Zomerse taferelen

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Zomerse taferelen

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 03 Sep 2018 06:57

Zomerse taferelen

Afgelopen zaterdag was de dag dat ik 10 jaar als conducteur voor NS werk. Met ups-and-downs doe ik het werk met plezier en al vanaf de eerste dag dat ik aan het werk ging schrijf ik over mijn avonturen in en rond de trein. Iedereen die me al die jaren heeft gevolgd en mijn columns nog steeds leest wil ik bedanken voor hun interesse. Hieronder een aantal van de situaties die ik de afgelopen weken trof.

Redding
Het is laat op de avond en ik sta in Rotterdam om een Intercity naar Schiphol te brengen, waarna de trein leeg door zal gaan naar Lelystad. Er komt een tweede collega aanwandelen die met me mee gaat naar Leiden, dus wij zijn al compleet. We hebben alleen geen machinist om de trein te rijden. Ik neem contact op met de Bijsturing, die prompt voor me gaat bellen.

Er is eerder op de avond een grote bermbrand geweest bij Hoofddorp, waardoor een groot deel van het personeel op een andere plaats is terecht gekomen dan gepland en onze machinist ontbreekt nu. Er wordt in allerijl een andere geregeld, waarna we 14 minuten te laat kunnen vertrekken. De vertraging neemt onderweg door andere treinen voor ons jammer genoeg niet af. Wanneer ik samen met een andere collega de trein aan het controleren ben en Veiligheid&Service aan de andere kant van de trein bezig is, roepen ze me op via de portofoon: Door onze vertraging gaan er een flink aantal mensen de laatste Sprinter naar Amsterdam Zuid missen. Op dat moment sta ik net bij een stel Antilliaanse dames die aangeven naar Duivendrecht te moeten. Ik beloof ze dat ik wat ga regelen en ze via de omroep horen wat het precies in gaat houden. Ook mijn collega heeft een aantal reizigers getroffen die nog naar Zuid moeten, dus ik wandel in een streep naar de machinist om te overleggen. Die snapt het probleem en we besluiten samen om dan twee extra stops te maken. Dat leg ik de collega’s van V&S ook voor, die al aan het bellen waren voor reizigers die naar een heel andere bestemming moesten. Daarna roep ik het ook nog om voor alle reizigers. Aangekomen op Amsterdam Zuid stapt er nog rap 50 man onze trein uit en op Duivendrecht het laatste handjevol, waaronder de Antilliaanse dames. Moeder stapt op me af met in het kielzog haar dochter:
“U heeft ons gered! Helemaal geweldig, dankuwel!”
Met een brede lach ontvang ik het compliment; graag gedaan. Mijn collega en ik lopen de trein na of er nog achtergebleven reizigers zijn, waarna we snel alsnog vertrekken richting Lelystad.

Afbeelding


Snuiverij
Het is een mooie donderdagavond en ik sta in Zutphen met wat collega's te praten, wanneer de trein uit Winterswijk binnenkomt en leeg loopt. Drie meiden van een jaar of 16 komen ietwat bedremmeld naar ons toe en spreken de groep aan:
"Euh, we hebben één van u nodig."
Ik stap naar voren en vraag wat ik voor ze kan doen.
"Nou, we komen met uit de trein uit Winterswijk en er zat een jongen aan de andere kant van het gangpad, die de hele weg heeft lopen snuiven. En nu ligt hij nog in de trein..."
Ik bedank ze voor de melding en draai me om naar onze procesleider perron. Die zegt al snel:
"Ja, daar moet Arriva bij komen. Misschien zijn ze nog wel voor."
Terwijl zij kijkt of de collega's van Service en Veiligheid van Arriva toevallig op het busstation staan, ga ik vast kijken waar de haveloze figuur precies is. Die heb ik al snel gevonden; met ontbloot bovenlijf ligt hij languit over drie stoelen. Door het raam kan ik zien dat hij ademt, dus dat is op zich een goed teken. De PLP komt naast me staan en ziet hetzelfde.
"Ik bel de Veiligheidscentrale wel," zegt ze, waarna ze dat ook doet. Die sturen ambulance en politie aan, waarschuwen ons er vooral van af te blijven en wij blijven in de tussentijd een beetje voor de deur staan om te voorkomen dat er reizigers instappen.

Kort daarop komt ook de machinist van Arriva aanlopen, die een en ander snel doorheeft:
"Oh jee, is het heel ernstig?" zegt hij lachend terwijl hij ons ziet staan. De PLP licht hem in en dan zegt hij resoluut:
"Nou, dan wachten we daar toch even op?"
Vanaf het perron zoekt hij contact met zijn bijsturingsorganisatie, die we door het raam kunnen zien zitten. Die bedanken hem voor de melding en blijven meekijken.
"En dan is de Zwarte Cross nog niet eens begonnen..." zucht hij, waarna hij bij de andere deur van het treinstel gaat staan om de reizigers alvast naar het andere stel te sturen, voor het geval dat.

Een minuut later komt de politie het perron al op gewandeld, die de man met veel pijn en moeite wakker krijgen. Terwijl de ambulance komt aangereden voor het station, lopen ze met de zwalkende man tussen hen in richting de lift. Rechtop blijven staan kan hij niet en zijn ogen verraden dat hij een heel eind heen is. In de hal wordt hij op de brancard gelegd en terwijl er onderzocht wordt wat hij allemaal bij zich heeft, vertrekt hij in zijn hoofd weer naar andere oorden. Uit zijn broekzakken komen de nodige pillen en een grote injectienaald. Voor de zekerheid wordt hij vastgegespt en afgevoerd naar het ziekenhuis, waarna de rust in Zutphen wederkeert. De PLP beëindigt het geheel door te zeggen: "Zo, die was ver weg!"

Fiets
Het is erg warm en ik krijg een gekoelde SLT mee voor een rit van Zwolle naar Den Haag. Het is vertrektijd, dus ik zet de vertrekprocedure in door op mijn mondfluit te blazen, waarna ik de deuren vergrendel door mijn sleutel te draaien. Dat is echter ook het moment dat ik een jongedame de trein uit zie stappen. Terwijl achter haar de deuren sluiten, zie ik dat ze naar een bord loopt om te kijken wat er op staat. De deuren van de trein zijn nu dicht, ze maakt geen aanstalten om nog mee te gaan, waarna ik mijn eigen deur sluit. Terwijl dat gebeurt, draait ze zich ineens om, om de deur proberen te openen. Maar daarvoor is het te laat; we vertrekken. Ik controleer de reizigers in de trein en aan het einde van mijn controleronde is het me opgevallen dat ik wel een fiets in de trein heb zien staan, maar geen fietskaartje heb gezien. Daar hoef ik me niet lang over te verbazen, want mijn telefoon gaat al; de eigenaresse is naar een collega van Veiligheid&Service gelopen, die de medewerkerscentrale heeft gebeld.
“Ik begrijp dat jij een fiets zonder eigenaar in je trein hebt staan?”
Daar lijkt het inderdaad wel op... We overleggen hoe we dit nu weer aan gaan pakken en daarna verbazen we ons er openlijk over hoe je je fiets kunt laten staan in de trein. Na wat heen en weer gebel spreken we af dat ik de fiets in Almere af kan geven, waarna ik ook te horen krijg waarom de eigenaresse uit was gestapt:
“Ze moest nog een kaartje voor de fiets kopen.”
Zucht. Ik loop dan maar naar de fiets om te zien of er een sleuteltje in zit en zodra ik die veilig heb gesteld, kan ik mijn controleronde voortzetten. In Almere draag ik de fiets over aan een servicemedewerker, de eigenaresse komt twee treinen later de fiets weer ophalen; de volgende ging ze niet halen, want ze moest eerst nog een fietskaartje kopen...

