van het gangpad zit houdt de jongen zijn hand vast, een andere vrouw staat over hem heen gebogen en drukt met haar hand tegen zijn schouder om te voorkomen dat hij op staat. De situatie is op het oog onder controle. Ik ga op mijn hurken naast de jongen zitten en stel hem een aantal vragen om een duidelijke situatieomschrijving te krijgen. Hij zit midden in een trip en geeft met flinke tussenpozen antwoord op de vragen die ik stel. Hij heeft net in Zwolle 2 gram speed gesnoven en het valt duidelijk niet lekker. De dames ontfermen zich over de jonge jongen, wat mij de kans geeft om via onze Veiligheidscentrale een ambulance in te schakelen. Die zal in Hoogeveen komen, dat duurt alleen nog acht minuten. In de tussentijd wil de jongen nog een keer opstaan, wordt weer terug gezet in zijn stoel en gaat hij door met zeer zwaar ademhalen. Hij klaagt over zijn hart, die zal wel een flinke opdonder krijgen van de drugs die hij genomen heeft. Ook heeft hij klachten over een droge mond. We stellen hem gerust door te melden dat er een ambulance op komst is en daarmee hulp.

Zodra we in Hoogeveen aankomen, stappen de reizigers die er moeten zijn uit. Ook de jongen, die ik op het balkon op een klapstoel laat plaatsnemen. De ambulance is er nog niet, dus hij kan beter even rustig blijven zitten. De mevrouw die zich over de jongen heeft ontfermd neemt afscheid en stapt de trein uit, nadat ze heeft gevraagd of ik het onder controle heb. Ik ga aan de andere kant op een klapstoeltje zitten en ben alleen met de jongen, nadat ik heb omgeroepen voor de rest van de reizigers dat we vanwege een medisch noodgeval moeten wachten op een ambulance. Hij zit nog steeds zwaar te ademen en begint lichtelijk in paniek te raken.
“Wat moet ik doen?” vraagt hij opeens.
Ik opper dat hij vooral rustig moet blijven zitten en rustig moet blijven ademen. Dat neemt hij ter harte, waarna hij vervolgens weer verder tript. Zijn ene oog doet wat anders dan het andere en het kost meer tijd om een antwoord op de door mij gestelde vragen te krijgen. Maar ik begrijp dat hij Sander heet, in Groningen woont in een studentenhuis en regelmatig gebruikt. Ik vraag hem wat ‘regelmatig’ is. Wekelijks?
“Ja, wekelijks...”
Feestjes?
“Ja, feestjes. Je weet hoe dat gaat...”
Dat weet ik gelukkig niet. Maar ik begrijp wat hij zegt.

Dat is ook het moment dat ik de ambulance voor het station aan zie komen rijden. En twee agenten. Onze Veiligheidscentrale heeft er al voor gezorgd dat een van de poortjes op het station geopend is voor de hulpdiensten. De agenten stappen op me af, terwijl de ambulancebroeders de brancard de ambulance uittrekken.
Ik vertel de agenten hoe en wat en de ene vraagt aan me of hij rustig is. Als ik bevestigend antwoord, zegt hij dat ze dan afzijdig blijven om de situatie niet verder uit de hand te laten lopen. De broeders komen intussen langszij en samen halen we Sander op van het balkon. Hij wordt op de brancard gelegd en vastgegespt, ik loop met zijn jas en tas die hij bij zich had mee. De ambulancebroeders nemen het vanaf hier over, de jongen is in goede handen. De agenten vragen of ze het goed vinden dat ze vertrekken, maar de vrouwelijke broeder wil Sander eerst ingesnoerd hebben, voor het geval dat. Ik laat het verder aan hen over.

De vrouw die zich over de jongen ontfermt heeft, staat op het hoekje te kijken. Ik vraag haar of ze nog even met me meeloopt. Terwijl we richting de trein lopen, breekt ze. Het heeft kennelijk een flinke indruk op haar gemaakt, dus ik zet haar op een klapstoeltje op het balkon neer en neem even de tijd voor haar. Ze wist precies wat ze deed, maar zat er vooral mee dat ze bang was dat hij dood zou gaan. Ook heeft ze kinderen in ongeveer dezelfde leeftijdscategorie, dus het komt erg dichtbij. Ik verwacht dat die kinderen ’s avonds nog een flinke preek van mama kunnen verwachten. Maar de jongen overleeft het en is nu in nog betere handen. Ik geef haar een kaartje met het nummer van onze Klantenservice en het nummer van Slachtofferhulp, voor het geval ze er toch mee blijft zitten. Ze bedankt me voor het korte gesprek en geeft aan dat ze dat als erg fijn ervaart. Ik loop nog met haar mee naar de poortjes om zeker te zijn dat ze er uit komt, waarna ik aan de machinist meld dat ik er klaar voor ben om te vertrekken. Een minuut later wordt het sein groen en kunnen we vertrekken met 12 minuten vertraging.

Een korte omroep voor de rest van de reizigers met hoe het is afgelopen is het eerste dat ik vervolgens regel. Daarna stap ik de stiltecoupé in, waar de jongen zat. Er zitten nog 6 personen; 5 dames en de man die me in Meppel kwam melden dat het niet goed ging. Stil is het niet meer in deze stiltecoupé; de situatie maakte de lippen los. Ze zijn erg nieuwsgierig naar het hoe en wat en ik vertel ze wat ik weet.
“Is 2 gram veel?” vraagt een van de vrouwen.
Ik heb werkelijk geen idee, maar ik denk dat het sowieso 2 gram te veel was. Er zit een oudere mevrouw helemaal achterin en die heeft het allemaal net wat anders beleefd dan de anderen, want ze begint over terrorisme en dat ze hem zo zenuwachtig vond. Hij was volgens de rest inderdaad twee keer naar het balkon gelopen, maar verder had niemand daar zorgen over. Ze waren eerder bezorgd over de jongen. Zodra iedereen zijn of haar zegje heeft kunnen doen en de rust langzaamaan wederkeert, loop ik naar de machinist om hem even in te lichten over het hoe en wat. Onderweg stappen de zes reizigers verspreid over de stations uit en ik kan weinig anders dan ze meegeven dat ze de volgende keer hopelijk een rustiger reis beleven. De man zegt bij het afscheid:
“Ondanks dat het uw werk is, bedankt voor uw inzet.”
We hebben allemaal gedaan wat we kunnen. En nu maar hopen dat Sander er wat van leert en het spul de volgende keer laat staan...

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 157
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Bing [Bot] en 1 gast

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth