Toegepaste psychologie

Ervaringen van conducteurs, machinisten, buschauffeurs; Alle verhalen en bijdragen van OV-personeel bij elkaar.

Toegepaste psychologie

Berichtdoor OVE Redactie » Ma 15 Mei 2017 19:28

Toegepaste Psychologie

Terug van vakantie is het tijd om de trein weer op te gaan. Ik val met mijn neus in de boter, want het is meivakantie en dus over het algemeen vrij rustig in de trein. Mijn eerste dienst brengt me naar Den Helder, waar alles goed verloopt. Op de terugweg krijg ik wat collega’s van Veiligheid&Service mee, waarmee ik alle reizigers tussen Zaandam en Amsterdam Sloterdijk controleer. Er is één gelukszoeker die vandaag pech heeft en te Sloterdijk met een handgeschreven kaartje de trein verlaat.

De week erna begint het gewone forensenverkeer weer en zijn de treinen beter gevuld. Ik sta in Kampen op het perron wanneer er een jongen naar me toe komt en heel vriendelijk vraagt of hij van mij een kaartje naar Amsterdam kan krijgen, omdat zijn zus eerder al vertrokken is met zijn tas. En daarin zijn portemonnee. Ik schrijf hem het kaartje en besluit de rest van de reizigers in de trein ook te controleren. Iedereen is voorzien, behalve de twee jongens die op het achterste balkon staan. Een gesprek tussen twee zwartrijders en een conducteur:
“Ja, meneer wij hebben geen kaartje, want we konden niet wisselen.”
Dat is niet best, waar willen jullie naartoe?
“Naar Amersfoort, dus we gaan hier in Zwolle wel een kaartje kopen.”
Dat had je voor vertrek moeten doen, ik zal voor jullie allebei een kaartje schrijven. Mag ik jullie identiteitsbewijzen even zien?
“Maar meneer, het is nog maar twee minuten!”
Dat betekent niet dat je voor de vorige acht minuten niet hoeft te betalen. Ik vorder bij dezen de identiteitsbewijzen.
“Ja, rustig maar, we werken wel mee.”
Ik krijg de identiteitsbewijzen, waarna ik voor ze opzoek wat het kost om naar Amersfoort te komen. Maar omdat ik hun identiteitskaarten al heb, voelt dat kennelijk voor hun als een nederlaag en dat kan natuurlijk niet. Dus het gaat verder:
“Maar maak maar een kaartje tot Zwolle. Dan gaan we wel op dezelfde voet verder richting Amersfoort.”
Prima. Terwijl ik sta te schrijven, moet hun eer behouden worden:
“Nou, deze man zal vannacht vast lekker slapen nu hij ons een kaartje heeft geschreven.”
“Ja, je baas zal vast trots op je zijn.”
Maar omdat ik er allemaal niet op reageer, proberen ze het persoonlijk te maken:
“Kijk naar deze man, die heeft echt al jaren geen seks meer gehad.”
“En daarom staat hij ons nu een boete te schrijven.”
Wanneer ik dan droogjes opmerk dat ze beter die paar euro in de automaat hadden kunnen gooien, hebben ze hun antwoord natuurlijk al klaar:
“Ik weiger te betalen aan de overheid. Ik geef ze geen cent.”
Ik doe alsof ik daarvan onder de indruk ben.
“Het is niet dat we geen geld hebben, we verdienen veel meer dan jij. Vind je dat niet vervelend? Jij betaalt ook voor de mensen met een uitkering.”
Het gaat bij mij het ene oor in en het andere weer uit. Wat leidt tot de volgende opmerking:
“Maar schrijf die boete maar, we betalen toch niet.”
“Ja, wat een werk, terwijl we toch niet betalen.”
En zo vertrekken onze helden allebei met een Uitstel van Betaling. Ik vind het altijd een beetje sneue types. Een hoop geblaat, maar weinig wol. Karma vindt ze nog wel een keer, denk ik dan.

Afbeelding

Ik sta een paar minuten met mijn Intercity naar Dordrecht in Rotterdam. Er loopt een behoorlijk brede man langs de trein die heel erg naar me kijkt. In eerste instantie heb ik het idee dat ik naar een zwartrijder sta te kijken die probeert uit te vogelen wat ik ga doen, maar in plaats van bij me weg te lopen loopt hij juist in mijn richting. Dan is het ook geen zwartrijder, schiet er nog door mijn hoofd. Hij loopt langs me heen, gaat in de deuropening staan, zucht een keer en zegt dan op zachte toon:
“Ik heb een probleem.”
Ik draai me naar hem om en vraag hem wat het probleem precies is. Hij haalt zijn telefoon uit zijn zak en laat die aan me zien. Er zit een behoorlijk lelijke breuk in zijn scherm.
“Ik heb mijn telefoon laten vallen, nu doet hij het niet meer. Maar ik moet een taxi bellen, want ik moet om 21 uur binnen zijn.”
Ik kijk hem aan en zie de wanhoop in zijn ogen. Ik pak mijn telefoon en bied hem aan dat hij daar dan mee mag bellen. Wanneer ik hem vraag welke taximaatschappij hij wil hebben, zegt hij:
“Dat maakt me niet uit, als ze er maar staan en ik om 21 uur binnen ben, anders moet ik terug naar de gevangenis.”
Mijn interesse is gewekt, maar eerst zoek ik het nummer op van de taxicentrale en laat ik hem bellen. Tegen de tijd dat hij klaar is met bellen vertrekken we. Hij bedankt me wanneer hij mijn telefoon terug geeft, maar ik heb er een bepaald gevoel bij. Als ik naar hem kijk, zit het hem allemaal niet lekker. Dus ik nodig hem uit om op de stang van de deur te komen zitten en het er eens over te hebben. Hij komt tegenover me zitten en begint te vertellen. Zijn vrouw is vandaag jarig en als verrassing had hij geregeld dat hij haar vandaag mocht bezoeken. Maar hij miste in Dordrecht zijn trein, waarna een collega hem verwees naar spoor 4 waar een paar minuten later de volgende trein zou gaan. Tijdens het rennen naar die trein viel echter zijn telefoon uit zijn broekzak, waardoor het scherm brak en hij het niet meer deed.
“Ik haatte mijn leven op dat moment,” zegt hij zuchtend.
Daardoor moest hij zijn vrouw bellen -en daarmee de verrassing dat hij langs zou komen verknallen- om te vragen of ze klaar kon staan met een andere telefoon op het station.
Ik vraag hem waarvoor hij moet zitten. Hij kijkt weg en zegt:
“Drugs. Moeilijke periode met weinig geld, weet je. Iemand vroeg me om een reisje te maken, dus ik ben naar Venezuela gevlogen, heb daar 10 dagen gezeten en toen weer terug. Maar ze hebben me gepakt in Madrid. Ik heb twee jaar in Spanje vastgezeten en toen gevraagd of ze me uit wilden leveren naar Nederland, omdat ik in Spanje niemand had.”
De tranen schieten hem in zijn ogen. Hij praat over zijn vrouw, zijn kind, maar vooral zijn telefoon. Maar ik heb al snel in de gaten dat het hem helemaal niet om die telefoon gaat. Hij baalt verschrikkelijk dat het niet zo heeft uitgepakt als dat hij dacht.
“Ik had me deze avond echt heel anders voorgesteld,” zegt hij terwijl de tranen over zijn wangen rollen. Ik bied hem een zakdoekje aan. Hij zit er ook nog mee dat hij niet op tijd ‘binnen’ is, want anders moet hij terug naar de gevangenis. Maar ik vogel uit dat hij het net moet redden. Hij ziet het allemaal even niet zo zitten, dus ik klop hem op zijn schouder en laat hem even alleen.
We komen op tijd in Dordrecht aan, waar ik hem nog de juiste richting op stuur van de taxistandplaats.
“Bedankt!” zegt hij hartelijk, waarna hij vertrekt.

Onderweg richting Apeldoorn controleer ik de Sprinter waar ik mee op pad ben. Op het balkon zit een jongen naar buiten te kijken. Wanneer ik naast hem kom staan en hem om zijn kaartje vraag, gaat hij uitgebreid al zijn zakken af. Zijn broekzakken, zijn jaszakken, dan zelfs het nektasje dat hij om heeft. Ik heb al snel door dat hij tijd aan het rekken is en ik besluit er geen sjoege aan te geven, dus kijk ik naar buiten waar de IJssel voorbij trekt aan het raam. In mijn ooghoek zie ik dat hij naar me zit te kijken en ondertussen niet zoekt. Dus zodra de hele IJssel weer verdwenen is, kijk ik hem aan en vraag of hij wel een kaartje heeft. Hij zegt van wel en zoekt vervolgens zogenaamd weer al zijn zakken af. Na ruim twee minuten tovert hij dan zijn chipkaart tevoorschijn, die netjes is ingecheckt. Maar dat spelletje kan ik natuurlijk ook spelen, dus zonder iets te zeggen houd ik zijn chipkaart wat langer vast, tot het achtergrondlicht van het scherm uit gaat en ik op het scherm moet tikken om weer wat licht te krijgen. Het is mijn bedoeling dan zijn kaart terug te geven en weer door te lopen, maar voor ik daar kans toe krijg, grist hij de kaart uit mijn handen en begint meteen heel agressief te roepen:
“Wat doe je met mijn kaart?”
Ik glimlach vriendelijk, zeg rustig “Hetzelfde als wat jij deed” en ik loop verder de trein in. Maar ik kom vanzelf weer bij hem op het balkon terecht, waar hij nog altijd met al zijn opgekropte woede zit en weer begint te blaffen:
“Wat heb je met mijn kaart gedaan?!”
Ik reageer rustig dat ik hem dat wel wil vertellen, maar alleen wanneer hij me dat op een rustige manier vraagt, ik ben namelijk niet zo van dat soort agressief gedrag gewenst. Maar dat kan hij op dat moment kennelijk niet, want hij stelt dezelfde vraag op dezelfde agressieve toon. Dus zeg ik hem dat ik in dat geval niet met hem praat en ik loop weer weg. Een stukje verderop staat hij in de coupé ineens achter me, waar hij dezelfde vraag weer op dezelfde toon stelt. En ik geef hem weer hetzelfde antwoord. Dan gooit hij het over een andere boeg:
“Wat heb je met mijn eigendom gedaan?”
Ik leg hem kort uit dat het niet zijn eigendom is, maar van het bedrijf dat het uit heeft gegeven, waardoor hij even van slag is en niet weet wat hij moet zeggen. Daarna wenst hij me een niet zo fijne avond toe. Ik vervolg mijn weg.
Maar wanneer we in Apeldoorn aankomen, stapt hij een deur verderop uit en roept
“Racist!”
Daar moet ik altijd een beetje om lachen. In dit geval ook, waarna ik hem wenk bij me te komen. Hij stapt op me af en komt bij me staan, nog altijd met dezelfde agressieve houding. Hij stelt me wederom dezelfde vraag, waarop ik hem vriendelijk glimlachend antwoord:
‘Wil je weten wat ik met je kaart heb gedaan? Helemaal niets! Ik heb hem iets langer in mijn handen gehad, dat is alles.’
Hij gelooft me niet, blijft wapperen met zijn chipkaart en naar me wijzen, terwijl de machinist naast me komt staan.
“Jij... jij bent gewoon een racist!”
Ik lach opnieuw en schud mijn hoofd; omdat ik zijn kaart iets langer heb vastgehouden ben ik een racist. De machinist is daar dan weer niet van gediend en reageert:
“Je kunt een hoop van mij en mijn collega’s zeggen, maar niet dat we racisten zijn. Daar moet je echt mee stoppen, want dat is wel zo stom om te roepen. Zo makkelijk.”
“Maar meneer,” begint de jongen, “ik heb vaker in deze trein gezeten en ik ben echt nog nooit iemand tegen gekomen die doet zoals hij!”
Als ik daarop zeg dat ik niks anders heb gedaan dan hij, vraagt hij me wat hij dan heeft gedaan. Mijn reactie dat hij wel drie keer met zijn handen in dat tasje heeft gezeten voordat hij daarin zogenaamd eindelijk zijn kaartje vond, levert een standaard reactie op:
“Maar, ik kan toch een foutje maken?”
Dat het geen foutje was, maar simpel tijd rekken gaat er bij hem niet in, het ligt gewoon aan mij. En dan vraag ik hem om eens naar de situatie te kijken:
‘Jij begint ergens mee, ik kopieer dat en moet je nu eens kijken hoe gigantisch boos je je hier staat te maken om niks, terwijl ik hier nog steeds vriendelijk tegen je sta te glimlachen. Volgens mij doe je het dan niet zo goed.’
Maar het valt al niet meer te redden; hij vindt me maar een rare en het ligt vooral niet aan hem. Omdat ik een inhoudelijk weerwoord geef, draait hij zich uiteindelijk naar de machinist, die hem nog een keer op het hart drukt dat het geld op zijn kaart echt niet ineens is verdwenen, dat ik echt niks met de kaart heb gedaan en dat hij misschien nog eens moet denken over de hele situatie. Mij vindt hij niet meer lief, maar hij vertrekt uiteindelijk wel.
Wat hij mag, mag ik natuurlijk niet. Stom van mij dat ik dat was vergeten.

Het is tijd van vertrek, dus ik fluit in Nijverdal. Dan komen er twee jongens de trap af gerend, die nog “Wacht, wacht!” roepen. Ik reageer, terwijl de overige deuren dicht gaan:
‘Wachten? Op tijd komen, dat moet je!’ Ze stappen achter me langs in en ik hoor een van de jongens net iets te hard “Bla bla bla” zeggen. Ik draai me om en roep hem terug. Ik kijk hem aan en zeg hem dat hij nog steeds uit mag stappen als hij toch geen waarde hecht aan wat ik zeg. Maar hij schudt van nee en neemt al direct een stapje terug en mompelt nog een sorry erachteraan. We vertrekken. Wanneer ik wat later kom controleren, geeft hij netjes zijn kaartje en zegt er dan hardop bij:
“Sorry voor daarstraks, ik heb een beetje een moeilijke avond.” Ik klop hem op zijn schouder en zeg dat het al goed is. Als hij maar weet hoe het over komt, daar gaat het me om. Hij wenst me nog een fijne avond.

Conducteur Mike
___________________________________________________________________________
Iedere twee weken verschijnt er een column op ons forum. Lees de eerdere columns hier. Wil je ook bijdragen als medewerker of juist als reiziger? Neem dan contact met ons op!
Gebruikers-avatar
OVE Redactie
 
Berichten: 136
Geregistreerd: Za 28 Apr 2012 16:39

Share On:

Share on Facebook Facebook Share on Twitter Twitter

Terug naar Vanaf de Werkvloer

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

cron
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth
lobed-depth