Overlast
Met een collega ben ik de Intercity van Deventer naar Zutphen aan het controleren. De collega heeft er eerder op de rit een jongen uitgestuurd om een kaartje te gaan regelen, omdat het E-ticket dat de jongen geprint heeft en aanbiedt niet uit te lezen valt. De kwaliteit is dusdanig slecht dat er met het hele E-ticket niks te beginnen valt. Maar de collega heeft hem in de gaten gehouden en nergens uit zien stappen, dus hij heeft het me al ingefluisterd wanneer we uit Deventer vertrekken. In de laatste coupé treft hij de jongen en besluit hem een nieuw kaartje met verhoging uit te schrijven. Terwijl dat alles in volle gang is, komen we in de buurt van Zutphen en ik meld mijn collega dat ik om zal roepen dat we in Zutphen aan gaan komen. Maar terwijl ik de collega heb bijgestaan bij de jongens, viel het me op dat er achter me geluidsoverlast wordt veroorzaakt. Wanneer ik aan de man voorbij kom die ik net daarvoor heb gecontroleerd, vraag ik hem uiterst vriendelijk of hij de muziek iets zachter wil zetten, omdat anderen daar last van hebben. De reactie die ik verwachtte komt echter niet:
“Nee. Ik bemoei me niet met anderen.”
Okay... maar anderen hebben wel last van u...
“Laat ze zich met zichzelf bemoeien!” zegt hij, licht agressief.
Ik merk dat het de verkeerde kant opgaat en vooral dat de muziek niet zachter gaat. Dan moet ik het op een andere manier proberen: beginnen over een boete voor het verstoren van de rust.
“Ik doe mijn muziek niet zachter.” Demonstratief stopt hij zijn oortje weer in zijn oor. Okay, dan kom ik zo meteen wel terug om dat bonnetje uit te schrijven, eerst omroepen.
Wanneer ik terug kom, pak ik mijn bonnenboekje erbij wanneer ik merk dat de muziek nog steeds op hetzelfde volume staat. Ik vraag de man om zijn identiteitsbewijs. Hij kijkt boos naar me en begint een discussie:
“Waarom moet je zo moeilijk doen?”
Ik zeg tegen de man dat hij er vast niet van gecharmeerd is als ik hier op vol volume klassieke muziek af ga zitten spelen.
“Ik bemoei me niet met anderen. Anderen moeten zich ook niet met mij bemoeien.”
Maar anderen hebben nog steeds last van de muziek die de man afspeelt. Ik vraag hem nogmaals om zijn identiteitsbewijs.
“Ik ga helemaal niks!”
Okay, maar dan kunt u niet meer met deze trein mee, meld ik hem. Dat levert ineens iets op, want hij pakt zijn spullen en wurmt zich tussen de stoelen uit. Op luide toon verkondigt hij dat hij het er niet mee eens is, waarna hij de trap af loopt en op het balkon gaat staan.
“Jullie zijn gewoon saai! Ik mag nergens iets. Thuis mag ik geen muziek spelen, buiten mag ik geen muziek spelen, in de trein mag ik geen muziek spelen...!”
Gelukkig komen we aan in Zutphen en stapt hij uit zichzelf de trein uit, waarna hij demonstratief met zijn armen over elkaar op een bankje op het perron gaat zitten. Mijn collega is klaar met het schrijven van het kaartje voor de jongen en komt naast me staan. Hij heeft het geschreeuw van de man meegekregen.
“Wat heeft die nou weer?”, vraagt hij, kijkend naar de man op het bankje. Ik zou het niet weten, maar ik vermoed iets met het gebrek aan inzicht dat anderen, ondanks dat hij zich met niks of niemand bemoeit, overlast van hem ondervinden.

Laatste aansluiting
Het is laat op de avond en ik sta met de laatste Intercity die nog helemaal van Roosendaal naar Zwolle rijdt klaar voor vertrek in Roosendaal. Ik sta wat te praten met de machiniste en de collega conductrice die met me meegaan tot aan Den Bosch. De procesleider perron roept ons via de portofoon op en vraagt ons of we alsjeblieft nog heel even willen wachten met vertrekken, omdat de trein uit Vlissingen iets aan de late kant is en daarin een heleboel reizigers zitten die met ons mee willen richting Breda, omdat de vorige trein vanuit Vlissingen is uitgevallen. We spreken af dat we de aansluiting overnemen en uiteindelijk vertrekken we drie minuten achter op schema, maar met een ontzettend grote hoeveelheid reizigers die over zijn gestapt vanuit Vlissingen. De bedankjes vloeien rijkelijk en men is blij dat ze met ons mee kunnen.

Wanneer ik in Arnhem op het perron sta tijdens het stationnement, komt er een man uit de deur hangen. Hij vraagt me of hij nu eigenlijk nog in Apeldoorn komt. Ik kijk naar mijn horloge en kan hem vertellen dat dat op dit tijdstip niet meer gaat lukken. Daar baalt hij duidelijk van, waarna ik weer verder loop. Wanneer ik vervolgens de trein ga controleren, kom ik bij de man terecht en zie ik dat hij is ingecheckt in Vlissingen. Er valt bij mij een kwartje; deze man is niet te laat vertrokken en dus ‘jammer, maar helaas, morgen gaat de eerste trein om zes uur weer’ gaat voor hem niet op. Ik heb de man ook niet eerder in de trein zien zitten, omdat mijn collega hem heeft gecontroleerd en ook Veiligheid&Service bij hem is geweest en niet ikzelf. De man zat al een beetje in zak en as dat hij nu niet meer in Apeldoorn ging komen, maar nu ik weet hoe de vork in de steel zit, liggen de kaarten heel anders. Ik leg hem uit dat het niet zijn schuld is dat hij de laatste trein naar Apeldoorn heeft gemist en dat ik daarom een taxi voor hem zal regelen. Hij fleurt zichtbaar op:
“Is dat mogelijk?”
Nadat ik een taxi voor hem heb geregeld, maak ik zijn dag nog beter. Ik heb gezien dat hij op een persoonlijke chipkaart, maar op Vol Tarief reist. Ik vraag hem of hij vaak deze reis maakt.
“Ja, bijna wekelijks,” antwoordt hij, benieuwd waarom ik hem dat vraag.
Ik leg hem uit dat hij met een kortingskaart na twee keer op en neer al goedkoper uit is dan dat hij nu is. Er gaat een wereld voor hem open; hij stelt wat aanvullende vragen over de kosten en of hij dan een nieuwe chipkaart nodig heeft. Ik druk hem een kortingsbon in zijn handen om een abonnement af te sluiten en een brede glimlach én een ferme handdruk zijn mijn dank. Daar doe ik het voor. In Deventer verwijs ik hem naar de taxistandplaats waar de taxi hem op zal staan te wachten. Ondanks de vertraging die hij had op deze lange reis, tóch een tevreden klant!

Bello
Met een Intercity ben ik onderweg van Utrecht naar Rotterdam. Net na vertrek uit Rotterdam Alexander roept de machinist me op via de portofoon:
‘HC, ik krijg een melding dat er iemand zijn hond aan het uitlaten is langs het spoor, dus bij Rotterdam Noord ga ik langzaam rijden.’
Duidelijk. Ik geef de machinist aan dat als ik iets voor hem kan doen, hij me dat moet laten weten. Ter hoogte van Rotterdam Noord gaat inderdaad de snelheid eruit en rollen we langzaam verder. Vaak gaat het in dit geval om een kortstondige situatie die uit zichzelf oplost nog voor de volgende trein voorbij komt. De snelheid wordt dan vanzelf weer opgevoerd zodra we het gebied uit zijn waar de situatie zich voor zou hebben gedaan. In dit geval zet de machinist echter de trein stil; dan is er echt iets aan de hand. Ik trek de cabinedeur open om te kijken wat er te zien valt en al snel spot ik Bello, die nietsvermoedend langs het spoor loopt. De machinist meldt:
‘Hij loopt hier vooraan de trein.’
Ik vraag hem of we een poging gaan doen hem te pakken te krijgen en de machinist ziet dat wel zitten. Ik trek mijn gele vest aan en scan de situatie voordat ik uitstap. In de verte komt de tegentrein eraan en de hond loopt in mijn richting. Wanneer ik ben uitgestapt en het spoor overgestoken zie ik dat de tegentrein stil staat voor een sein; de treindienstleider houdt hem daar tegen. De hond loopt op me af, maar aanspreken heeft weinig zin. Met een grote boog loopt hij om me heen. Hij ziet er ook niet uit als een lief schoothondje dat wel naar je toe komt voor een koekje, dus er achteraan rennen zal hoogstwaarschijnlijk het tegenovergestelde opleveren van wat ik wil. Hij rent terug richting de machinist, ziet de machinist en besluit dan onder de trein door te kruipen. Hij volgt het spoor richting het station van Rotterdam Noord, maar daar staat op dat moment een reiziger op het perron, dus het beest komt weer terug gewandeld. De situatie is uitzichtloos; wij gaan de hond niet kunnen lokken en er zijn rondom overal hekken, dus de weg die hij gevonden heeft om hier te komen moet hij ook weer terug zien te vinden. Maar in de tussentijd hebben we ook een trein vol reizigers die ergens naar toe willen, dus we moeten een afweging maken. Wanneer hij wederom richting de voorkant van de trein rent, besluiten de machinist en ik om dan maar verder te rijden. Dat doen we vervolgens. Hier moet de politie of de dierenambulance met de juiste middelen maar proberen wat aan te doen. Mijn terugrit naar Utrecht wordt door de opgelopen vertraging opgeheven en de trein die ik vervolgens naar Utrecht breng krijgt een half uur later ook nog een aanwijzing in verband met de hond, waardoor we vertraging oplopen. Zo zie je maar wat een loslopende hond te weeg kan brengen.

Conducteur Mike
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 154
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth